invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Brede activering van mensen met grote afstand tot meedoen heeft effect

Gepubliceerd op: | Laatst gewijzigd op:

Stichting Welzijn Velsen (SWV) en Stichting Welzijn Beverwijk (SWB) zijn bezig te fuseren. In aanloop daarop werken ze samen in het project ‘Waardevolle verbinding’, gericht op het verbinden van vakmanschap, vrijwillige inzet en samenwerking in het sociaal domein, met de focus naar buiten gericht. Kansen&Zo in IJmuiden en Velsen-Noord is één van de projecten binnen ‘Waardevolle verbinding’. Kansen&Zo biedt dagactiviteiten aan mensen met grote afstand tot arbeid, vrijetijdsbesteding en sociale contacten, gerund door vrijwilligers, onder leiding van professionals. Met effectmeting en een maatschappelijke effectverkenning maakte SWV/SWB de opbrengsten van Kansen&Zo inzichtelijk.

Sociale activering

Kansen&Zo is een bijzonder project. Het idee ontstond zo’n 4 jaar geleden. ‘We zagen de transitie aankomen en wilden een bredere aanpak van sociale activering’, vertelt Ans Keet, projectleider Kansen&Zo en Onbenutte Kansen Velsen. 7 zorgorganisaties in Velsen hadden hier wel oren naar en wilden meedenken hoe welzijn en zorg te verbinden. Kansen&Zo in IJmuiden en Velsen-Noord is het tastbare resultaat. ‘In beide wijken bestond geen dagbesteding. In plaats daarvan zijn we samen met onze samenwerkingspartners begonnen met het organiseren van activiteiten in ons reguliere buurtcentrum.’ Kansen&Zo richt zich op mensen met grote afstand tot arbeid, vrijetijdsbesteding en sociale contacten.

Voorliggende voorziening

Kansen&Zo biedt inloopactiviteiten voor iedereen in de wijk en groepsactiviteiten. Voorbeelden van activiteiten zijn koken, wandelen, educatieve activiteiten, alles waar behoefte aan is. Wie wil meedoen aan een groepsactiviteit krijgt eerst een kennismakingsgesprek met een professional. ‘Om te achterhalen wat ze willen leren en welke activiteiten daarbij aansluiten’, legt Ans uit. ‘Maar ook om te kijken of ze goed in de groep passen.’ Voor de groepsactiviteiten worden mensen doorverwezen door zorgorganisaties, de gemeente (Wmo en sociale zaken), huisartsen of mensen komen zelf. ‘Bijzonder is dat Kansen&Zo een voorliggende voorziening in het kader van de Wmo is – geen dagbesteding dus, en er is geen indicatie voor nodig – en toch maken zorgorganisaties gebruik van de voorziening.’

Spannend

Dat ging niet helemaal zonder slag of stoot. Ans: ‘Alle activiteiten staan onder leiding van 2 vrijwilligers. Dat was best spannend in het begin, want wat kun je van een vrijwilliger vragen? Daarom hebben we ze van tevoren gericht getraind. Toch waren zorgorganisaties best huiverig.’ Zorgaanbieders vroegen zich af of een welzijnsorganisatie de doelgroep wel kan begeleiden. ‘Natuurlijk kunnen wij dat! Zorgorganisaties realiseren zich onvoldoende dat de doelgroep niet nieuw voor ons is, deze mensen kwamen altijd al in onze buurthuizen.’ Beide sectoren – zorg en welzijn – hebben wel veel van elkaar geleerd. ‘Zorgorganisaties waren niet gewend vanuit buurthuizen te werken, wij hebben ze geleerd hoe dat gaat. En wij hebben dankzij de zorgorganisaties onze kennis van mensen met een verstandelijke of psychische beperking verfijnd.’

Reguliere bezoekers

Punt van aandacht was de verbinding met de reguliere bezoekers van het buurthuis. ‘Op een gegeven moment proefden we enige “jaloezie”’, zegt Ans. ‘Men vond dat de mensen van Kansen&Zo wel erg veel nieuwe dingen kregen. Dat hebben we snel kunnen wegnemen gelukkig.’ En nu zien de welzijnswerkers vooral mooie dingen. ‘We zien de mensen van Kansen&Zo groeien. Dat komt omdat we vooral kijken naar wat ze wél kunnen. En omdat ze eigen regie krijgen: ze geven zelf aan of ze nieuwe dingen willen leren. Verder is het voor hen een verademing gewoon een bezoeker van het buurthuis te zijn. Maar het mooiste is misschien wel dat we nu goede contacten met reguliere bezoekers zien ontstaan. Mensen spreken met elkaar af. Er worden zelfs plannen gemaakt om samen op vakantie te gaan.’

Eigenwaarde

Ondanks deze successen kost het nog steeds best veel moeite om ‘nieuwe’ zorgorganisaties over de streep te trekken. ‘We moeten telkens opnieuw uitleggen dat we geen klanten willen afpakken. Dat Kansen&Zo de eigenwaarde van mensen enorm vergroot en dat we daarmee de leefbaarheid in een wijk verhogen.’ Bij zorgorganisaties die al meedoen is de angst dat vrijwilligers hun werk overnemen inmiddels naar de achtergrond verdwenen. ‘Zij zien dat de vrijwilligers een heel andere relatie aangaan met de deelnemers en dat deelnemers daarvan genieten. Vrijwilligers komen om mensen te helpen én om zelf een gezellige middag te hebben. Dat is echt een andere insteek dan van professionals.’

Klanteffectmeting

Om een indruk van de omvang van Kansen&Zo te geven, noemt Ans enkele cijfers. ‘In IJmuiden begeleiden 18 tot 20 vrijwilligers de activiteiten, waaraan elke week 70 mensen deelnemen. In Velsen-Noord zijn 4 tot 5 vrijwilligers actief en nemen 20 mensen deel aan de activiteiten.’ Onderdeel van het project ‘Waardevolle verbinding’ was het meten van het effect van de nieuwe initiatieven, passend bij de huidige roep om transparantie. De organisaties kozen in eerste instantie voor de Zelfredzaamheidsmatrix, maar deze bood onvoldoende nuancering. De klanteffectmeter van Sociaal Werk Nederland was voor SWV/SWB wel een goede manier om deelnemers op alle domeinen te bevragen. ‘Er kwam een hoge waardering van de groepsactiviteiten uit. Deelnemers zijn heel enthousiast. De waardering voor de inloopactiviteiten was gemiddeld.’ Maar een tweede meting die onlangs is gehouden laat progressie zien. ‘Dat is interessant. We blijven dan ook meten en monitoren.’

Simplificeren

SWV/SWB heeft er nu voor gekozen elk jaar een meting te doen. ‘Vaker levert naar ons inziens te weinig op en is ook te belastend’, aldus Ans. Grootste struikelblok is de vraagstelling. ‘Die is te ingewikkeld. Wij zijn van plan de vragen verder te simplificeren. Zodat ook allochtonen die de Nederlandse taal nog niet helemaal machtig zijn en alle deelnemers van Kansen&Zo snappen wat er staat.’ Daarnaast vormt het invullen op de computer nog weleens een obstakel. ‘Veel deelnemers kunnen dat niet. Wij printen de lijsten uit en voeren de antwoorden vervolgens in. Dat kost veel tijd.’

Graadmeters

Naast de metingen met de effectmeter maakte SWV/SWB ook een maatschappelijke effectverkenning van Kansen&Zo. Ans: ‘Daarvoor spraken we deelnemers, vrijwilligers en zorgorganisaties. Dit leidt tot een helderder zicht op de maatschappelijke waarde.’ Maar er zijn ook andere goede graadmeters, die minstens zoveel zeggen, aldus Ans. ‘Er zijn al deelnemers uitgestroomd naar andere activiteiten. Dat zij die stap hebben kunnen maken betekent veel. En daarmee hebben wij weer ruimte voor nieuwe deelnemers, want de instroom is fors. Een heel goed teken vind ik ook dat er bijzonder weinig wisselingen in de vrijwilligers zijn. Als Kansen&Zo niet goed zou zijn, zouden ze subiet weglopen.’


Twee belangrijke positieve effecten uit de effectverkenning van Kansen&Zo:

  • Er ontstaat zicht op een besparing in de geboden ambulante begeleiding (individueel). Dit ontstaat doordat deelnemers elkaar kunnen ondersteunen bij relatief simpele vragen. Deze vragen stelden deelnemers voorheen aan hun begeleider. Bovendien kunnen deelnemers hun dagelijkse verhaal al kwijt, dit hoeven zij niet meer te doen bij zorgprofessionals.
  • Er ontstaat zicht op een effectieve inzet van professionele begeleiding doordat bij Kansen & Zo ondersteuningsvragen van deelnemers worden gebundeld. In de praktijk blijkt dat een deel van de deelnemers eenzelfde ondersteuningsvraag heeft. Door dit in groepsverband, met Kansen&Zo als verbindende activiteit, op te pakken kan één professional meerdere inwoners tegelijk ondersteunen. Daarbij komt dat deelnemers elkaar ook ondersteunen en hierbij hun eigen ervaring in kunnen zetten in het helpen van de ander.

Meer weten

Dossier(s)

Tags

In voor zorg-deelnemer

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg