invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Wijkgericht werken: Iemand of niemand - Wie zorgt er voor de buurman?

Gepubliceerd op: | Laatst gewijzigd op:

De laatste tijd lees ik steeds vaker dat de wijkverpleegkundige als generalistische zorgprofessional als dé oplossing wordt gezien om een gezonde wijk te realiseren.

Het lijkt daarbij de bedoeling dat zij zo min mogelijk zelf doet, maar vooral dat zij zorgt dat mensen zelf weer verantwoordelijk gaan worden voor hun welzijn en gezondheid en, als er toch wordt besloten dat zelfzorg niet het gewenste resultaat (volgens wie?) oplevert, het werk uitbesteed wordt aan anderen. Liefst buren, vrijwilligers of familie. Dit leidt er onder andere toe dat de organisaties die bemiddelen in vrijwilligers, mantelzorgers ondersteunen en mikken op samenwerking in de wijk als paddenstoelen uit de grond schieten. In Amersfoort inventariseren ze huis aan huis welke hulp mensen kosteloos willen bieden aan hun buren. Het zullen toch vooral de (buur-)vrouwen zijn die deze ‘naastenzorg’ zullen gaan bieden. Zie daar het spoedig krimpen van de bevochten ruimte die werkende vrouwen hebben ingenomen binnen het publieke domein. 

Het signalerend en preventief werken en het stimuleren van de zelfredzaamheid van medebewoners zijn voorbeelden van competenties die in het nieuwe expertisegebied van de wijkverpleegkundige (november 2012-V&VN) veel aandacht krijgen. In de praktijk is dit niet-geïndiceerd werken een grote uitdaging voor wijkverpleegkundigen, die onder de huidige omstandigheden moeten schipperen binnen de nauwe grenzen van hun tijd en regelruimte. Het huidige taakgericht en prestatiegedreven werk staat haaks op het teruggeven van zelfstandigheid aan de burgers. Voor ‘het bevorderen van inzet van eigen kracht en zelfredzaamheid’ krijg ik geen Centrum indicatiestelling zorg (CIZ)- indicatie los. Het liefst ga ik als onafhankelijk zuster lekker de boer op in mijn wijk om noodzakelijke zorg te bieden. Zonder minutenregistratie en effectiviteitsnorm om de overhead te financieren! Maar dat kan niet. Dagelijks botsen belangen, normen en waarden met elkaar.

Een kleine illustratie. Een dochter belt mij op dat ze zich zorgen maakt om haar moeder. Zij zou graag thuiszorginzet zien. Ik bel mevrouw op voor een oriënterend gesprek. Tijdens het gesprek wordt het duidelijker: mevrouw voelt haar dochter over haar schouders meekijken en twijfelt, zij wil het eigenlijk graag zelf doen. Ik voel mijn thuiszorgorganisatie in mijn nek hijgen (‘binnenhalen die klant!’) maar ook de overheid (‘mevrouw moet haar eigen kracht inzetten! Laat het netwerk het oplossen!’) en haar dochter is helder (‘ik kan en wil mijn moeder niet helpen; waarom doet u het niet? Dit kan zo echt niet langer. Zij heeft er recht op!’). Uiteindelijk zitten wij gevangen in een wirwar van tegenstrijdigheden. Nu weet ik weer waarom ze de wijkverpleegkundige de ‘spin in het web’ noemen.

De centrale vragen die op ons afkomen hebben alles met grenzen te maken: grenzen van wat acceptabel is, wat voldoende kwaliteit van leven, zelfredzaam, veilig, hygiënisch en netjes is. En wie dat nu gaat bepalen. Grenzen aan de bemoeienis met een ander. Grenzen aan ieders draagkracht en draaglast. Ik zie het als grote uitdaging met elkaar op pad te gaan om het zorglandschap anders in te richten. Zoals het nu gaat, kan het ook niet langer. Welke zorg is nou écht nodig? En wie gaat het doen?

Blog door Drs. Sandra van Dalen, Wijkverpleegkundige te Amersfoort

Meer weten

Deze blog maakt deel uit van de estafetteblog 'Wijkgericht werken'. Schrijvers van de blogs delen vanuit verschillende functies en organisaties hun visie op dit onderwerp. Lees ook de volgende blogs:

Dossier(s)

Tags

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg