invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Zorggroep de Vechtstreek zet Mentaal welbevinden op de kaart

Gepubliceerd op: | Laatst gewijzigd op:

Hoe kunnen wij de implementatiekracht van de organisatie verbeteren? Dat is de centrale vraag waar Zorggroep de Vechtstreek binnen het In voor zorg-traject antwoord op wil krijgen. Het traject valt uiteen in 3 onderwerpen: professionalisering van de thuiszorg, vergroten van kennis en vaardigheden op het gebied van Mentaal welbevinden en het verbeteren van het gastvrijheidsconcept in een van de locaties.

In voor zorg-coach Marja van Berkel: ‘Uit audits van Zorggroep de Vechtstreek bleek dat het domein Mentaal welbevinden onvoldoende naar voren kwam in het Zorgleefplan (ZLP) en dat er niet goed op gerapporteerd werd. Ook was er geen duidelijk onderscheid tussen de 4 domeinen in het ZLP, iets dat Zorggroep de Vechtstreek wel heel belangrijk vindt.’

Moeilijke term of menselijke maat

Wat is Mentaal welbevinden eigenlijk? En kun je daar andere woorden, in minder hoogdravend Nederlands, voor vinden? Marja: ‘In de trainingen hebben we veel gewerkt met deze vragen: “Wat maakt de bewoner blij? Wat maakt dat een cliënt een goede dag heeft? En, hoe kun jij die cliënt het beste ondersteunen?” Het bleek voor medewerkers, vrijwilligers en mantelzorgers lastig om het begrip Mentaal welbevinden concreet te krijgen; ze denken vaak te moeilijk. Aan hen vroeg ik: “Wat maakt voor jou een goede dag? Wat maakt jou blij?” Van daaruit keken we naar wat de cliënt blij zou kunnen maken.

Heel vaak kwam daaruit: de wind op mijn gezicht voelen, buiten wandelen, eten met vrienden en kinderen, de bloemen die weer opkomen; kleine maar heel belangrijke dingen. Dus niet die wintersportvakantie of iets dergelijks. De omgeving is vaak ook belangrijk: dat cliënten hun eigen spullen hebben, daardoor voelen ze zich beter in hun eigen kamer. En, als het begrip eenmaal duidelijk is, kun je doelen stellen, resultaten formuleren, rapporteren en het met de cliënt en anderen bespreken, in bijvoorbeeld de multidisciplinaire overleggen (MDO).

Mentaal welbevinden is heel persoonlijk

Voor iedere cliënt is Mentaal welbevinden iets anders. In de eerste 6 weken na inhuizing wordt er extra veel aandacht besteed aan het definiëren van dit begrip voor de betreffende cliënt. Marja: ‘De zorgprofessionals vragen dan: “Wat deed u thuis? Hoe was uw dagindeling? Wie was daarbij betrokken, de buren of uw kinderen? Wat deed u vroeger, en wat zou u fijn vinden om hier te doen? Wat is belangrijk voor u?” Er werd vaak gerapporteerd op problemen, “Mevrouw is verdrietig vandaag”, terwijl het juist heel interessant is wat iemand blij maakt. Als je dat weet, dan kun je die dingen aanbieden in een periode dat de cliënt het moeilijk heeft.

Denk bijvoorbeeld aan de nachtzorg die zegt: “Ik maak ’s nachts een praatje met die mevrouw, want dat vindt ze fijn. Dan heb ik wat meer tijd voor haar dan overdag”. Dat is waar het om gaat; die echte aandacht en er zijn voor iemand. Even bij iemand gaan zitten, even vragen hoe het gaat. Uit onderzoek blijkt dat dat effect nog lang doorwerkt. Zo’n hele dag kan goed zijn omdat er één iemand is geweest die heeft gezegd “Ik ga even bij u zitten ik drink dat kopje koffie met u. Ik luister naar wat u bezig houdt”.

Welzijn op een andere manier bekeken

Zorggroep de Vechtstreek heeft al voordat het traject van In voor zorg! begon een welzijnsnotitie opgesteld waarin Mentaal welbevinden op een andere manier bekeken werd. Hierin werd ook geestelijke verzorging meegenomen in de breedste zin van het woord: welzijn, zingeving en religie. ‘De dialooggroep Mentaal welbevinden ging met deze notitie aan de slag en kwam elke 2 weken bij elkaar met een duidelijke opdracht, waaronder het opstellen van notities voor vrijwilligers- en mantelzorgbeleid. Mentaal Welbevinden moet beter op de kaart worden gezet.

De groep bestond uit 10 mensen: 3 eerst verantwoordelijke verzorgenden (EVV’ers), 2 teamleiders, en 3 activiteitenbegeleiders, de manager wonen, welzijn en zorg vanuit het managementteam (MT), en de coach van In voor Zorg!’, vertelt Marja. ‘Vrijwilligers en mantelzorgers worden steeds belangrijker door ontwikkelingen in de samenleving: een overheid die zich terugtrekt, organisaties die minder middelen krijgen. De mantelzorgers en vrijwilligers binnen Zorggroep de Vechtstreek hebben al een grote rol, maar die rol willen zij nog groter maken. De zorgorganisatie ziet hen als onderdeel van integrale teams: met een kern van de cliënt en professionals en daaromheen een flexibele schil van vrijwilligers en mantelzorgers.’

Kennis en vaardigheden in de praktijk

Het is goed dat er beleid gemaakt is op het onderwerp Mentaal welbevinden. Maar, hoe gaan de zorgprofessionals in de praktijk aan de slag met dit onderwerp? Marja: ‘Gebrek aan tijd bij de zorgprofessionals is vaak lastig. Het rapporteren en het onderscheiden in domeinen, dat zit vaak niet in de genen van “doenerige” verzorgenden. De druk is groot; een heleboel dingen moeten gebeuren. Zij gaan nu met het Elektronisch Cliënten Dossier (ECD) werken; dat helpt hen omdat je dan eerst doelen moet formuleren, voordat je daarop kunt rapporteren. De zorgprofessionals weten nu wat het begrip Mentaal welbevinden inhoudt en hoe belangrijk samenwerking daarin is. Men kijkt nu anders naar het beroep en heeft een andere beroepshouding.

Er was een teamleider die zei: “Ik begin de dag nu vrolijk en enthousiast omdat ik weet wat voor invloed dat eigenlijk op anderen heeft.” Ook zei ze: “Ik hoor dat mijn medewerkers er met elkaar over praten op de afdeling. Dat ze aan elkaar vragen, hoe doe jij dat nou?” Er is wat in beweging gezet. En het heeft de aandacht wat meer weggehaald bij puur het lichamelijke en de ziekte. Er wordt nu meer gekeken naar de persoon achter de cliënt, wat deze nog wel kan, wat iemand blij maakt en wat je hier als professional, en als mens in kunt betekenen. De mensgerichte zorgprofessional vindt het fijn om te merken dat dat mag. En dat geeft hen zelf ook weer veel positieve energie.’

In voor zorg-traject: het einde nadert

Het In voor zorg-traject bij Zorggroep de Vechtstreek nadert haar einde, over 3 tot 4 maanden moet het afgerond zijn. Er worden verbeteringen zichtbaar op de verschillende locaties. Marja: ‘Een locatie springt er écht uit, daar worden de doelen al heel uitvoerig geformuleerd op het domein Mentaal welbevinden. Dat zie je terug in de rapportages en ook in de multidisciplinaire overleggen. Dat laatste is heel belangrijk: het is een thema, het ligt op tafel en we praten erover. Ik weet van specialisten ouderengeneeskunde dat die niet dol zijn op medicijnen. Dan moet je wel dat andere stuk ook meenemen en kijken hoe het met iemand gaat. Als het niet zo goed gaat moet je kijken hoe je dat kunt ondersteunen met gerichte interventies door verzorgenden, activiteitenbegeleiders en het hele netwerk dat eromheen zit.

Dat kun je alleen als je inderdaad goed de doelen formuleert en het domein duidelijk omschrijft. Ik geloof erin dat iedereen, van hoogleraar tot helpende, in staat is om zijn werk te doen en te kijken hoe dat beter kan. Daarom adviseer ik de bestuurder en het MT om het kleiner te maken: “Wat betekent het voor jou, wat verwachten we van jou, wat ziet het MT als toekomstvisie en wat zou jij kunnen bieden in dit veranderingstraject?” Bij implementeren en veranderen gaat het erom dat iedereen er een beeld bij heeft en de kans krijgt om mee te denken en er vorm aan te geven.’

De cliënt staat echt voorop!

‘Wat ik bijzonder vind aan dit traject is dat de organisatie Mentaal welbevinden – een redelijk soft onderwerp - belangrijk vindt en dat zij dat aspect willen verbeteren voor hun cliënten. Zelfs met alle andere dingen die nu voor hen spelen in de zorg: ze krijgen leegstand en er komen andere productieafspraken, maar ze hebben dit wél op de kaart staan’ vertelt Marja trots. ‘Andere In voor zorg-deelnemers kunnen leren van de projectmatige aanpak die bij de implementatie van zo’n kwalitatief onderwerp heel belangrijk is. Je moet het op de kaart durven zetten en diagonaal door je organisatie heen de verandering aangaan.

De bestuurder zegt nu: “Wij moeten ruimte geven om fouten te maken.” Dat zou hij 1 jaar of 1,5 jaar geleden niet gezegd hebben. Dat zijn de merkbare resultaten, niet de meetbare. Ik ben benieuwd hoe de evaluatie met de stuurgroep zal verlopen maar er is absoluut een positieve tendens: er wordt in de hele organisatie meer ruimte gegeven op basis van vertrouwen in elkaar. Dat zijn natuurlijk ook grote resultaten voor zo’n traject. De grootste uitdaging van Zorggroep de Vechtstreek is het doorvoeren van een mate van verzakelijking en ingrijpende vernieuwing zonder die familiecultuur, die warmte en loyaliteit naar cliënten en medewerkers kwijt te raken.’

Interview door Wanda Bakker.

Meer weten

Tags

In voor zorg-deelnemer

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg