invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Van teugels naar vleugels bij De Waalboog

Gepubliceerd op: | Laatst gewijzigd op:

Hoe krijgen wij onze medewerkers mee? Uit het medewerkerstevredenheidonderzoek van Stichting De Waalboog bleek dat de medewerkers verandermoe waren. Terwijl veranderingen juist in turbulente tijden nodig zijn om toekomstbestendig te blijven.

De Waalboog biedt zorg en ondersteuning aan 600, vooral intramuraal wonende cliënten. Met een vijfsporenaanpak creëert De Waalboog nu ‘ruimte voor de professional’. Waaronder een Opruimdienst die overtollige zaken aanpakt en aandacht voor leiderschap. Ondertussen wisselen afdelingen koffers met leermateriaal over belevingsgericht werken uit. Een gesprek met bestuurder Emmy Janssen, zorgmanager Marjan Boersma, verpleegkundige Petra Coelen en In voor zorg-coach Ietje Friesen.

Ruimte geven

‘Tot mijn verrassing zei onze coach Ietje Friesen al in het eerste gesprek tegen mij “hoeveel ruimte geef jij het managementteam (MT) eigenlijk?”.’ Bestuurder Emmy Janssen lacht: ‘Ik geef wel ruimte, maar ik heb ook graag controle. Dat was een eyeopener. Want wil je op de werkvloer ruimte creëren, dan moet je het hoog in de lijn ook geven. Dat hebben we met het hele MT omarmd.’ Ietje Friesen legt uit dat medewerkers ruimte moeten durven nemen. ‘Dat doen ze pas als ze die ruimte voelen en krijgen, anders steken ze hun nek niet uit. Daarom is leiderschap 1 van de sporen. Als een organisatie het leiderschap niet ontwikkelt, weet je zeker dat medewerkers weer terugvallen in oud gedrag.’

Vijfsporenaanpak

In totaal werkt De Waalboog met Ietje Friesen aan 5 sporen:

  1. Opruimen
  2. Visiecirkel & kompas
  3. Leiderschap
  4. Samenhang tussen strategie & uitvoering
  5. Leren & ontwikkelen

Een veelomvattend traject, dat nodig is om de juiste randvoorwaarden voor ruimte aan professionals te scheppen. Dus naast opruimen en een coachende stijl van leidinggeven, ook concrete teamdoelen in samenhang met de doelen van het MT en een breed gedragen visie. Voor dat laatste spoor maakte De Waalboog een handzame visiecirkel, die medewerkers gemakkelijk meenemen in wat ze doen. Bovendien vertaalde De Waalboog het programma ‘ruimte voor de professional' (pdf) voor de medewerkers naar gewone mensentaal en infomeert het huisblad maandelijks over de nieuwste ontwikkelingen.

Groen, geel en blauw

Zorgmanager Marjan Boersma was vanaf het begin betrokken bij het opruimspoor. ‘De opdracht was duidelijk. Maar om het echt handen en voeten te geven was nog best lastig. Omdat opruimen ook een gedragsverandering is, hebben we het dichtbij de medewerkers gelegd. We hebben alle teams gevraagd waar ze last van hebben in hun dagelijks werk. Welke dingen of handelingen zijn eigenlijk overbodig?’ De Opruimdienst onderscheidde 3 categorieën: groen voor zaken waarop medewerkers directe invloed hebben, geel voor zaken buiten de invloedsfeer van de teams en blauw voor zaken die wel lastig zijn, maar geen prioriteit hebben. ‘Een groen voorbeeld is de voordeurbel die aan de pieper van de verpleegkundige was gekoppeld. Zij hoefden daar niets mee te doen, dus het was vooral storend, voor cliënten én medewerkers. Dat hebben we direct verholpen.’ De eerste reactie van de medewerkers was vol ongeloof: ‘mogen wij dit doen?’. Marjan Boersma lacht. ‘Toen het eenmaal geland was, kwamen de ideeën vanzelf naar boven. Als je niet gedwongen wordt bewust stil te staan bij onnodige zaken, blijf je ze doen.’

Werkgroepen en commissies

Alle gele aandachtspunten gingen naar het MT. Marjan Boersma: ‘Ze schrokken er wel een beetje van, het was meer dan gedacht. Maar ze hebben het goed opgepakt.’ De Opruimdienst had elk punt voorzien van een advies, gestoeld op 3 toetsingscriteria:

  1. Heeft het waarde voor de cliënt?
  2. Heeft het waarde voor de medewerker?
  3. Is het wettelijk verplicht of anderszins noodzakelijk?

‘De meeste adviezen heeft het MT overgenomen. Bijvoorbeeld het besluit om niet langer standaard defaecatielijsten in te vullen. Dat gebeurt nu alleen nog op indicatie.’ Over de blauwe categorie buigt de Opruimdienst zich binnenkort. ‘Ook die punten moeten weggewerkt zijn voordat we onszelf opheffen.’ Ook keek de Opruimdienst naar het bestaansrecht van alle werkgroepen en commissies. ‘Dat was lastiger, want gevoeliger. Als een medewerker zich vanaf het eerste uur met veel energie heeft ingezet voor een commissie die wordt opgeheven, is dat wel even slikken. Toch hebben we ook hierover advies aan het MT uitgebracht. Van alle werkgroepen en commissies is nu nog de helft over. Het “slechte nieuws” heeft het MT zelf gebracht, op een heel goede manier. Die betrokkenheid van het MT geeft ons de energie om voortvarend te werk gegaan.’

Belevingsgericht werken

In de loop van het In voor zorg-traject besloot De Waalboog het project ‘belevingsgericht werken’ te koppelen aan het programma ‘ruimte voor de professional’. Omdat de 2 elkaar versterken. Verpleegkundige Petra Coelen beaamt dit. ‘Ik werk op de afdeling Opname. Daar zijn we erg gericht op het vinden van een omgang die past bij de beleving van de cliënten. In die zin is belevingsgericht werken niet nieuw. Maar het heeft wel meer handen en voeten gekregen. Er zijn handboekjes over de stadia van dementie en de bijbehorende omgang, we noteren het op de zorgkaart. Het is gewoon meer gestructureerd. Tegelijkertijd worden we gestimuleerd het ook echt in praktijk te brengen.’ De Waalboog heeft 4 pijlers geformuleerd, waarmee afdelingen afwisselend aan de slag gaan: de cliënt in regie, de medewerker in betekenis (attitude), vrijheid regelen en samenredzaamheid vormgeven.

Meer verantwoordelijkheid

Petra Coelen zit ook in de werkgroep ‘van teugels naar vleugels’. Doel is het ontwikkelingsniveau van medewerkers verhogen en daarmee de kwaliteit van de zorg. Tegelijkertijd is het vergroten van invloed en zeggenschap van medewerkers een belangrijk uitgangspunt. ‘De essentie is dat we alle disciplines meer verantwoordelijkheid willen geven. Verpleegkundigen nemen bijvoorbeeld taken van de zorgmanager over, maar moeten dan ook iets loslaten. Nu zijn alle verpleegkundigen EVV’ers. Straks wordt dat een taak van de verzorgenden, mits ze een opleiding tot EVV’er doen.’ Geweldig, vindt Petra Coelen deze ontwikkeling. ‘Als ik straks minder EVV-verantwoordelijkheden heb, kan ik andere dingen oppakken, zoals verbetertrajecten op de afdeling, en me verder bekwamen in mijn specialisatie wondzorg. Dat maakt mijn werk veel uitdagender. Hiermee bieden we kwaliteit aan cliënten. Maar minstens zo belangrijk is het dat het voor verpleegkundigen leuk blijft om in een verpleeghuis te werken. Want de trend is dat verpleegkundigen overstappen naar ziekenhuizen.’

Lopende vuurtjes

De Waalboog is een flink eind op weg, aldus Ietje Friesen. Haar inzet vanuit In voor zorg! is bijna afgerond, maar de beweging gaat door. ‘De sporen opruimen en visiecirkel & kompas waren Waalboog-breed. Met leiderschap, samenhang tussen strategie & uitvoering en leren & ontwikkelen focussen we op de dienst Wonen en Zorg, waar 700 van de 1.000 medewerkers werken. Inmiddels vragen ook andere leidinggevenden ernaar. Afdelingen die eerst achterbleven, willen nu meedoen. Dat is leuk en motiverend.’ Ook Emmy Janssen weet dat het nog niet af is. ‘We hebben 5 sporen uitgezet waarop we nu doorgaan. “Van teugels naar vleugels” gaan we de komende tijd verder in de organisatie inbedden, net als belevingsgericht werken. Elk halfjaar zet een afdeling een van de 4 pijlers centraal. Daarvoor circuleren koffers met materiaal, die de afdeling kan gebruiken en waaraan ze ook zelf iets kunnen toevoegen. Daar zijn we zeker nog 1 à 1,5 jaar mee bezig.’ Ze benadrukt dat het ook naïef zou zijn te denken dat zo’n gedragsverandering van het ene op het andere moment gaat. ‘Daarnaast hebben we ook kleine, misschien vanzelfsprekende dingen van Ietje Friesen geleerd. Zoals het belang van complimenten geven, je waardering laten zien. Even bij iemand langslopen of een belletje plegen kan echt het verschil maken. En dat ik mijn voorbeeldrol moet gebruiken: ruimte geven, successen vieren, lopende vuurtjes noemen wij dat. Dan kunnen medewerkers én leidinggevenden zich verder ontwikkelen in hun vak, vanuit passie en met plezier. En dat komt ook de cliënt ten goede. Daar geloof ik in, met heel mijn hart en ziel.’

Interview door Ingrid Brons.

Meer weten

Tags

In voor zorg-deelnemer

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg