invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Zorgsaam: Eigen kracht en muren weg

Gepubliceerd op: | Laatst gewijzigd op:

De Rabobank mag dan z’n Triple A-status zijn kwijtgeraakt, Zorgsaam heeft ‘m nog. Vergelijkend onderzoek in 2011 gaf aan dat de Zeeuws-Vlaamse zorgorganisatie qua bedrijfsvoering en financiën in topconditie is. De organisatie biedt ziekenhuiszorg, ouderenzorg, thuiszorg en ambulancevervoer. De tevredenheid van klanten en medewerkers is groot en Zorgsaam doet veel aan innovatie. Desondanks heeft Zorgsaam zich voor de thuis- en ouderenzorg bij In voor zorg! aangemeld. Waarom?

Projectleider Linda van de Velde: ‘In de thuis- en ouderenzorg werken we nog in een traditionele hiërarchie van medewerkers, EVV en teamleiders. We leunen teveel op elkaar. We wachten af wat de ander doet die net wat hoger staat in de hiërarchie. Het wordt hoog tijd dat we medewerkers meer in hun eigen kracht zetten.’ Juist omdat het over het algemeen prima gaat met Zorgsaam, is voor het In voor Zorg-onderdeel gekozen voor de titel ‘Nog beter’, met als subtitel ‘Eigen kracht en muren weg’. Een pilot in Coensdike laat zien hoe het beter benutten van eigen kracht en het slopen van onnodige begrenzingen subtiel samenhangen.

3 extramurale pilots

Het In voor zorg-traject onder begeleiding van In voor zorg-coach Kees Kort bevat in aanvang 3 extramurale pilots, gericht op ouderenzorg, huishoudelijke zorg en thuiszorg. Het traject is net begonnen. Twee pilots moeten nog uit de startblokken, één pilot is op 1 oktober 2012 gestart: in het plaatsje Aardenburg, in en rondom zorgcentrum Coensdike krijgen cliënten met dementie fulltime begeleiding van een vast team dat uit verschillende disciplines is samengesteld. Projectleider Linda van de Velde over de rode lijn in de 3 pilots: ‘We moeten af van hokjesdenken, we kunnen veel meer voor de cliënt betekenen door teams integraal en zelfsturend te laten werken. We bouwen bijvoorbeeld de aparte functie van EVV’er af. Uitgangspunt is dat iedere medewerker inhoudelijk ook een EVV’er is.’ In voor zorg-coach Kees Kort over de onderliggende methodiek: ‘Een inspiratiebron is het boek “Teams beter in thuiszorg?” van Matthijs Almekinders, een boek dat de sociotechnische organisatievernieuwing uit het bedrijfsleven toepast op de thuiszorg.’

Gezamenlijke huiskamer

De pilot in Coensdike richt zich op een gezamenlijke huiskamer voor mensen met dementie. Onder begeleiding voeren zij een huishouden en doen spelenderwijs activiteiten die het dementieproces kunnen vertragen. Teamleider Karien de Vrieze: ‘Tot voor kort kwamen deze zelfstandig wonende cliënten van 9.30 tot 20.00 uur naar een algemene huiskamer. Buiten deze uren kregen de meesten in hun eigen woning verzorging en huishoudelijke ondersteuning. Die hulp thuis gebeurde door andere, steeds wisselende medewerkers. Verwarrend als je dement bent. De essentie van de pilot die 1 oktober 2012 is gestart, is dat er 1 team is, met 12 medewerkers die deze mensen zowel in de huiskamer als in de thuissituatie begeleiden.’

Eerste ervaringen

Karien de Vrieze: ‘Deze nieuwe aanpak is vooraf met de cliënten, met mantelzorgers en de familie besproken. Iedereen was er blij mee. Een deel van de medewerkers moet nog wel wennen aan de nieuwe aanpak. Niet dat het allemaal zo ingewikkeld is, maar het feit alleen dat er iets verandert, zorgt voor onrust. Dat merk je trouwens ook bij collega’s die zelf niet met de pilot meedoen. “Dit is niet goed, jullie zijn te vroeg begonnen, er moet nog van alles geregeld worden”, hoor je dan. Je merkt dat het voor sommige medewerkers lastig is om het geheel te overzien.’ Er is in dit verband nog een opmerkelijke observatie. Karien: ‘Er is een paar bewoners dat niet aan de huiskamerbijeenkomsten meedoen, maar die wel ondersteuning krijgen van het pilotteam. Sommige collega’s vinden dat we deze mensen nu te weinig aandacht geven. Opmerkelijk, want ze doen niet mee in de huiskamer, juist omdat ze zich nog redelijk kunnen redden en dus ook minder behoefte hebben aan intensieve aandacht.’

Verdieping van de pilot

De setting van de nieuwe werkwijze is nu weliswaar in de pilot geïntroduceerd, maar het principe van de zelfsturing moet nog worden ingevuld. Een bewuste keuze die overkoken moet voorkomen, meent Karien de Vrieze. ‘Ik doe nu nog veel als teamleider. Geleidelijk aan komt er meer zelfsturing in. Nu al kijken 2 collega’s mee naar de planning, een andere collega houdt de werkverdeling bij.’ In de pilot-begeleiding zijn de taken verdeeld. ‘Een collega-teamleider is inhoudelijk sterk in de dementieproblematiek. Ik zelf verdiep me vooral in de zelfsturing. In dit kader ben ik pas naar een zelfsturingcongres van In voor zorg! geweest. Met In voor zorg-coach Kees Kort is afgesproken dat hij de pilot vooralsnog aan ons overlaat. Als we er niet goed uitkomen, springt hij voor advies bij. We bespreken binnenkort de voortgang met hem.’

Niet teveel tegelijk of te snel

De In voor zorg-pilots passen in een reeks van verbeteringen die de laatste jaren bij Zorgsaam zijn doorgevoerd. Dat schept verplichtingen, maar ook risico’s. De net gestarte pilot in Coensdike laat zien dat tempoverschillen en verschillen in directe betrokkenheid bij de omslag fricties kunnen geven. Linda van de Velde: ‘Je moet inderdaad niet teveel tegelijk willen veranderen.’ Zorgsaam-bestuurder Arnold Schelfhout: ‘Je moet bovendien niet alle doelstellingen tegelijkertijd in stelling willen brengen. In de net gestarte pilot gaan we bijvoorbeeld niet uit van te behalen productiecijfers. Die laten we bewust los, omdat we weten dat het belang van productiecijfers vanzelf goed komt als het team goed gaat draaien.’ Kees Kort: ‘Dit traject maakt blijkbaar veel mensen enthousiast, maar de ambitie kan ook té hoog zijn. Een groep medewerkers wil vooral dóórstomen. Ze lezen boeken over organisatieveranderingen en kijken niet op een uurtje doorwerken. Dat is mooi natuurlijk, maar in het geleidelijk uitbouwen van een nieuwe manier van werken, kan al te tomeloze inzet op de langere termijn ook risicovol zijn.’

Effecten op andere regio’s

Zorgsaam liet zich door andere trajecten inspireren. Kees Kort: ‘We hebben 6 vernieuwingstrajecten binnen ZorgSaam zelf bestudeerd en zijn met z’n allen met de bus naar de organisaties Thebe en Sint Jozef geweest, waar ervaring is opgedaan met succesvolle In voor zorg-trajecten.’ Die ervaringen worden nu verwerkt in het In voor zorg-traject in het westen van Zeeuws-Vlaanderen. Zorgsaam onderscheidt van oudsher 3 gebieden: Oost, Midden en West. Arnold Schelfhout: ‘In de bus gingen ook medewerkers uit Oost en Midden mee. Veel gepraat in de bus. Dat laatste alleen al verhoogde de bereidheid tot veranderingen.’

Dezelfde koers varen

West is dus nu met 3 pilots aan zet. Maar dat betekent niet dat ondertussen Oost en Midden zonder meer doorgaan op de traditionele weg. Linda van de Velde: ‘Via het ontwikkelplatform blijven ook de mensen uit Midden en Oost betrokken en hebben we aansluiting gemaakt met de ondersteunende diensten waardoor we uiteindelijk in alle regio’s dezelfde koers zullen varen.’ Oost, West en Midden kunnen overigens door cliëntenpopulatie, regio en cultuur verschillen in de manier waarop nieuwe teams gaan werken. Arnold Schelfhout: ‘Dit is een kwestie van organisch groeien, verschillen zijn niet erg. Het komt vanzelf in balans.’

Samenwerking met gemeenten

Zelfstandigen en integrale teams liggen niet alleen goed bij cliënten, maar ook bij gemeenten, omdat ze effectiever en efficiënter mensen kunnen helpen in het behoud van zoveel mogelijk zelfstandigheid. Wat die gemeenten betreft voert Zorgsaam al langer een op dialoog gerichte koers. Bestuurder Arnold Schelfhout: ‘We focussen ons in de contacten met gemeenten niet op financiën, maar op visie.’ Zowel de bestuurders als In voor zorg-coach Kees Kort benadrukken dat typisch Zeeuws-Vlaamse kenmerken de samenwerking vergemakkelijken. Arnold Schelfhout: ‘Gebiedsgericht werken is typisch Zeeuws-Vlaams. Het partnerschap dat we hebben in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is dat ook.

We volgen een consistente lijn. We hebben nu een Wmo-contract van 10 jaar met de 3 grote gemeenten Terneuzen, Hulst en Sluis. Afspraak met de gemeenten Hulst en Terneuzen is ook dat we werken met een budget in plaats van een factuur voor iedere keer dat we thuiszorg leveren. Van belang is ook dat we niet de enige reguliere thuiszorgleverancier zijn. De klant in Zeeuws-Vlaanderen heeft wat te kiezen.’

Ondertussen ontkomt ook Zorgsaam er niet aan dat bepaalde taken door een andere financiering uit het pakket moeten verdwijnen. Arnold Schelfhout: ‘Wat wegvalt, lossen we anders op. Bijvoorbeeld een zelfstandige strijkdienst en een tuindienst voor mensen met een uitkering. Gemeenten en Zorgsaam geven samen de aanzet tot dit soort initiatieven.’

Interview door Rob van Es.

Meer weten

Tags

In voor zorg-deelnemer

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg