invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Meer rust en meer aandacht bij de VV&T van Zorgcombinatie Noorderboog

Gepubliceerd op: | Laatst gewijzigd op:

In 2011 – het In voor zorg-traject bij Zorgcombinatie Noorderboog was toen net gestart – zei clustermanager Rob Hindriks: 'Wat we bij De Werkvloer Centraal doen, gaat binnenkort in ons systeem zitten.' (De Werkvloer Centraal verhoogt arbeidssatisfactie via intervisie, scholing en coaching - red.) Hij zei destijds ook: 'Ik werk nu 30 jaar in de zorg. Wezenlijk is er in al die jaren niets veranderd. Het is altijd een kwestie van weinig personeel en beperkte middelen geweest.'

In 2013 zit De Werkvloer Centraal inderdaad in het systeem van de VV&T-sector van Noorderboog. Kleinschalig werken gaf de methodiek vleugels. Dat merken medewerkers van 30 teams, maar ook de cliënten en hun verwanten. 'De bewoners zijn rustiger en medewerkers hebben meer tijd voor de bewoners', vindt Fred Boers. Zijn moeder verhuisde van het verpleeghuis naar het kleinschalige wonen van de nieuwe De Schiphorst-locatie.

Meertrapsraket

Wat in 2011 met steun van In voor zorg! werd gelanceerd als ‘De Werkvloer Centraal’ ontpopte zich al snel tot een meertrapsraket die steeds meer vaart ging maken. Het begon met de ontdekking van het zelfsturend werken. Inclusief de frustraties die hoorden bij hoe het tot dan toe ging. Ten tijde van het In voor zorg-traject verhuisden 160 bewoners van verpleeghuis De Schiphorst naar nieuwbouw waar mensen kleinschalig konden gaan wonen. Aan die verhuizing ging een intensieve 4-daagse scholing vooraf. Ter afsluiting presenteerden de teams van de nieuwe  Schiphorst zich aan de familie. Meerdere veranderingen dus die in elkaars verlengde liggen. Vooral dat familie-aspect kreeg nog een positief staartje.

Vliegwieleffect

Als een soort toegift op het afgesloten In voor zorg-traject, organiseerde Noorderboog onlangs een aantal bijeenkomsten met familieleden. Trajectleider Jannes Bennink: 'Daar werd heel positief op gereageerd. Voorheen spraken we wel met familieleden afzonderlijk, maar niet met een hele groep tegelijk. Daar was – zo bleek – dringend behoefte aan. Dat familieleden elkaar kunnen aanvullen en corrigeren, werd als waardevol ervaren. Het ging ondermeer om onderlinge informatie-uitwisseling. De een wist meer dan de ander. Dat mensen elkaar konden aanvullen met informatie was zinvol.' Goed beschouwd werkt die verstevigde band met de familie als een soort van een borging voor de nieuwe manier van werken. Rob Hindriks: 'De familie committeerde zich aan de nieuwe manier van werken en wilde graag met de teams in gesprek blijven. Door de dialoog ontstond dus een vliegwieleffect.'

Met elkaar in gesprek blijven

Familielid Fred Boers: 'Met familiebijeenkomsten en huiskamergesprekken kunnen we aangeven waar we tegenaan lopen en waar wij wat anders willen zien. Ik merk dat de teams openstaan voor deze ontmoetingen. Als familie moet je altijd alert blijven, vind ik. Als er activiteiten op het prikbord staan waarop je als familie kunt intekenen, moet je die wel even lezen natuurlijk. Anders kun je als familie niet goed inspelen op wat er allemaal worden georganiseerd. Soms merk ik dat medewerkers nog een blinde vlek hebben. Dat je ze er op attent moet maken dat voor sommige bewoners een diep bord makkelijker eet dan een plat bord bijvoorbeeld. Nog niet alles loopt goed. Is niet erg, zo lang er maar open over wordt gesproken. Zo’n nieuwe kleinschalige benadering heeft z’n tijd nodig.'

De start is niettemin veelbelovend. Rob Hindriks: 'Dat het kleinschalig wonen op de nieuwe locatie van De Schiphorst behoorlijk van de grond is gekomen, is te danken aan de start met de Werkvloer Centraal in 2011. Medewerkers moesten namelijk eerst in hun kracht worden gezet, anders zouden de enorme veranderingen (de verhuizing en de nieuwe manier van werken in de kleinschalige setting) niet gaan werken.' Teambegeleider Harmiene Gommans-Rollema: 'Je ziet ook aan de onderwerpen waarmee de teams bezig zijn, dat er sinds 2011 echt slagen zijn gemaakt. Eerst maakten medewerkers zich vooral druk over het rooster. Nu gaat het niet meer over de planning, maar over het gesprek met de cliënt en met de familie. Woonbegeleiders zijn inmiddels opgeleid om zelfstandig in samenspraak met de teams een woonplan te schrijven.'

De omslag

Rob Hindriks: 'De wereld van het verpleeghuis maakte plaats voor die van het appartement. Zo simpel is het, maar als je bent opgegroeid in het werken in een verpleeghuis en daar ook 20 jaar ervaring hebt liggen, dan is het nogal een omslag.' Die omslag kwam – soms in volle dramatiek – naar voren in de 4-daagse scholing die aan de verhuizing voorafging. Toen kwam het er echt op aan. Teams die opnieuw waren samengesteld, moesten elkaar leren kennen en moesten aangeven wat hun bijdrage kon zijn aan het kleinschalig wonen. Rob Hindriks over het husselen van de teams: 'Waar teams opnieuw worden samengesteld, verloopt de communicatie makkelijker. Mensen moeten elkaar leren kennen. In de oude samenstelling is meer de neiging aanwezig om terug te vallen in oud gedrag.' Onderdeel van de training was ook dat elk team als een soort van ‘10 geboden’ eigen speerpunten opstelde.

Rob Hindriks: 'De sessies waren soms uiterst confronterend. Mensen die in huilen uitbarsten, teamleden die met gebogen hoofd op een bankje zaten en zeiden: Dit wordt helemaal niks.' Maar het werd wel wat. Harmiene Gommans-Rollema: 'Doordat mensen in De Werkvloer Centraal geleerd hadden om de dialoog aan te gaan, veranderde de weerstand die hier en daar aanwezig was toch snel in draagvlak voor de nieuwe manier van werken.' Rob Hindriks: 'Mensen waren door De Werkvloer Centraal voorgesorteerd in anders denken.' Jannes Bennink nuanceert: 'Je zag in het begin, kort na de verhuizing, dat mensen in de teams toch weer een beetje terugvielen in oud gedrag. Als de veranderingen te dichtbij komen, worden mensen voorzichtiger. Maar de "diehards" pakken door en trekken op een gegeven moment ook de anderen mee.' Overigens, de omslag kreeg mede de wind in de rug toen in 2012 dankzij de convenantgelden 34 extra fulltime woonbegeleiders konden worden ingezet.

Onderhoud van de nieuwe manier van werken

De nieuwe manier van werken staat. Het ‘onderhoud’ aan de vernieuwing gaat gestaag door. Zo ziet Noorderboog de tijd-voor-onszelf-overleggen (TVO’s die standaard binnen de teams deel uitmaken van De Werkvloer Centraal) inmiddels als een structureel overleg en niet als een fase die hoort bij de introductie van De Werkvloer Centraal. Rob Hindriks: 'Dan hoor je mensen zeggen: "Het gaat geweldig. Daarom kunnen we nu wel stoppen met die TVO’s". Maar dat is de bedoeling niet. De open dialoog die je met elkaar in de TVO’s hebt, moet ook gewoon doorgaan als het goed gaat.'

Nog niet iedereen heeft z’n draai gevonden. Rob Hindriks: 'In het begin vonden leidinggevenden het lastig om zich te positioneren naast een team dat alles zelfstandig doet. Maar daar is aan gewerkt, tijdens verdiepingssessies. Teamleiders kunnen zowel individueel en als groep intervisie krijgen. Bij een aantal teams zien we dat de teamleider deel neemt aan de TVO's en op die manier weer onderdeel wordt van het gehele team in plaats van er naast te staan.'

Metingen positief

Is het succes van de nieuwe werkwijze te meten in cijfers? Rob Hindriks: 'Medewerkers hebben het wel een beetje gehad met al dat meten van ons. Toch doen we het wel. Metingen geven aan dat het de goede kant op gaat. Dat vinden cliënten, familieleden en medewerkers. Mensen die het geloof een beetje hadden verloren, haken weer aan. Het medewerkeronderzoek laat duidelijk een stijgende lijn zien, opvallend zijn de vele positieve beoordelingen van teamleiders en de leidinggevenden. En dat is een mooi resultaat als je bedenkt dat medewerkers de organisatie voor 2011 vooral negatief beoordeelden. Maar ja, we zijn per slot van rekening niet voor niets met deze operatie begonnen.'

Interview door Rob van Es.

Meer weten

Tags

In voor zorg-deelnemer

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg