invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

SIG maakt gebruik van sociale netwerken rondom cliënt

Gepubliceerd op: | Laatst gewijzigd op:

Organisaties die zorg en ondersteuning bieden aan mensen met een lage zorgzwaartepakketen (zzp)-indicatie zijn zoekende. Vanaf 2015 is de gemeente de financier van zorg en ondersteuning aan mensen met eenvoudige zorg- en ondersteuningsvragen.

Zorgorganisaties die nu deze cliënten onder hun vleugels hebben, kunnen ook vanaf 2015 hun diensten blijven aanbieden. Mits de gemeente hen dat vraagt en mits de organisatie past in het profiel dat hen aanstaat. En dus zijn zorgorganisaties nu zoekende. Op zoek naar nieuwe verbindingen die de kans op samenwerking met gemeenten vergroot. Is dat het enige argument voor de zoektocht? ‘Zeker niet’, zegt Jan Kroft van SIG. ‘Het is ook een verhaal over kwaliteit en over nieuwe inzichten waarmee je het werk beter kunt organiseren.’

Praktische hulp

SIG ondersteunt mensen met een beperking in Haarlem en IJmond (Beverwijk, Heemskerk, Uitgeest, Velsen en Castricum), zoals Jolanda. Het dagelijks leven legt veel druk op de schouders van Jolanda van Oosten. Ze heeft 3 kinderen. De oudste heeft ADHD. Tussen de zorg voor de kinderen door brengt ze ’s middags en soms ook ’s avonds voor de plaatselijke apotheek medicijnen bij mensen aan huis.

Jolanda: ‘Ik heb het altijd druk. Je moet iedereen aandacht geven. Dat gevoel, daar heb ik het moeilijk mee. Het is een soort kronkeltje in m’n hersens. Als de druk te groot wordt, weet ik het niet meer en gooi ik dingen door elkaar.’ SIG ondersteunt haar. Jolanda: ‘SIG zet dingen voor me op een rij. Bijvoorbeeld als ik ineens naar een ouderavond van school toe moet. Dan weet ik het even niet meer wat ik moet doen of moet vragen. Ik kan dan met Riëtte Koper van SIG bellen. Zij zet dingen op een rij die ik zelf niet op een rij kan zetten.’

SIG-begeleidster Riëtte Koper: ‘Toen Jolanda bij SIG aanklopte, hebben we in kaart gebracht wat er moest gebeuren. Daar bij vroegen we haar ook: Wat heb je zelf al bedacht?’ Toen bleek dat Jolanda veel praktische hulp om haar heen kon organiseren. Zo heeft ze veel steun aan haar vriendin Miranda en aan de moeder van Miranda. En – niet te vergeten – aan haar eigen vader. Volgens een duidelijk schema passen zij op de kinderen als Jolanda moet werken. Maar ook tussendoor springen ze bij als dat nodig is. Het is een slimme combinatie: SIG helpt Jolanda als ze in haar hoofd vastloopt en een netwerk van vrienden en familie staat klaar voor de praktische opvang van de kinderen.

Meer doen met netwerken

Het verhaal van Jolanda staat niet op zichzelf. Ondersteund door In voor zorg! werkt SIG sinds medio 2012 aan een aangepaste bedrijfsvoering. SIG oriënteert zich op het fenomeen sociale netwerkstrategieën: gebruikmaken van netwerken rondom de cliënt, waardoor de professionele kracht meer op afstand blijft. Oplossingen worden bij voorkeur door de cliënt en zijn netwerk aangeboden. Voor veel zorgverleners is dit een ingrijpende verandering. Het fenomeen sociale netwerken is niet nieuw voor SIG. Projectleider Hella Nuyten: ‘We brengen al 10 jaar het netwerk van de cliënt in kaart. We hebben er een eigen schema voor ontwikkeld.’

Maar verder dan het schema kwam het tot nu toe eigenlijk niet. De grote stap voorwaarts is nu dat SIG-medewerkers leren hoe ze meer kunnen doen met die netwerken. In een vierdaagse training maakt een kleine delegatie kennis met het gebruikmaken van de netwerken. Maar die kennismaking is voor menig medewerker evenzeer een confrontatie met zichzelf als professional. Loslaten en de regie aan anderen overlaten zit doorgaans niet in de genen van de zorgverlener.

Loslaten of niet?

SIG heeft de trainers van Sonestra ingehuurd om SIG vertrouwd te maken met sociale netwerkstrategieën. Bij een rollenspel tijdens de training blijkt het nog knap lastig om de juiste toon te vinden bij de medewerkers die in de huid kropen van een gezin met complexe problemen. ‘Wat zou er moeten veranderen?’, vraagt een deelnemer aan de tijdelijke moeder van de familie, waarna ze zich onmiddellijk hervat: ‘O sorry, foute vraag. Ik bedoel natuurlijk, wat zouden jullie willen veranderen?’

De facilitator die tijdens het rollenspel het proces begeleidt, stelt achteraf: ‘Ik vroeg me steeds af: laat ik het los of juist niet? Die vraag vond ik heel vermoeiend. Ik vond het heel ingewikkeld in mijn hoofd. Ik raakte de regie kwijt. Dat was niet zo relaxed.’

De nagespeelde familie viel ook het een en ander op: ‘Het ging maar steeds over onze kinderen die ze wilden helpen. Maar wij wilden vooral over geld praten en over de deurwaarders die steeds maar weer aan de deur komen. Dát was voor ons de kern van het probleem. We voelden ons niet echt gehoord.’

Meer ruimte dan we denken

Ook bij teamleider Kleis Lageveen van de afdeling ambulante ondersteuning Haarlem-Zuid moet de knop nog om: ‘Jarenlang heb ik de regie gepakt. Nu moet ik de regie loslaten. Ik probeer me tijdens deze training het kunstje eigen te maken, maar ik ben nog niet overtuigd.’

Mirella de Vries is medewerker ambulante ondersteuning in Haarlem-Noord. Zij heeft minder voorbehouden en ziet kansen in deze aanpak. ‘We zijn opgeleid voor het bieden van oplossingen. Maar hoe zit het nu als je niet meteen naar oplossingen kijkt. Laten we onze eigen deskundigheid eens wat relativeren en ook naar andere organisaties, familie en vrienden kijken. Misschien zijn bij hen wel meer en betere antwoorden te vinden. Het is het waard om dat eens uit te zoeken.’

Ook 2 vrijwilligersorganisaties doen aan deze training mee: De Baan en Stichting Thuiszorg Gehandicapten Midden en Zuid-Kennemerland. Esther Groenheide van Stichting Thuiszorg Gehandicapten Midden en Zuid-Kennemerland: ‘Wij focussen ons op dat ene ding: het uitstapje naar de kinderboerderij met een kind uit het gezin bijvoorbeeld. We richten ons niet op het hele gezin en vragen ons dus ook niet af of we meer kunnen betekenen of – en dat kan ook – of anderen onze rol niet kunnen overnemen.’ Esters collega Arianne: ‘We gaan er eigenlijk automatisch vanuit dat het netwerk toch als zo belast is. Op deze training rijst de vraag of dat wel zo is. Er is meer ruimte dan we meestal denken.’

Niet veranderen is geen optie

De gemeente Haarlem subsidieert bij SIG deze training in sociale netwerkstrategieën. De gemeente doet dit in de verwachting dat een betere samenwerking van formele en informele zorg op 1 januari 2014 heeft geleid tot 25% minder professionele zorg.

Warja Kruithof, teamleider gezinsondersteuning: ‘Voor gemeenten is de inzet van sociale netwerken een speerpunt. Het is goed dat we daar bij aansluiten.’ Teamleider ambulante ondersteuning Lot Schenk benadrukt dat SIG al goed bezig is: ‘We gaan met ambulante ondersteuning vaak maar een uur in de week bij een cliënt langs. Mensen doen al veel zelf. Maar het punt is dat we tot nu toe die zelfwerkzaamheid niet gebruiken om er meer uit te halen.’

En daar raakt Lot een cruciaal punt: binnen aanvaardbare grenzen zo min mogelijk uren draaien, kan niet het hoofddoel zijn. De cliënt en het netwerk zelf inspireren tot oplossingen: dat is een verdieping die bij SIG nog nauwelijks is uitgewerkt. Lot en Warja zien de voordelen, maar ze zien ook een keerzijde. Lot:  ‘Als je consequent je organisatie inricht op sociale netwerkstrategieën, zou het mij niet verbazen dat we als SIG de helft kleiner worden.’

Warja: ‘Niet veranderen is geen optie. Dan sta je als organisatie straks in z’n geheel buiten spel. Los daarvan, dit is een ontwikkeling die cliënten en hun omgeving meer in hun kracht zet. Ik vind dat niet negatief. Ik bedoel, waar ligt per saldo onze prioriteit, bij ons werk of bij de cliënt?’

Overgang raakt iedereen

Bestuurder Jan Kroft ziet het inspelen op sociale netwerken als een noodzakelijke weg voor zijn organisatie. Het feit dat medewerkers soms twijfels hebben over de methode, is voor hem een extra argument om mensen vertrouwd te maken met sociale netwerken.

Jan Kroft: ‘Dit is een beschermde wereld. Meer doen met netwerken ligt niet zo in onze aard. We zijn geen opbouwwerkers. Ook onze verwantenraad heeft er niet zoveel mee. Mensen realiseren zich niet wat er de komende paar jaar staat te gebeuren. De overgang naar de lokale overheid als financier gaat iedereen raken en niet zo’n beetje ook.’

De bestuurder vindt werk maken van sociale netwerken meer dan een geste naar gemeenten toe: ‘Het is een aanbod voor de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)-gemeenten, maar het is ook absoluut een techniek om het werk beter te laten lopen.’

En eigenlijk gebruikt SIG de methode ook als een marketing-instrument om beter in beeld te komen bij huidige en nieuwe opdrachtgevers. Jan Kroft: ‘We doen het een beetje met lange tanden, die marketing. Maar om aan de bal te blijven is het goed om de sterke kanten van de organisatie meer bekendheid te geven.’ Als kleine organisatie tussen een paar grotere broers in, biedt werken met sociale netwerken SIG in dit verband kansen.

Jan Kroft: ‘Je kunt dit soort nieuwe methoden als kleine organisatie sneller trainen en invoeren. Op die manier hebben we in korte tijd ook met totale communicatie en nieuwe begeleidingsplannen naam kunnen maken. Moet met sociale netwerkstrategieën ook kunnen lukken.’

Geen methode, maar een houding

Projectleider Hella Nuyten is voorzichtiger: ‘Voor teams die met gezinnen werken is het werken met sociale netwerken een minder grote verandering door voor teams die met individuele cliënten werken. We moeten eerst nog zien hoe het past in onze andere methoden en hoe we dit dus in de organisatie implementeren.’

De vierdaagse training is nu voor een klein gezelschap van ambulante teamleiders, woonbegeleiders, enkele medewerkers en 3 vertegenwoordigers van vrijwilligersorganisaties gegeven. Hella Nuyten: ‘We zijn er nog niet uit of binnenkort ook overige teamleiders en medewerkers deze of een aangepaste training krijgen aangeboden. Of – wat ook kan – dat medewerkers volgens het train de trainer principe via hun opgeleide collega’s kennismaken met de mogelijkheden van sociale netwerkstrategieën.’
Hoe het vervolg ook wordt vormgegeven, ook Hella Nuyten vindt dat het inspelen op sociale netwerkstrategieën voor SIG een pad plaveit die de organisatie blijvend anders kan maken. ‘Ik zie dit dan ook niet als een methode, maar als een werk- en denkhouding.’

Dossier(s)

In voor zorg-deelnemer

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg