invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Innoveren met een maatschappelijke businesscase

Gepubliceerd op: | Laatst gewijzigd op:

Toen de gemeente Apeldoorn in 2014 sociale wijkteams in stelling bracht voor met name multi-problematiek, vroegen de welzijnsnetwerkers zich af wat de consequenties waren voor het sociaal werk. Zij wilden de meerwaarde van de preventieve rol van sociaal werk, én van hun samenwerking, duidelijk maken. Ook de gemeente vond dit een goed plan. De gemeente en de betrokken organisaties besloten hierin samen te investeren. Vervolgens werd dit gekoppeld aan de coaching van het In voor zorg!-traject.

Maria van der Maat, als buurtregisseur bij Stimenz onderdeel van het Welzijnsnetwerk Noord-Oost Apeldoorn: “We hadden twee ambities. Ten eerste wilden we de praktijk van alle dag laten zien aan de hand van praktijkcasussen. We wilden met die casussen aannemelijk maken dat je met welzijnsinterventies ‘erger’ voorkomt. Ten tweede wilden we innovatie bevorderen, door anders naar casussen en de mogelijke aanpak te kijken”. Als buurtregisseur legt ze verbindingen in de wijk, signaleert ze kansen en problemen, alles met als doel de leefbaarheid te verhogen.
Het welzijnsnetwerk Noord Oost heeft in een rapportage de interventies in een aantal casussen laten beschrijven, inclusief de kosten en de effecten. Ook komen daarin de maatschappelijke business cases aan de orde die een impuls gaan geven aan het welzijnswerk omdat die richting geven aan de manier van werken in de toekomst.

Meerwaarde sociaal werk

Uit de praktijkcasussen werd duidelijk dat het sociaal werk enorm bijdraagt aan de kwaliteit van leven van inwoners. Ook werd het in de meeste gevallen duidelijk hoeveel kosten werden voorkomen door de welzijnsinterventies. Bij de sociaal werkers leidde het tot meer bewustzijn van die kosten en investeringen. Ook de inzet van vrijwilligers levert meerwaarde op. Neem bijvoorbeeld een cliënt die 24 uur per week vrijwilligerswerk doet. Dit werk vertegenwoordigt ook een economische waarde. Deze bedraagt 120 tot ruim 400 euro per week, dus zo’n 6000 tot ruim 20.000 euro per jaar.

Zegt het voort!

Bezig zijn met de meerwaarde van sociaal werk gaf veel beweging in het welzijnsnetwerk Noord-Oost. Het team vond de ervaringen en inzichten zo waardevol dat het besloot hun aanpak en bevindingen te presenteren aan andere teams. Daarna volgden presentaties aan de wethouder en de gemeenteraad. Maria: “de raad was erg te spreken over onze presentatie. Men weet wel dat de gemeente met welzijnswerk investeert in preventie maar het is niet zo zichtbaar wat je voorkomt. De raad was erg blij te zien wat hun investering oplevert.”

Innoveren met een maatschappelijke business case

Het werd tijd om de tweede ambitie op te pakken met het ontwikkelen van twee concrete maatschappelijke business cases die beide een lokaal maatschappelijk probleem bij de kop pakken: één daarvan is gericht op het thema ‘schulden’, de ander op het thema ‘slimmer organiseren van vormen van begeleiding’. Maria: “Wij richten ons op de groep van jongvolwassenen die door hun psychiatrische problemen of andere beperkingen weinig tot geen sociaal netwerk hebben. Die behoefte hebben aan het ontmoeten van anderen, vriendschap, zinvolle vrijetijdsbesteding.” Bij de business cases gaat het niet alleen om het uitvoeren daarvan, maar ook om het zoeken naar nieuwe manieren om individuele problemen met een collectiviserend handelingsperspectief op te lossen. Door nieuwe en verrassende coalities in de samenleving te verkennen. Daarnaast stimuleert een maatschappelijke business case ook de ondernemendheid van professionals in het sociale domein.

Veil je schuld

Voor het eerste thema bedacht het team ‘Veil je schuld en je toekomstplan’. Het idee was particuliere fondsen bereid te vinden te investeren in mensen met een relatief kleine schuld én met een toekomstplan. Maria: “We besloten de werkbaarheid van ons idee te gaan onderzoeken met een experiment op postzegelniveau. We vonden in ons team 5 casussen van mensen met een schuld kleiner dan €5.000, met 1 tot 2 schuldeisers. Allen hadden zij een plan voor de toekomst, om in een eigen inkomen te voorzien. Als die schuld maar weg zou zijn. We gingen op zoek naar fondsen die hierin wilden investeren”.

Inmiddels is er al een match geweest tussen een fonds en een cliënt met een schuld én een toekomstplan. Het team heeft op dit moment 2 fondsen en de Rotary Club bereid gevonden mee te werken en is nog met andere in gesprek. Maria: “de fondsen zijn heel bereidwillig, meedenkend en sociaal voelend. Ze snappen de problematiek. Soms willen ze een deel investeren mits het netwerk van de cliënt ook meedoet”.

Succesfactoren

Als succesfactoren van ‘Veil je schuld’ noemt Maria de lokale verbondenheid van de fondsen én het verbinden van hulpverlening aan de cliënten. Dat laatste geeft de fondsen vertrouwen. Het team werkt in het experiment van Veil je geld samen met de Stadsbank. Via hen hebben zij 1 van de fondsen gevonden. Het vinden van fondsen gebeurt met behulp van het eigen netwerk. Via een fonds en door flink rondvragen vind je weer andere fondsen. Een doorontwikkeling kan zijn het vinden van investeerders die er financieel of maatschappelijk baat bij hebben ‘erger’ te voorkomen. Het motief van de nu betrokken fondsen is met name barmhartigheid.

Vinger aan de pols

Het tweede traject is net gestart en richt zich op jongvolwassen die met eenzaamheid kampen. Maria: “Dit kan verschillende oorzaken hebben, zoals een beperking, NAH na een ongeluk, of vanwege angstproblematiek. We zijn nu via RIWIS, het WMO loket, MEE, de Klup, Passie voor Jeugd en Gezin, Stimenz en de wijkverpleegkundige actief 20 personen aan het benaderen. We vragen wat hun behoeften zijn en kijken vervolgens met hen hoe we vanuit buurtpresentie meer maatwerk kunnen realiseren. Mogelijk leidt dit tot minder behoefte aan begeleiding door professionals. Degenen die we nu benaderd hebben, willen graag met leeftijdsgenoten iets doen, bij elkaar komen, zonder dat het een moetje is. Bijvoorbeeld via een gezamenlijke app-groep vragen wie er mee wil naar een film. Voor mensen met een sociaal netwerk wellicht iets vanzelfsprekends, maar voor veel jongvolwassenen met een beperking is dat zeker niet het geval.”

Meer weten

Dossier(s)

Tags

In voor zorg-deelnemer

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg