invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Stevige basis voor samenwerkingsverband WelWoZo in Midden-Drenthe

Gepubliceerd op:

Het samenwerkingsverband WelWoZo in Midden-Drenthe is nu 2 jaar onderweg. ‘Welzijn’, ‘wonen’ en ‘zorg’ werken aan een gemeenschappelijk doel: inwoners langer zelfstandig laten wonen. WelWoZo wil nadrukkelijk meer zijn dan een overlegstructuur of een combinatie van losse initiatieven. Ook legt het netwerk de focus op bestendiging op de lange termijn. De eerste resultaten zijn veelbelovend. Trajectleider Gerard Hommels en In voor zorg-coach Machteld Koopmans over de do’s en don’ts van een samenwerkingsverband.

Geen project maar traject

De gemeente Midden-Drenthe bestaat uit 26 dorpen en buurtschappen, met drie grote kernen: Beilen, Westerbork en Smilde. Hier vormen 11 professionele organisaties en een bewonersvertegenwoordiging uit de dorpen het samenwerkingsverband WelWoZo. Uiteenlopende specialismen uit verschillende organisaties dus. Hoe geef je dat vorm? ‘Daar is geen pasklaar antwoord op’, aldus Machteld. ‘Veel is immers afhankelijk van de lokale situatie. Wel had een aantal beslissingen duidelijk effect. Een voorbeeld is de regierol die de gemeente Midden-Drenthe op zich heeft genomen. Dat is een vrij traditionele manier van organiseren, maar het werkt wél.’ De gemeente besloot vervolgens geen ‘projectleider’ aan te stellen, maar een ‘trajectleider’. ‘Een bewuste keuze’, zegt Gerard Hommels. ‘Het woord “project” impliceert immers dat iets eindig is. WelWoZo is dat niet.’

Van werkgroepen naar thema’s

Het bestendigen van het netwerk was van meet af aan een belangrijk aandachtspunt. ‘In 2016 merkten we dat de structuur – met een stuurgroep, een begeleidingsgroep en 3 werkgroepen op niveau van de grote kernen – niet paste bij bestendiging’, vertelt Machteld Koopmans. ‘Het was te versnipperd, er was te weinig eigenaarschap voor resultaten.’ De begeleidingsgroep en de 3 werkgroepen werden ontbonden. In plaats daarvan werden thematische werkgroepen ingericht – denk aan dagbesteding, nachtzorg, bewustwording, mobiliteit – en themaverantwoordelijke kartrekkers in de stuurgroep benoemd. Ook ging de overlegfrequentie van de stuurgroep omhoog. Gerard: ‘Dat resulteerde in minder losse initiatieven, meer bundeling, een bredere blik. We zien nu meer enthousiasme, mensen zoeken elkaar op. En er is meer betrokkenheid, omdat het overzichtelijker is. Want de thema’s geven focus.’

Wijkgerichte aanpak en een stimuleringsfonds

Naast de regierol zoekt de gemeente ook naar nieuwe ruimte voor organiseren. De wijkteams in de 3 grote kernen zijn een goed voorbeeld. Naast zorgprofessionals zijn hierin ook welzijn, de wijkverpleegkundige, de praktijkondersteuners van huisartsen en de gemeente vertegenwoordigd. Casuïstiek en thematische vraagstukken als eenzaamheid en dementie staan centraal. Daarnaast start Midden-Drenthe nu in 1 wijk met een gespecialiseerde wijkgerichte aanpak. ‘Gewoonlijk komt hulpverlening in actie als er een hulpvraag ligt’, legt Gerard uit. ‘De wijkgerichte aanpak gaat veel meer uit van verbinding met en verantwoordelijkheid van de wijk. De wijk zelf bepaalt het aanbod. Daarvoor gaan welzijnsmedewerkers en gedragstherapeuten met bewoners in gesprek.’ Nieuwe contractafspraken met de zorgverzekeraar ondersteunen deze vernieuwingen. En om innovatie door aanbieders en wijken te stimuleren heeft de gemeente Midden-Drenthe een fonds ingesteld. Jaarlijks is € 100.000 beschikbaar. ‘Bedoeld voor initiatieven die de netwerksamenleving ondersteunen.’

Neuzen dezelfde kant op

Gerard neemt ook zijn collega’s van de beleidsafdelingen mee in de ontwikkelingen rondom WelWoZo. ‘De gemeente heeft een belangrijke regisserende rol én een voorbeeldfunctie. Dat krijg ik natuurlijk niet alleen voor elkaar. Iedereen moet uitdragen dat we er zijn voor de burger. Dat betekent ook dat je je soms kwetsbaar moet opstellen als gemeente.’ Alle neuzen dezelfde kant op dus. Binnen het samenwerkingsverband zijn het de prioriteiten die daarvoor zorgen. Machteld: ‘Prioriteiten stellen is heel belangrijk. Het geeft richting en voorkomt discussies. Maar bovenal is het opzetten van een samenwerkingsverband een kwestie van tijd, geduld en vertrouwen.’ Gerard voegt hieraan toe dat het belangrijk is om successen te vieren. ‘Zodat de partners zien wat het nut van samenwerking is.’

Een begrip in Midden-Drenthe

Voor WelWoZo wordt 2017 het jaar van oogsten. Machteld: ‘De afgelopen 2 jaar hebben we vooral geïnvesteerd in samenwerking, de basisstructuur is gelegd. Inmiddels is WelWoZo een begrip geworden in Midden-Drenthe. We zijn ook niet meer afhankelijk van dat ene individu bij een organisatie.’ Gerard illustreert het met een voorbeeld: ‘Vorige maand sprak ik met 4 zorgorganisaties over wat ze kunnen betekenen voor de kleine kernen. Hoe ze samen tot een goed aanbod kunnen komen. Dat gesprek was heel open en constructief. Een jaar geleden was dat nog niet gelukt.’ Om te zorgen dat WelWoZo een begrip blijft, besteedt het netwerk veel aandacht aan bewustwording. Eind januari verscheen de eerste ‘Thuisblijver’, een gratis tijdschrift dat inwoners van Midden-Drenthe inspireert, motiveert en activeert om zelfstandig te blijven wonen. ‘Speciaal voor deze eerste aflevering organiseerden we een fietscampagne. Alle partners van WelWoZo deden mee. Op de fiets brachten we het tijdschrift op verschillende adressen langs.’ De ‘Thuisblijver’ verschijnt ongeveer 2 keer per jaar, of vaker als er veel nieuwe ontwikkelingen zijn.

Over de grenzen van elkaars domeinen

Andere resultaten van WelWoZo zijn de kleinschalige dagbestedingsprojecten waarbinnen organisaties elkaar hebben gevonden, de woonmarkt, de voorbeeldwoning ‘langer thuus’, samenwerking op het gebied van vervoer. Speciale vermelding verdient de samenwerking met de bewonerscorporatie van het dorp Witteveen. ‘De kiem werd gelegd op de speeddate die we organiseerden tussen dorpsoverleggen en WelWoZo, tussen informeel en formeel dus’, vertelt Gerard. ‘Witteveen reageerde proactief en dat resulteerde in een plan. We ondersteunen nu verschillende initiatieven in het dorp.’ Maar het allermooiste resultaat is toch wel de verrijking die alle partijen ervaren door de samenwerking. Machteld: ‘Zodra ze het gewenningsproces voorbij zijn, zie je dat over de grenzen van elkaars domeinen heen kijken de creativiteit bevordert. Het wijkgericht werken is bijvoorbeeld in eerste instantie geopperd door de woningbouw, niet door de zorg. Zij zagen het als een goede aanpak voor de relatief grote GGZ-doelgroep die Drenthe rijk is. En de zorg omarmde het meteen.’ ‘Ja, dat is mooi he?’, beaamt Gerard.

4 tips: wat is er nodig?

  1. Begin met een gezamenlijke ambitie, met een paar doelen die je deelt en die urgentie hebben. Urgentie verhoogt het gevoel van samenwerking. En zorg dat je kleine en grote ambities hebt. Zodat je al resultaten haalt terwijl je aan de grotere agenda werkt. Dan blijven de samenwerkingspartners het leuk vinden.
  2. Durf mensen beschikbaar te stellen. En zorg dat het de juiste mensen zijn. Bruggenbouwers dus, met een mandaat en een visie. En met een dosis lef. Dan kun je echt iets nieuws bereiken.
  3. Heb vertrouwen in elkaar en gun elkaar dingen.
  4. Maak vanaf het begin zichtbaar wat je doet. Geef het smoel, stel je niet te bescheiden op. En ga eropuit, zoek mensen op. Dingen gaan sneller als mensen je al kennen.

Interview door Ingrid Brons

Meer weten

Dossier(s)

Tags

In voor zorg-deelnemer

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg