invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Transitie AWBZ: maak als zorgaanbieder je toegevoegde waarde zichtbaar

Gepubliceerd op: | Laatst gewijzigd op:

Gemeenten zijn belangrijke toekomstige partners van zorgorganisaties. Maar weten ze wel voor welke opgave gemeenten staan? Waar willen ze naartoe? Hoe willen ze dat doen? En welke effecten verwachten ze daarvan? Economisch adviesbureau LPBL raadt zorgaanbieders aan zich hierin te verdiepen. Want met deze kennis kunnen zorgaanbieders hun toegevoegde waarde zichtbaar maken.

De opgave waar gemeenten voor staan

Gemeenten krijgen een groot budget en nieuwe doelgroepen, tegelijkertijd worden ze geconfronteerd met een aanzienlijke bezuinigingsopgave. De verantwoordelijkheden van gemeenten nemen enorm toe. De vergrijzing, het groeiend aantal minima, de toenemende complexiteit van de samenleving en de extramuralisering leiden tot meer vraag naar zorg en ondersteuning. Een vraag die gemeenten moeten beantwoorden.

Voorbereiding gemeente

Gemeenten bereiden zich voor door nieuwe aanpakken te ontwikkelen. Ze onderzoeken:

  • Welke effecten een nieuwe aanpak heeft
  • Wat de verhouding tussen (extra) inspanning en (beoogde) maatschappelijke baten is
  • Waar de kosten en baten zitten
  • Wat de risico’s en randvoorwaarden zijn

Inzicht in het maatschappelijk rendement helpt deze vragen beantwoorden. Met een maatschappelijke kostenbatenanalyse kunnen gemeenten het maatschappelijk rendement meten.

Een maatschappelijke kostenbatenanalyse (MKBA)

Een MKBA brengt de maatschappelijke kosten en baten van projecten of maatregelen in beeld. Dus ‘wat kost het’ tegenover ‘wat levert het op’. Dit resulteert in het maatschappelijk rendement. Een MKBA neemt ook niet financiële waarden mee, zoals kwaliteit van leven of veilig voelen. Vervolgens drukt een MKBA alle waarden in euro’s uit. Zodat kosten en baten goed vergelijkbaar zijn. Veel gemeenten gebruiken een MKBA om de effecten van hun nieuwe aanpak te meten. Daarbij maken gemeenten onderscheid tussen verschillende groepen: van huishoudens die alleen lichte (basis)zorg nodig hebben tot zwaardere gevallen en risicogezinnen.

Twee interventies bovenaan

De meeste gemeenten laten interventies langs 2 lijnen zien:

  1. De gemiddelde kosten voor zorg per huishouden verlagen. Dit kan bijvoorbeeld door efficiënter samen te werken en de eigen kracht van mensen sterker aan te spreken.
  2. Voorkomen dat mensen meer problemen krijgen en dus zwaardere zorg nodig hebben. Hier kunnen gemeenten volgens LPBL de meeste winst halen.

Wel zit er spanning tussen de 2 interventies: met lichte zorg zwaardere zorg voorkomen (interventie 2) kan de kosten per huishouden juist doen toenemen (terwijl interventie 1 die kosten juist wil verlagen).

Frontlijnwerk

Met ‘frontlijnwerk’ willen veel gemeenten voorkomen dat mensen meer problemen krijgen. Dat betekent dat teams actief de wijk ingaan om zorgvragen te vinden. Er tijdig bij zijn dus. Centraal staat 1-huishouden-1-plan: de integrale aanpak, ofwel alle problemen in samenhang oplossen. In de uitvoering van het plan spelen professionals en het eigen netwerk (de Wmo-gedachte!) een rol.

Proefprojecten met wijkteams laten goede resultaten zien: het is effectiever (zowel op gebied van kosten als baten), er is minder terugval en meer bereik, het voorkomt escalatie en inwoners zijn meer zelfredzaam. Een juiste interventie leidt tot stabilisatie op de leefgebieden werk, inkomen, sociale participatie, gezondheid, veiligheid. Dit leidt weer tot betere schoolprestatie van de kinderen, hogere arbeidsparticipatie, een daling van de overlast en onveiligheid, stijging van de kwaliteit van leven. Interessante bij-effecten voor een gemeente zijn: minder uitkeringen, minder re-integratiekosten, minder zorg uit Algemene Wet Bijzondere Zorgkosten (AWBZ) en Jeugd, minder huisuitzettingen. Een MKBA is de cockpit die al deze effecten inzichtelijk maakt.

Toegevoegde waarde zichtbaar maken

Maak als (kleinere) zorgaanbieder je toegevoegde waarde zichtbaar door de volgende zaken in acht te nemen :

  • Spreek de taal van de gemeente
  • Maak helder waar je goed in bent. De wijkteams moeten naast een huishouden gaan staan, escalatie voorkomen en kleine dingen klein houden. Kleinere zorgaanbieders zijn daar goed in.
  • Doordenk de effecten van je eigen werkwijze Bijvoorbeeld: preventie leidt tot minder beroep op dure zorg. Doordenk ook hoe de gemeente als opdrachtgever daarvan profiteert.
  • Heb enkele kengetallen paraat. Bijvoorbeeld: het voorkomen van een uithuisplaatsing van een kind betekent een besparing van € 80.000 per jaar en het voorkomen van een opname in een verzorgingshuis bespaart € 50.000 per jaar.
  • Kies duidelijk positie: generalist of specialist. Een wijk heeft generalisten en specialisten nodig. Meestal zal er een kernteam met generalisten zijn, die kunnen terugvallen op een specialistisch team (dat bijvoorbeeld meerdere kernteams bedient).

Zorgaanbieders die goed op de hoogte zijn van de ideeën, verwachtingen en aanpak van een gemeente, weten welke sterke punten ze naar voren moeten brengen. Zo maken ze zichzelf een logische partner.

Deze tool is gebaseerd op de workshop ‘Zichtbaar maken van toegevoegde waarde: de MKBA als instrument’. Merei Lubbe van economisch adviesbureau LPBL gaf de workshop op de conferentie voor kleinere zorgaanbieders in Maarssen, 24 april 2013.

Meer weten

 

Dossier(s)

Tags

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg