invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Menzis en gemeente Enschede: wijkgerichte aanpak

Gepubliceerd op:

Roger van Boxtel, bestuursvoorzitter van zorgverzekeraar Menzis, is enthousiast over de samenwerking met de gemeente Enschede. ‘In Enschede is een mooie, bijna wijkgerichte aanpak geformuleerd. Dat hebben de gemeente en wij als zorgverzekeraar samen bereikt. Niet vanuit vijandbeelden maar op basis van een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid.’

Waar leidt de hervorming van de langdurige zorg toe?

Van Boxtel: ‘De hervorming van de langdurige zorg is een diep ingrijpende cultuuromslag. Ingrijpender dan de basisverzekering die in 2006 werd ingevoerd. We veranderen in hoog tempo veel van wat we in 30 jaar met elkaar hebben opgebouwd. Hierbij zullen ook aanspraken veranderen of verdwijnen.’

Waarom moet het anders?

‘Het oude systeem van langdurige zorg is bedacht toen er veel meer jongeren waren dan ouderen. Dat beeld is gekanteld. Bovendien hebben we iedereen opgevoed met de gedachte dat alles een recht is. Dat is zo geregeld in de zorgverzekeringswet, dus de basisverzekering, en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ).’

Wat wilt u hiermee zeggen?

‘De samenleving is eraan gewend geraakt dat groei het enige is dat telt en alles vanzelfsprekend wordt verzorgd. Wat je maar aan zorg kunt bedenken, geldt als een recht. Heel ruim. De verzorgingsstaat ten top.’

Die situatie is niet langer houdbaar?

‘Daar komen we mee in de knel door de almaar stijgende kosten van zorg en het enorme aanbod van geïnstitutionaliseerde hulpverlening. Dit besef is bij de kabinetsformatie van vorig jaar doorgedrongen. Niet voor niets zien de PvdA, de VVD en drie ‘gedoogpartijen’ in dat er iets moet veranderen.’

Past Nederland zich snel genoeg aan?

‘Er gebeurt heel veel tegelijk. Maar er is onvoldoende gevoel voor de transitie. Er wordt een wissel getrokken op veel verschillende partijen die geraakt worden. In de eerste plaats de mensen die hulp hebben, hulp hopen te houden of verwachten die te krijgen. Dan de directe hulpverleners: van de fysiotherapeut, de wijkverpleegkundige, de huisarts tot de specialist. En tenslotte de zorgverzekeraars. Want er worden ook stelselaanpassingen gedaan.’

Begrijpen de burgers wat er op ze afkomt?

‘Nee. Dat komt deels, omdat er nog te weinig regie is in de communicatie. Ik heb dit tegen staatssecretaris Martin van Rijn gezegd. Ik heb een hoge pet op van hem. Een buitengewoon bestuurder. Hij is de enige die dit hele ingewikkelde proces tot een goed einde kan brengen. Maar het gaat erg van auw.’

Ouderen zijn bang dat ze geen zorg meer krijgen?

‘Er is reële angst. Burgers krijgen te horen: ‘Waar u recht op had, geldt niet meer.’ Ik maak het in de privé-sfeer iedere dag mee, bij mijn schoonmoeder en moeder. Wisselende mensen in de thuiszorg die niet weten of ze volgende week nog een baan hebben. Met de kerst vier anderen dan normaal. Is iedereen op vakantie, dan komen er allemaal hulpkrachten.’

Wat betekent dit voor iemand die zorg krijgt?

‘Dit vraagt een groot inlevingsvermogen van elke oudere die nog zelfstandig thuis woont. Zolang je dat inlevingsvermogen houdt, is er weinig aan de hand. Als ik met de directeur zorginkoop praat, wil ik steeds weten of we bij onze inkoop niet alleen naar de contractuele voorwaarden kijken. Maar ik vraag ook of we onze klanten niet willen vergeten.’

Hoezo doet u dat?

‘Als zorgverzekeraar moet je oppassen dat het debat niet te technocratisch wordt. Omdat zij die worden geraakt het anders niet snappen. Het idee dat iedereen recht heeft op een scootmobiel is symbolisch voor waar we mentaal met elkaar terechtgekomen zijn. Het is vanzelfsprekend geworden dat dit wordt aangeboden en vergoed. Dat moet worden bijgesteld. En dat is ingewikkeld.’

Gemeentes weten al langer dat er veel verandert.

‘Klopt. Neem Enschede. In Enschede is een mooie, bijna wijkgerichte aanpak geformuleerd. Dat hebben de gemeente en wij als zorgverzekeraar samen bereikt. Niet vanuit vijandbeelden maar op basis van een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid. We zeiden: ‘Laten we niet zoals vroeger het leed zo snel mogelijk over elkaars schutting gooien’.’

Wat heeft u daar gedaan?

‘Menzis is een sociaal betrokken zorgverzekeraar. We hebben met de gemeente Enschede een convenant gesloten, de intentie om met elkaar bepaalde maatschappelijke problemen aan te pakken. In ons klantenbestand zitten mensen die via de gemeente een uitkering krijgen. Hoe kunnen we samen hun problemen oplossen?’

‘We begonnen met thuis- en daklozen. Die zitten half in de zorg en half op straat, in de openbare orde. Er is veel vertrouwen gegroeid. In Groningen en Arnhem doen we dit ook, en we praten met Den Haag. We kijken naar de veranderingen die er aankomen in de langdurige zorg. Op voorwaarde dat we respect hebben voor elkaars verantwoordelijkheid en elkaars taal willen snappen.’

Wat is daarvan het voordeel?

‘Het is beter dat je elkaar als bestuurders vindt, je  verantwoordelijkheid neemt en elkaars territoir erkent. Wij gaan niet over welzijn. Zij gaan niet over zorg. Maar je hebt open kanalen. En je hebt toegewijde mensen in huis die zeggen: ‘Bij moeilijke vragen zoeken we elkaar op en gaan we het samen oplossen.’ Als je dat ventileert en kunt laten zien wat er gebeurt, dan kom je verder.’

Er komt veel op de gemeentes af.

‘Het gaat niet alleen om de zorgwet, er is ook de participatiewet, de wet werk en bijstand. Ja er wordt pijn geleden. Maar je mag hopen dat die pijn zo min mogelijk neerslaat bij de mensen die echt hulp vragen. De hoofdvraag is: ‘Blijven we de juiste hulp aan de juiste mensen op de juiste plaats bieden?’ Dat is de kern. Kunnen wij met droge ogen zeggen: ‘Mensen die echt hulp nodig hebben, welzijnswerk van de gemeente of zorg, blijven dat krijgen’.’

Nogmaals: waarom is dit nodig?

‘Wij vragen iets van de samenleving, omdat het huishoudboekje van de Staat anders niet meer klopt. Sommige mensen betalen 20 procent van hun bruto-inkomen aan zorg. Als we niet ingrijpen, wordt dat 30 procent. Dan hebben we een conflict. Want we moeten uit dat huishoudboekje ook de wijkagent betalen, de stoeptegels, de weg waarover je wilt rijden en het onderwijs voor de kinderen. Als we steeds meer uitgeven aan zorg, is er minder geld voor iets anders.’

Gaat deze cultuuromslag lukken?

‘Wij blinken er in Nederland niet altijd in uit op tijd de bakens verzetten. Ook in de politiek wachten we vaak tot het laatste moment. Er gebeurt pas iets als iedereen de urgentie inziet. In de zorg is dat punt nu bereikt.’

Dus, het lukt?

‘Ik sta achter de voorgestelde veranderingen. Maar we moeten ons inleven in de gevolgen. Daarom hebben de zorgverzekeraars het ministerie van Volksgezondheid verzocht de Wet langdurige zorg en de wijzigingen in de intramurale geestelijke gezondheidszorg niet op 1 januari 2015 te laten ingaan. Maar met een jaar uit te stellen, tot 2016. Technisch gezien krijgen wij het allemaal niet rond. Laat staan dat we het onze klanten op tijd kunnen uitleggen wat er allemaal verandert. Ik pleit voor meer tijd om alles beter aan te passen.’

Welk advies heeft u voor anderen?

‘Hoe vertel ik het de mensen? Neem ik ze mee? Dat is heel belangrijk. Zorg voor begrip. In plaats van te doen alsof er niet zoveel verandert. Ben er open over. Ja, er zullen straks minder mensen hun scootmobiel op tijd krijgen. Omdat we echt kijken naar een voorziening en niet meer uitgaan van een recht.’

Interview door: Willem Wansink

Meer weten

Dit interview is de eerste in een interviewserie over de hervorming langdurige zorg.

 

Dossier(s)

Tags

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg