invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Do’s, don’ts en dreams: spetterende afsluiting Thematranche Welzijn met Congres 'Sociaal werk beweegt'

Gepubliceerd op: | Laatst gewijzigd op:

Met het Congres 'Sociaal werk beweegt' markeerden deelnemers – met praktische resultaten en verhalen – op 13 februari 2017 de afsluiting van de Thematranche Welzijn van In voor zorg! Een levendige dag vol discussie. Met aan het einde de presentatie van een e-zine vol verhalen over deze thematranche, en de belofte dat nu een prachtige basis gecreëerd is om verder op te bouwen.

congres

Ruim vierhonderd bezoekers verzamelden zich op 13 februari in het Nieuwegeins Business Center voor 'Sociaal werk beweegt'. Een bijzonder congres, niet alleen omdat het de afsluiting markeerde van de Thematranche Welzijn van In voor zorg!, maar ook omdat het niet – zoals traditionele congressen – begon met een plenair deel en daarna parallelsessies. De bezoekers – vooral medewerkers van sociaalwerkorganisaties, gemeenten, zorgorganisaties – konden al aan het begin van de dag meteen met elkaar in discussie. Om te beginnen over de “do’s”, waarin deelnemers aan de thematranche (veertien grotere en veertien kleinere welzijnsorganisaties) korte pitches hielden over het In voor zorg-traject dat zij hadden doorlopen, gevolgd door discussie.

Digitale burenhulp

Een van die pitches kwam bijvoorbeeld van ONS Welzijn en ging over “SamSam met kanteling voor ogen”. SamSam is een digitale burenhulp service, die bedoeld is om vraag en aanbod op het gebied van informele hulp bij elkaar te brengen. Het uitgangspunt is diensten om niet, bedoeld om te voorkomen dat hulpvragen het formele circuit bereiken als dit niet nodig is om tot een goede oplossing te komen. De sociaal werker van ONS Welzijn speelt alleen een begeleidende rol als dit nodig is. Een voorbeeld: als iemand de vraag post dat hij iemand zoekt die iedere week een keer zijn dementerende vrouw gezelschap kan houden, dan kan het zijn dat aanbod uitblijft omdat iedere week een te zware verplichting is. De sociaal werker kan dan voorstellen hiervoor meerdere mensen te zoeken, zodat het niet eens per week maar eens per maand is. Bovendien kan de sociaal werker de hulpvrager ondersteunen door te helpen diens sociale netwerk in kaart te brengen. Indien nodig kan ook een vrijwilliger worden gezocht.

Als spin-off van SamSam zijn al het SamSam Café en SamSam Samen Eten tot stand gekomen. De kern is ontmoeting bewerkstelligen. Niet alleen om meer vraag en aanbod bij elkaar te brengen, maar ook om bij te dragen aan de oplossing voor eenzaamheid die mensen kunnen ervaren. Een vereenvoudigde versie van de effectencalculator biedt inzicht in de vraag wat de begeleiding van ONS Welzijn kost versus wat de kosten zouden zijn als die begeleiding niet zou worden geboden. De digitale burenhulp service is bekostigd met financiële ondersteuning van de Provincie Brabant en is ook voor andere partijen beschikbaar.

pitch

Het verschil zichtbaar maken

In een andere zaal werd verteld over het probleem van Haarlemmer Vecht: hoe maak je als brede welzijnsorganisatie zichtbaar hoe je het verschil kunt maken voor burgers. Het In voor zorg-traject maakte duidelijk dat het antwoord voor een belangrijk deel zit in zichtbaarheid. De gezochte samenwerking met het buurtinitiatief Burenhulp speelde een belangrijke rol om die zichtbaarheid te bewerkstelligen. Inmiddels begint die samenwerking nu al in zestien wijken vorm te krijgen. Het motto is: iedereen doet ertoe. Het gaat erom de burger te zien en te erkennen in wat die wenst en ingewikkeld vindt.

De vraag uit de zaal of de decentralisatie voor Haarlemmer Vecht positief had uitgepakt kon eenduidig worden beantwoord: nou en of. Maar het antwoord op een andere vraag bleef nog ongewis. Die ging over het feit dat je als welzijnsorganisatie mensen helpt om door te stromen van hulp die geld kost naar een vorm van zelfredzaamheid waarbij veel meer ondersteuning vanuit het informele circuit wordt geleverd. Maar waar blijft de beloning die het mogelijk maakt om nieuwe initiatieven te ontwikkelen? De angst was dat als organisaties niet durven afschalen, alleen maar méér aanbod wordt gecreëerd. Het geld moet van de aanbieders terug vloeien naar de samenleving, zo klonk het. Waarmee min of meer vanzelfsprekend de lijn werd getrokken naar het tweede deel van het congres, dat over de “don’ts”, waarin het dilemmaspel werd gespeeld.

Het dilemmaspel

In het tweede gedeelde van het symposium werd in kleine groepjes gediscussieerd aan de hand van vragen en stellingen die iedereen in de doelgroep herkent, zoals:

  • Moet ik alle burgerinitiatieven accepteren, ook als ik weinig vertrouwen in de initiatiefnemer heb?
  • Is de veiligheid gegarandeerd als ik de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking overlaat aan vrijwilligers in het buurtnetwerk?
  • Opdrachtgever, partner en uitvoerder zijn, is dat te combineren?
  • De gemeente moet loslaten, maar als het misgaat wordt de wethouder erop afgerekend.
  • Ontstaat verandering vanzelf of moeten we hierop sturen?
  • De gemeente wil prestatieafspraken, maar als aanbieder willen wij meten op effecten.

dilemmaspel

Aan de discussietafels in de diverse zalen ontstond stevige discussie. Over de vraag hoe je omgaat met burgerinitiatieven waarbij je als welzijnsaanbieder twijfels hebt over de haalbaarheid bijvoorbeeld. Je wilt initiatieven beslist niet in de kiem smoren, maar je wilt ook niet dat er niets van terechtkomt en dat je uiteindelijk toch alles zelf moet doen. Ook wil je niet uitgaan van wat je zelf te bieden hebt, je wilt juist van de behoefte onder de burgers uitgaan. Toch wil je niet vooraf met een afvinklijstje komen om te bepalen of je wel of niet meegaat met een idee. Een goede oplossing bleek om bij twijfel te zeggen: “Prima idee, maar werk het eerst uit, dan praten we verder”.

Heel herkenbaar voor de aanwezigen was ook de discussie over zelfsturende teams. Als teamcoach moet je op je handen zitten en de teams zelf tot oplossingen laten komen. Terwijl je als leidinggevende (wat veel teamcoaches in hun oude functie waren) juist geneigd was om oplossingen te bieden en dingen uit handen te nemen. Wat je wel kunt doen, opperde iemand als compromis, is voorbeelden aandragen van hoe zaken elders worden opgepakt. Maar dan nog moet je teams de ruimte laten om te beslissen of ze er wel of niet mee aan de slag gaan.

Ook het punt van de prestatieafspraken die gemeenten wensen leidde tot discussie. Bij een kind met afwijkend gedrag kunnen de maatschappelijk werker, de jeugdarts én de opvoedondersteuning een rol spelen. Hoe toon je dan aan de gemeente aan wat ieders rol heeft opgeleverd? Wat zegt een managementrapportage of het aantal klantcontacten? Wat zegt de inzet op preventie? Is het niet voldoende als de klant zegt tevreden te zijn? Concrete antwoorden op deze vragen bleven vooralsnog uit. Wel was er de constatering dat gemeenten in toenemende mate bereid zijn zich als partners op te stellen. Voor de aanbieders biedt dit ruimte om in de dialoog met de gemeente te benoemen wat hun kracht is.

Hardop dromen

Na de lunch was het tijd om te dromen. Wat is de gedroomde betrokken inwoner? Wat is de gedroomde wijk? Wat is de gedroomde bekostiging? Wat is de gedroomde initiatiefruimte? Die gedroomde betrokken inwoner bleek volgens de aanwezigen iemand te zijn die zich uitgenodigd voelt om initiatief te nemen, en die zich geaccepteerd voelt in de samenleving waarin hij woont. De crisis heeft in die zin iets moois gebracht dat mensen in werkloosheid iets zijn gaan betekenen voor anderen, merkte iemand op. De hoop is dat dit nu wordt vastgehouden. Dat een bedrijf bijvoorbeeld het idee omarmt om de lunch voor de medewerkers te regelen in dat restaurant aan de overkant van de straat, waar wordt gewerkt met mensen met een verstandelijke beperking.

Maar er moet echt nog wel wat gebeuren, zo bleek uit de discussie die in dit deel van het symposium werd gevoerd. Iemand merkte op: “Eigenlijk zijn we allemaal te egoïstisch”, in de zin van: iedereen is nog gericht op continuïteit van zijn eigen activiteiten. Ook werd opgemerkt dat vernieuwing nog te vaak op de schouders van een innovatiegericht individu rust. En de burger moet nog erg worden meegenomen in de beweging. Als voorbeeld werd een burgertop in Velsen aangehaald, waarvoor de gemeente achtduizend burgers aanschreef. Slechts 162 kwamen opdagen, met name de usual suspects: de 55-plussers die al vrijwilligerswerk doen. Niet voor niets zijn gemeenten er de laatste tijd erg op gebrand om verenigingen te laten bestaan, merkte iemand anders op, omdat dit immers ontmoetingsplaatsen bij uitstek zijn. Veel verenigingen spelen hier ook al op in, door hun deuren open te zetten voor iedereen in de wijk.

Volop ondersteuning voor het vervolgtraject

Er moet inderdaad nog wel wat gebeuren, erkenden Marijke Vos van Sociaal Werk Nederland, Yvonne van Mierlo van Movisie en Greet Bouwman van Verdiwel. Deze drie partijen willen de al met de thematranche welzijn in gang gezette verandering graag in de praktijk actief blijven ondersteunen, gaven ze aan. De partijen die aan deze thematranche hebben deelgenomen, hebben laten zien hoe waardevol het is om in leerkringen te leren van elkaar. De oproep aan alle andere aanbieders was daarom: doe dit ook.

Erik Gerritsen, secretaris generaal bij het ministerie van VWS, nam vervolgens van Marie-Antoinette Bäckes (projectleider van de Thematranche Welzijn) symbolisch het eerste exemplaar in ontvangst van het e-zine 'Sociaal werk beweegt', waarin praktische resultaten van deelnemers aan de thematranche over het voetlicht worden gebracht. Ook Gerritsen erkende dat nog vervolgstappen nodig zijn. Tegelijkertijd hield hij de aanwezigen ook voor dat ze al heel veel hebben bereikt om trots op te zijn. Ze kunnen ook rekenen op volledig commitment van het ministerie, stelde hij. Al wil dit niet top-down de agenda gaan bepalen, want het is nu juist de energie in de wijken en buurten die moet loskomen en benut moet worden. Hij hield een pleidooi voor de egoloze hulpverlener. ‘De ultieme professionaliteit is kunnen genieten van mensen die zeggen dat ze het zelf hebben gedaan’, zei hij. Hij raadde de aanwezigen aan om vanuit de praktijk verder te ontwikkelen en op te schalen waar nodig. Niet alleen door de bestuurders te betrekken bij problemen die professionals zelf niet kunnen oplossen, maar door zo nodig ook het ministerie erbij te betrekken. Hij gaf gul zijn mailadres (e.gerritsen@minvws.nl) en beloofde dat het ministerie daar waar mogelijk altijd wil helpen om grenzen te slechten als dit mogelijk is.

gerritsen

Tot slot had gespreksvoorzitter Lucas de Man (Stichting Nieuwe Helden) nog een boodschap voor alle aanwezigen in de zaal: ‘De beste manier om het proces aan te gaan waar jullie nu voorstaan is iedere dag te beginnen met de gedachte: “Ik weet het niet, maar die ander weet het ook niet”. Durven erkennen dat je het niet weet zet aan tot actie.’

Meer weten

Dossier(s)

Tags

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg