invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

In Zoetermeer werken huisartsen en gemeente samen in de wijk

Gepubliceerd op: | Laatst gewijzigd op:

In Zoetermeer werken gemeente en huisartsen nauw samen. Klaasjan de Jong is wethouder Zorg, Welzijn, Ouderen en Groen in deze stad van 120.000 inwoners. Harry van den Hoeven is directeur bij de Stichting Georganiseerde eerstelijnszorg Zoetermeer (SGZ). ‘Wij vinden elkaar als het erom gaat zwakkere, vooral oudere, inwoners in de wijk te helpen.’

Harry van den Hoeven is psycholoog, en al sinds een kwart eeuw verbonden aan de Stichting Georganiseerde eerstelijnszorg Zoetermeer (SGZ). Oorspronkelijk een verhuurbedrijf van gezondheidscentra, dat in 1962 mede door de gemeente werd opgezet. Eerst werkten er alleen huisartsen, een apotheker en een fysiotherapeut. Nu is het een volwaardig facilitair bedrijf voor alle eerstelijnszorg.

Medische samenwerking

SGZ verbindt een paar honderd medische medewerkers, onder wie 76 huisartsen (veel parttimers), apothekers, fysiotherapeuten, verloskundigen, psychologen, algemeen maatschappelijk werkers, diëtisten en deskundigen voor de jeugdzorg, de ggz of thuiszorg. Zij zijn actief in 10 gezondheidscentra, 7 wijksamenwerkingsverbanden en 3 “Hoeden” (Huisartsen Onder een Dak). Harry van den Hoeven: ‘Een batterij aan mensen. Allemaal profs.’

Werk uit handen nemen

De overkoepelende Stichting neemt de aangesloten zorgmedewerkers veel werk uit handen. Toch staat zij nog steeds dicht bij de mensen. De grootte is geen handicap, integendeel, stelt Harry van den Hoeven: ‘Het is de kunst om binnen de huisartsenpraktijk in een wijk of in het gezondheidscentrum voldoende eigen verantwoordelijkheid te hebben.’

‘De lakmoesproef is of zowel de huisartsen en de apothekers die bij ons in dienst zijn, als de vrijgevestigden die aan ons verbonden zijn, hun eigenheid voldoende kunnen behouden en toch gezamenlijk optrekken. 25% is in dienst; 75% is vrijgevestigd.’

Eigen inbreng

Hoe groot is de individuele ruimte? Harry van den Hoeven: ‘Elke huisarts bepaalt zelf hoe hij of zij de praktijk of het inloopspreekuur inricht. Zowel de huisartsen in loondienst als de vrijgevestigde collega’s worden erop aangesproken als hun praktijkvoering erg afwijkt, bijvoorbeeld als medicijnen niet doelmatig worden voorgeschreven. En als wij niet goed functioneren, dan zegt de huisarts het contract gewoon op.’

Wijkgericht werken

Hij heeft veel vertrouwen in de gemeente Zoetermeer. ‘Zoetermeer betaalt het project “Zichtbare Schakel,” om extra wijkverpleegkundigen in te zetten. Dat is een uitstekende ontwikkeling.’ Klaasjan de Jong (CDA), wethouder Zorg, Welzijn, Ouderen en Groen in Zoetermeer, valt hem bij: ‘SGZ is wijkgericht opgezet. Zichtbare Schakel past daar goed bij. In de zorg draait het steeds meer om preventie. En preventie staat of valt met de wijkverpleegkundige die uren achtereen in de wijk actief is om al in een vroeg stadium te signaleren of er zorg voor kwetsbare burgers nodig is.’

Administratieve lasten

Nadelen? Van den Hoeven: ‘Het is belangrijk dat de 7 organisaties die in de verschillende wijken van Zoetermeer wijkverpleegkundigen leveren, goed met ons overleggen, en niet hun eigen ding doen.’ Hoe hij dat bedoelt? ‘Kijk naar de gemiddelde contracten bij SGZ. Voor al onze fysiotherapeuten, psychologen, apothekers enzovoorts moeten wij nu al 93 verschillende contracten met zorgverzekeraars sluiten, vaak 40 pagina’s per contract. Een niet te onderschatten last aan contractvoorwaarden. Aan het eind van elk jaar is er extra capaciteit nodig om per contract na te gaan wat de zorgverzekeraars wel of niet vergoeden.’

Wederzijds voordeel

Klaasjan de Jong wijst op een ander punt: ‘Er komt steeds meer op ons af. Door de 3 decentralisaties is het sociale domein enorm in ontwikkeling geraakt. De decentralisaties leveren gemeenten meer taken op, dus extra werk. Alles wordt complexer, er is meer afstemming nodig. Wij steken veel tijd in het overleg met onze partners en brengen de medewerkers op wijkniveau bij elkaar. Op bestuurlijk niveau werken we bovendien intensief samen met de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Puur praktisch: wat zijn de mogelijkheden? Want samenwerken strekt tot wederzijds voordeel.’

Hulp aan zwakkere, oudere inwoners

Waar blijft de burger in deze almaar voortgaande organisatorische samenwerking? Harry van den Hoeven: ‘SGZ en de gemeente ontmoeten elkaar op het onderscheid tussen kwetsbare burgers en zelfstandige burgers. De meerderheid van de mensen kan zich zelf redden, slechts een klein deel van de bevolking gebruikt veel zorg. Wij vinden elkaar als het erom gaat zwakkere, vooral oudere, inwoners in de wijk te helpen. Juist zij moeten goed worden geholpen.’

Het samen oplossen

Klaasjan de Jong: ‘De continuïteit van de zorg is in het belang van de gemeente: jeugdzorg, Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Met elkaar moeten we er alles aan doen om de vangnetfuncties adequaat te laten functioneren. Om dat te verwezenlijken, hebben wij de organisaties die zorg aanbieden hard nodig. Dit wordt nog relevanter nu mensen langer thuis blijven wonen. Die uitdaging gaan we aan, want we moeten het samen oplossen.’

De volgende stap

Harry van den Hoeven: ‘Wij willen goede afspraken maken, bijvoorbeeld als een huisarts verwijst naar de jeugd-ggz, waar de gemeente straks over gaat. Misschien moeten we op dat gebied maar eens een convenant tekenen,’ oppert hij schalks. Klaasjan de Jong: ‘Dat kan de volgende stap zijn in onze samenwerking. Als gemeente hebben wij daar wel behoefte aan.’

Interview door Willem Wansink.

Dossier(s)

Tags

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg