invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Roelof Konterman (Achmea): Goede zorg is zorg die bij mensen past

Gepubliceerd op: | Laatst gewijzigd op:

Journalist Willem Wansink interviewde Roelof Konterman, lid Raad van bestuur Achmea over zijn visie op de (langdurige) zorg.

Mijnheer Konterman: wat is goede zorg?

‘Zorg die bij mensen past. Bij de situatie en de persoon. Dat geldt voor de huisarts, het ziekenhuis, de langdurige zorg, en straks voor de kern-AWBZ die we overhouden voor de meest kwetsbaren. Goede zorg moet bovendien zoveel mogelijk gericht zijn op instandhouding van de eigen regie, zodat de patiënt nog zelf aan het stuur zit.’

 

Is goede zorg een overheidstaak?

‘Er zijn niet zoveel mensen die hun zorg uitsluitend willen overlaten aan de overheid. De meeste ouderen en de mensen die met een beperking moeten leven, willen graag eigenstandig kunnen leven. Slechts een minderheid wil alles door anderen laten regelen.’

Als er iets misgaat, is er algauw sprake van ‘misstanden’ in de zorg. Wat vindt u daarvan?

‘Er zijn misstanden, al worden die vaak wat gedramatiseerd. Ik stel me dan steeds voor wat degene voelt, die de verzorging heeft gegeven. Ik ga er ook vanuit dat geen verpleegkundige, verzorgende, of arts bewust iets nalaat.’

‘Ik zeg weleens, dat zorg erger is dan voetbal. De zorg is dagelijks onderwerp van een verhit debat, iedereen doet eraan mee. Over voetbal hebben we 17 miljoen meningen. Iedere Nederlander heeft er 1. Over zorg hebben we 34 miljoen meningen, want iedere Nederlander heeft er 2. Een mening en een daaraan tegengestelde mening. Aan de ene kant wordt geroepen dat de premies omlaag moeten. Aan de andere kant: “Alle zorg die beschikbaar is, moet blijven.” Dat wringt.’

Kunt u maatwerk garanderen in de kern-AWBZ?

‘Maatwerk hoort bij de langdurige zorg die zoveel mogelijk thuis wordt verleend. Een groot deel van de huidige AWBZ gaat via de Wmo over naar de gemeentes. Dichterbij, in de wijk, in de buurt. Dan kun je meer zorg op maat geven. Dat is een goede zaak.’

‘Achmea staat achter de veranderingen die door staatssecretaris Van Rijn zijn ingezet. Maar de transitie van de langdurige zorg gaat snel, die moet eigenlijk in twee stappen gebeuren. De eerste stap is de overheveling van delen uit de langdurige zorg van de huidige zorgkantoren naar de gemeentes. Pas dan kan maatwerk in de lokale situatie mogelijk worden gemaakt.’

‘Als je twee stappen tegelijk wilt zetten, vraag je nogal wat van gemeentes en zorgverzekeraars. Feitelijk praten we zelfs over een dubbele transitie: over de overheveling van de huidige AWBZ naar de gemeentes en de zorgverzekeringswet. En over een bezuiniging.’

‘Zodra je daar bovenop, ten derde, allemaal maatwerk wilt, dan is dat een erg grote opdracht. Ik vind dat niet verantwoord. Ik pleit ervoor dat de overdracht in nauw overleg plaatsvindt tussen verzekereraars en gemeentes, en dat dan pas de stap naar maatwerk wordt gezet.’

Zijn de gemeentes klaar voor de veranderingen in de zorg?

‘De grotere gemeentes zijn er op voorbereid. Zij hebben hun kennis en de capaciteit al vroeg ingezet om deze opdracht op zich te nemen. Ik zie ook veel gemeentes die er nog niet op voorbereid zijn. Het moet geen manier worden om meteen eigenstandig gemeentelijk beleid uit te voeren. Nogmaals: eerst overhevelen, dan pas maatwerk.’

Sommige gemeentes willen al van alles regelen en maatwerk leveren.

‘De staatssecretaris wil toe naar een nationale transitieagenda die de kaders schept. Pas daarna wordt alles uitgewerkt. Wij staan hier helemaal achter, dat is ook mijn ideaalbeeld. Dus niet steeds andere regelingen, want dan krijg je verschillen in de zorg voor patiënten, afhankelijk van de gemeente waar zij wonen. Dat heeft bij de huidige Wmo al tot veel discussie geleid.’

‘Er zijn 400 gemeentes. Wij kunnen niet met alle gemeentes afzonderlijke maatwerk-afspraken maken, want het is onverstandig om straks 400 varianten van overdracht te hebben. Ons belang is dat wij de verbinding leggen tussen enerzijds de zorgverzekering en de Wmo – en daar heel goed samenwerken – en anderzijds de kern-AWBZ. Wij moeten het met de gemeentes zo regelen dat de patiënt de verschillen tussen de zorgverzekeringswet en de wmo niet merkt. Wij willen dat dit als één geheel wordt opgevat door de patiënt. Dat gaat niet zonder slag of stoot.’

‘We steunen de plannen van de staatssecretaris. Deze overgang is echt nodig. Maar het tempo is ambitieus. Er wordt teveel ineens gevraagd. Dit gaan patiënten en gemeentes merken, dit kan niet overal zonder pijn. Overhevelen en bezuinigen: als het pijnloos kon, was het allang gebeurd.’

Straks ligt de zwarte Piet bij de verzekeraars.

‘Ik wil waarschuwen voor fricties over de langdurige zorg. De zorgverzekeraars, ook Achmea, hebben van koepelorganisatie Actiz al de wind van voren gekregen. Wij zouden ons niet houden aan de richtlijnen van de staatssecretaris. En we zouden verder willen gaan dan de staatssecretaris heeft bedoeld in de nota “Langdurige zorg.” Wij bestrijden dat.’

‘Twee jaar geleden kregen wij van de ziekenhuizen te horen dat we te ver gingen, toen we een convenant sloten over minder groei. Vorig jaar kwamen we ook met de ggz-instellingen tot een convenant over minder groei. Bij de uitwerking bleken er in beide gevallen interpratieverschillen te bestaan. Iedereen had er een eigen beeld bij. Logisch.’

‘Wij voeren de afspraken uit, zoals wij denken dat ze gemaakt zijn. Dan loop je weleens aan tegen verschillen van inzicht. Ook dan moet je met elkaar in gesprek blijven en niet in alle openbaarheid elkaar in de haren zitten.’

Wat blijft er over in de kern-AWBZ?

‘Daar is de staatssecretaris heel helder over. Het gaat om mensen met zorgzwaartepakket 4 en 5. Zij zijn niet in staat in de eigen zorgbehoefte te voorzien. Zwaar lichamelijk of geestelijk gehandicapten, ouderen die wonen in wat wat we nu een verpleeghuis noemen. Bij elkaar zo’n 200.000 personen.’

Wie bepaalt er of iemand zware zorg nodig heeft?

‘Het is een overheidstaak vast te leggen wie zorgzwaartepakket 4 of 5 heeft. Die taak moet net als nu worden neergelegd bij het Centraal Indicatieorgaan Zorg. Dat hoort landelijk en met toetsbare normen te gebeuren.’

Zorginstellingen schalen klanten soms zwaarder in. Dat heet ‘upcoden’.

‘Zorgverleners horen dit niet te doen. De inschaling moet een landelijk instrument blijven. Alleen voor de mensen met een eenvoudige zorgvraag, die minder zorg nodig hebben, kun je werken met protocollen.’

Worden klanten met een hogere zorgzwaarte straks uit verpleeghuizen geweerd?

‘In de uitwerking van het beleid krijg je allerlei interpretaties. Zorgaanbieders zeggen: “Dit kan niet de bedoeling zijn.” Terwijl de zorgverzekeraars stellen: “Anders kunnen wij die bezuinigingen nooit realiseren.” Wie heeft er gelijk? Ik vind dat wij samen – en soms heb je daar de staatssecretaris voor nodig – moeten kunnen bepalen wat wel of niet de bedoeling is. Uitgangspunt voor ons is en blijft dat we de rechten van de bestaande cliënten respecteren.’

‘Je hebt allemaal het belang te dienen van de patiënten, en wij dat van de verzekerden. Elke instelling is uit op behoud van werkgelegenheid en bestaansrecht. Ik zie dat zij het erg zwaar hebben. De bezuiniging van 3,5 miljard euro op de langdurige zorg is enorm.’

Duizenden zorgmedewerkers raken hun baan kwijt. Verwacht u veel protest?

‘Als het op de inkoop van zorg aankomt, moeten wij het beleid van het ministerie van VWS uitvoeren. Helemaal wennen doet het nooit, maar we proberen dat zo ferm en eerlijk mogelijk te doen. En we zijn het gewend dat de bal bij ons komt te liggen.’

‘De AWBZ-premie wordt grotendeels via een inkomensafhankelijke premie opgebracht. De groep die betaalt, is een andere dan die het opmaakt. Daar is de solidariteit voor. Maar wij dienen ook de belangen van de werkenden en premiebetalers in de gaten te houden. Een gemiddelde werknemer betaalt nu al ruim 300 euro euro AWBZ-premie per maand, naast de nominale en inkomensafhankelijke zorgpremie. Dus je moet naar het geheel kijken en niet alleen naar de patiënt. 3,5 miljard bezuinigen is veel. Dat moet wel, wanneer we ook in de toekomst de zorg betaalbaar en voor iedereen toegankelijk willen houden.’

Het ministerie van VWS gaat ervan uit dat er in 2015 minder zorgkantoren over zijn. Worden de zorgverzekeraars dan verantwoordelijk voor de AWBZ?

‘Achmea heeft tien zorgkantoorregio’s van de 32. Dat moeten er minder worden, staat in de brief van de staatssecretaris. Daar staat ook in dat er na deze kabinetsperiode opnieuw wordt bekeken of de zorgverzekeraars verantwoordelijk worden voor de kern-AWBZ.’

‘Op dit moment moeten we geen zorgkantoren samenvoegen. Dan wordt er nog meer gestapeld. Maar als er in de kern-AWBZ slechts 200.000 mensen overblijven, moet je serieus kijken naar de optimale schaalgrootte van de zorgkantoren. Zover zijn we nog niet. Voorlopig blijft het bij het huidige aantal. En misschien worden de zorgregio’s straks samengevoegd met gemeentelijke regio’s.’

Interview door Willem Wansink

 

Dossier(s)

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg