invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Dialoogsessie GgzE De Boei: 'Hoe houd je focus op vakmanschap en cliëntgerichtheid bij zelforganisatie?'

Gepubliceerd op:

Tijdens de dialoogsessie met GgzE De Boei op het eindcongres In voor zorg! werd besproken hoe je de focus op vakmanschap en cliëntgerichtheid houdt als je gaat werken met zelforganisatie. Lukt het om de beleefwereld van de cliënt centraal te stellen als je met zelforganiserende teams gaat werken? Teams gaan alles organiseren en afspreken en vastleggen en regelen, waar is de client dan? Hoe krijg je consencus? Hoe vergroot je de kwaliteit van zorg en verbeter je het vakmanschap?

Multidisciplinaire zelfsturende teams

Inmiddels is De Boei al drie jaar aan de gang met zeventien multidisciplinaire zelfsturende teams, nadat zij in 2014 het traject van In voor zorg! afgerond hebben. GGzE koos in 2013 voor zelfsturende teams om beter aan te sluiten bij de vraag van cliënten die maatschappelijke ondersteuning nodig hebben. Daarnaast wilde GGzE De Boei aansluiten bij het Wmo-beleid van de diverse gemeenten. De teams zijn daarom gebiedsgericht georganiseerd. Boven de teams staat manager Hanneke Henkens. Er zijn geen leidinggevenden meer, alleen zorgprofessionals en vijf teamcoaches. De ondersteunende diensten zijn nog niet gekanteld en vallen onder servicecenters. De zorgteams kunnen rechtstreeks contact opnemen met de ondersteunende diensten.

Van aarzelen naar meer verantwoordelijkheid nemen

Hoe reageerden medewerkes op de nieuwe werkwijze? was een van de eerste vragen van een deelnemer. ‘Ze begonnen heel aarzelend en vroegen zich af wat voor initiatief ze mochten nemen. Gaandeweg pakten ze de regie op en ontstond er meer zelfsturing. Ze vertrouwden steeds meer op de behoeften van de cliënt en handelden daarnaar. Sommige teams gingen wel nieuwe protocollen schrijven. Het resultaat is dat de professionals meer durven en meer verantwoordelijkheid pakken in vergelijking met de oude manier van werken’, deelt Henkens mee. Een idee van een medewerker was bijvoorbeeld om de huur van een locatie op te zeggen. Hij had namelijk een betere huurlocatie gevonden. ‘Een goed idee dat bij minder zelfregie anders niet bedacht zou zijn’, vult Jeroen van Heel, relatiebeheerder bij De Boei aan.

Geen betutteling van medewerkers

De Boei heeft slechts één kaderdocument. Dit is om loslaten te stimuleren. Medewerkers moeten meer en eigenlijk overal ‘ja’ op zeggen, meent de manager. ‘En vragen stellen als ze zich geremd voelen: Waarom heb je deze regel nodig? Waarom pak je dit zo aan? ‘Denk na vanuit onze visie, practice what you preach. Betuttel medewerkers niet langer. Daarnaast leren we van ervaringsdeskundigen en van elkaar. Fouten maken, mag  en hoort ook bij het implementeren van een nieuwe werkwijze.’

Wat de cliënt wil, is belangrijk

Medewerkers behoren zich steeds af te vragen wat de cliënt heeft aan zijn handelingen. Daardoor staan ze dichter bij de cliënt. Ook bespreken ze thema’s samen met de cliënt, bijvoorbeeld over gezond eten en vragen de teams de cliënt aanwezig te zijn bij jaargesprekken. ‘We volgen zo het tempo van de client en sturen op hun waarden; wat zij willen is belangrijk’, aldus Van Heel. De Boei heeft er wel driekwart jaar over gedaan om cliënten over te dragen. Vanwege geografische spreiding van de professionals.

Dialoogsessie GgzE

Vakmanschap

De organisatie vindt het ook belangrijk dat het personeel zich specialiseert in meerdere taken. ‘Met zelfsturende teams krijg je andere taken. Dat dwingt soms tot ontplooing van vakmanschap. Bijvoorbeeld bij de taak om je zichtbaar te maken bij de gemeente. Daarvoor heb je andere vaardigheden nodig’, meent Van Heel.

Voorbeeldige teams

De Boei heeft in het begin de medewerkers laten kiezen in welk team zij het liefste aan de slag wilden gaan. Alle teams maakten dus een nieuwe start met andere medewerkers, een nieuwe cultuur en nieuwe gewoontes. Dat is blijkbaar een goede zet geweest. Per team wordt het toekomstperspectief voor dat team bedacht. Een team hoort ook flexibel te zijn. Als een teamlid weggaat, bespreken ze binnen het team of ze iemand nodig hebben in dezelfde functie of juist behoefte hebben aan een andere invulling.  Of als ze meer met vrijwilligers willen gaan werken. ‘We doen wat nodig is. Als het voor een klant beter is om ondersteuning te krijgen vanuit hun netwerk is dat ook prima. Dan laten we de cliënt los’, zegt Van Heel. De teams zijn naast felxibel ook zelfstandig. Twee keer per jaar bezoekt het management de teams. Om te vragen hoe het gaat. De teams doen alles bijna zelf. En als ze er zelf niet uitkomen, dan lossen zij het probleem op met support van een teamcoach. Voor de teams hebben de ontwikkelingen geleidt tot trots. Trots op de teams en hun organisatie. Want zij gelden nu als voorbeeld voor de ondersteunende afdelingen van De Boei. Die willen nu ook de kant op van zelfsturing.

Feiten

  • 68 Cliënten zijn overgedragen aan de wijkteams van de gemeenten, wat de samenwerking heeft vergroot.
  • 40 Medewerkers zijn gedetacheerd in sociale wijkteams van de diverse gemeenten.
  • De zelfredzaamheid van cliënten is met 17% gestegen (van 2,8 naar 3,3 op een schaal van 5).
  • 7% meer cliënten ontvangen informele zorg
  • De omvang van het management is teruggebracht van 11 fte naar 4 fte.
  • De overhead is gedaald met 10% (van 40% naar 30%).
  • De productiviteit is met 5% gestegen door verminderde reisafstand en zorg dichtbij.
  • Tot 25% bezuinigingen op voorzieningen voor dagbesteding, begeleiding, activering en inloop.
  • De samenwerking met gemeenten en wijkteams is versterkt en resulteert in verschillende nieuwe initiatieven.
  • De teams gingen aan de slag met doelen en resultaten die in een dashboard zijn gevat om de voortgang te monitoren. Het dashboard bevat de planetree-pijlers, helpt medewerkers als gespreksleidraad en zorgde ervoor dat er minder formulieren nodig zijn.

Meer weten

Tags

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg