invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Lagere arbeidskosten, meer tevreden bewoners

Gepubliceerd op:

Zorgorganisatie Het Spectrum realiseerde na de verhuizing van het oude verzorgingshuis Thureborgh naar het nieuwe gebouw De Prinsemarij aan de Nassauwweg in Dordrecht een forse besparing op de arbeidskosten. Bovendien zijn de bewoners meer tevreden en meer zelfredzaam.

‘Je weet pas achteraf waar je aan begint’, waarschuwt bestuurder Jorn Nierstrasz van Het Spectrum de aanwezigen aan het begin van de bijeenkomst. ‘Als je een huis wilt maken dat werkelijk in het teken van zelfredzaamheid staat, moet alles ten dienste staan van dat doel. Rationaal zeg je “ja”, emotioneel “tja, ik weet het niet”. Immers, je gaat ergens achter staan en later kom je er pas achter waar je eigenlijk achter bent gaan staan.’

Inzet domotica en zorg op afstand

1,5 jaar geleden is men in Dordrecht begonnen met het In voor zorg-traject. Opdracht was, zo legt manager Extramuraal en Innovatie Pieter Baanvinger uit, om met de inzet van domotica en zorg op afstand te besparen op een extra nachtzorgteam en een receptie, een winstgevende businesscase te realiseren en de tevredenheid en zelfredzaamheid van de bewoners te verhogen.

Zelfredzaamheid in de ouderenzorg

Maar domotica in de zorg inzetten om besparingen te realiseren is meer dan een kastje bestellen en ophangen, benadrukt Baanvinger. Het gaat om een nieuwe visie op de ouderenzorg en een belangrijk begrip daarbij is zelfredzaamheid. Innoveren vanuit deze visie in plaats van uit de techniek raakt de hele organisatie, aldus Baanvinger. ‘Door ons enthousiasme was op een gegeven moment de halve organisatie bezig met innoveren.’

Bewoners laten alles over zich heen komen

Men is in Dordrecht begonnen om te kijken hoe de zorg in het oude verzorgingshuis Thureborgh geregeld was. Conclusie was dat de bewoners waren ‘gehotelliseerd’, vertelt Baanvinger. ‘In de verzorgingshuiszorg in Nederland zijn we heel goed in het verzorgen van mensen. Wij weten wat goed voor de mensen is en de bewoners laten alles over zich heen komen.’

Terwijl alle onderzoeken, zo stelt In voor zorg!-coach Steven Hanekroot, erop wijzen dat mensen langer, gelukkiger en gezonder leven als ze zo veel mogelijk zelf de regie over hun eigen leven houden. Als ze dingen blijven leren, blijven bewegen en blijven deelnemen aan de maatschappij.

Handen op de rug

De conclusie was daarom dat de zorg op de nieuwe locatie De Prinsemarij gericht moest zijn op zelfredzaamheid en het sociaal en maatschappelijk actief zijn van de bewoners moest stimuleren. Dat betekent zorg ‘met de handen op de rug’. Dat betekent echter niet, zo benadrukt Hanekroot, mensen maar aan hun lot overlaten, maar juist mensen ondersteunen om weer meer de regie over hun eigen leven te nemen.

Concreet houdt dat in dat je kijkt wat mensen nog zelf kunnen doen en wat niet meer. Hanekroot: ‘Het begint ermee dat mensen zelf hun deur opendoen waardoor je als medewerker op bezoek bent
en niet, zoals in het oude verzorgingshuis, in en uit loopt. Het houdt in dat mensen bijvoorbeeld bij een wasbeurt al klaar staan met de handdoeken, shampoo en schone kleren. En dat ze zelf hun medicijnen innemen en zelf hun brood en beleg in de winkel halen en zelf hun ontbijt klaarmaken.’ In het begin moet je daarin investeren, aldus Baanvinger. ‘Bewoners moeten weer leren dingen zelf te doen, medewerkers moeten leren om niet alles uit handen te nemen. Maar op den duur betekent het dat je minder tijd kwijt ben aan allerlei handelingen.’

Forse besparing op arbeidskosten

En het is volgens Baanvinger met name het sprokkelen van allerlei zaken die medewerkers niet meer hoeven te doen of anders georganiseerd worden waardoor die forse besparing op de arbeidskosten is behaald. ‘Een douchebeurt duurt bijvoorbeeld nu gemiddeld 8 minuten en voorheen 15 minuten. Bovendien zijn de bewoners hartstikke trots dat ze weer allerlei dingen zelf kunnen doen, wat de medewerkers weer motiveert om op deze weg door te gaan.’

Meelopen met medewerkers was in het project van cruciaal belang, stelt In voor zorg-coach Heidi Evers. ‘Het leverde niet alleen kwantitatieve data op over tijdsbesteding per type zorghandeling in de oude en nieuwe situatie, maar ook cruciale inzichten in hoe we invulling konden geven aan de veranderingen en deze konden borgen. Dit meelopen zullen we daarom ook doen bij het uitrollen van het nieuwe concept op de andere locaties.’

Techniek als hulpmiddel

Techniek is hierbij een hulpmiddel benadrukken zowel Baanvinger als Hanekroot. Daarbij gaat het om beeldcommunicatie, toegangscontrole, alarmering, een internetportal voor diensten, een elektronische agenda en het Elektronisch Cliënten Dossier (ECD) op scherm. De Zorgpost speelt hierbij een centrale rol. Die doet de triage, handelt ‘korte zorgvragen’ af, kijkt collegiaal mee en neemt overdracht, opvolg- en regelwerk voor haar rekening.

Ook stellen Baanvinger en Hanekroot dat in dit proces veranderingen nodig zijn: in een uitgebreide en andere intake moet goed gekeken worden wat een bewoner nog zelf kan, wat ervoor nodig is om ze bepaalde handelingen weer aan te leren en hoe mantelzorgers en vrijwilligers, domotica en zorg op afstand ingezet kunnen worden. En dat wordt allemaal opgenomen in het zorgplan en besproken in het multidisciplinair overleg (MDO) dat daarmee ook aangepast is.

Doorvertalen

Meer zelfredzame, tevreden en minder eenzame bewoners en ook nog eens een forse besparing in de arbeidskosten. Is dit uniek of kunnen andere zorgorganisaties dit ook? Die vraag legde Bert Mulder, lector Informatie, Technologie en Samenleving aan de Haagse Hogeschool en directeur van het eSociety instituut, de aanwezige bestuurders voor. Wat Mulder zelf is opgevallen is dat Het Spectrum zijn visie op zorg bij De Prinsemarij consequent en tot in detail heeft doorvertaald naar de dagelijkse werkzaamheden. Een van de aanwezige bestuurders vraagt of de verhuizing naar een nieuw gebouw niet heel erg geholpen heeft om deze stap te maken. Dat heeft inderdaad geholpen, geeft Baanvinger toe, maar ze gaan het nu ook uitrollen op een andere locatie en dat is een verpleeghuis in een bestaand gebouw. Hij is ervan overtuigd dat het ook daar, natuurlijk vanuit de context van het verpleeghuis, moet lukken.

Het heeft Hanekroot verbaasd dat zowel de medewerkers als de bewoners van het oude verzorgingshuis zo vlot de overstap hebben gemaakt naar de nieuwe werkwijze in De Prinsemarij. Maar, zo wordt door een van de medewerkers van De Prinsemarij opgemerkt, het personeel en de bewoners zijn hierbij heel intensief begeleid. Door middel van bijeenkomsten, oefenen met acteurs en een speciaal ingerichte oefenruimte in het oude gebouw. Hanekroot benadrukt nog eens het belang van een interdisciplinaire aanpak. Niet alleen de verpleegkundigen en verzorgenden maar ook bijvoorbeeld de ergotherapeut en de psycholoog moeten gezamenlijk bekijken wat een bewoner nog kan, wat hij met wat ondersteuning nog kan leren en hoe domotica en zorg op afstand ingezet kunnen worden.

Greep houden op het proces

Eenvoudig is het niet, vertelt Baanvinger. ‘Alles grijpt op elkaar in en het is ontzettend moeilijk om greep te houden op het proces. Als innovatieteam kwamen we om de 2 weken bij elkaar waarbij we telkens besloten om een paar duidelijk afgebakende zaken aan te pakken.’ En je moet vasthoudend zijn. Baanvinger: ‘Er zijn altijd argumenten om ermee te stoppen, zoals brandweervoorschriften, de inspectie of de financiering. Het was hier bijvoorbeeld een kwestie dat er ’s nachts niemand aanwezig is. Daarvoor hebben we de nodige gesprekken moeten voeren met de inspectie en de brandweer. En vaak moet je dan aanvullende en nieuwe afspraken maken.’

Een gevaar is ook, vult Hanekroot aan, dat een dergelijke innovatie wordt ingestoken als een bedrijfskundig project met een budget en een strak tijdpad. ‘Dat is de de dood in de pot. Je moet sturen op resultaten en de te behalen maatschappelijke businesscase. En dan kan het een maand korter of langer duren.’ Wat ook belangrijk is, zo vertelt Nierstrasz, is dat de bestuurder vasthoudt aan de gekozen koers. Ook als er discussie in het managementteam ontstaat. ‘Want alle energie gaat in de innovatie zitten. Andere leden van het managementteam (MT) gaan op een gegeven moment vragen waarom al die adviseurs alleen voor De Prinsemarij werken.’

Niet blijven innoveren

Je moet ook uitkijken dat je niet blijft innoveren, waarschuwt Nierstrasz. ‘Op een gegeven moment is
het ook wel klaar en moet je het gaan borgen en tot in de puntjes doorvoeren in de organisatie. Je moet niet blijven hollen.’ Terugblikkend heeft het Baanvinger verbaasd dat zowel bewoners als medewerkers, die helemaal gewend waren aan de oude situatie op Thureborgh, zich zo vlot hebben aangepast aan de nieuwe situatie op De Prinsemarij en daar ook nog heel tevreden over zijn. ‘Terwijl een verhuizing al zoveel onrust met zich meebrengt. Ik ben er dan ook van overtuigd dat dit soort veranderingen ook op andere locaties, in een andere context, mogelijk is.’

Interview door Mario Gibbels.

Tags

In voor zorg-deelnemer

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg