invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

In voor zorg! en Noorderboog geven werkvloer vitaminipil

Gepubliceerd op: | Laatst gewijzigd op:

‘We willen het werk leuker maken’, zegt Rob Hindriks. Hij is clustermanager bij In voor zorg-deelnemer Noorderboog. Deze zorgcombinatie biedt onder meer verpleeghuis- en verzorgingshuiszorg en thuiszorg in Meppel en omgeving. In voor zorg! is gevraagd om met een coach van De Werkvloer Centraal medewerkers nieuwe inspiratie te geven. Naar het idee van Rob Hindriks kan met deze door In voor zorg! gesteunde aanpak ook echt iets concreets worden bereikt. Hindriks: ‘Ik werk nu dertig jaar in de zorg. Wezenlijk is er in al die jaren niets veranderd. Het is altijd een kwestie van weinig personeel en beperkte middelen geweest. Het werkplezier moet je dan ook halen uit invloed op eigen werk en een leuk team dat met elkaar wil samenwerken.’

Verzorgende Geja de Ruiter, teamleider Carla Klompé, clustermanager Rob Hindriks en trajectleider Jannes Bennink kwamen eind mei 2011 op verzoek van In voor zorg! bijeen om eerste ervaringen uit te wisselen over De Werkvloer Centraal.

Medewerkersbijeenkomsten: zeggen wat je dwars zit

De Werkvloer Centraal is nog maar net begonnen in Meppel. Eerste bijeenkomsten zijn achter de rug. Deelnemers zijn nog voorzichtig. Geja de Ruiter is een van deze deelnemers. Verandering is in haar ogen zeer welkom. Geja: ‘Ik werk hier twee jaar als woonbegeleider. Geleidelijk aan ben ik steeds meer taken gaan doen naast het begeleiden van cliënten. Soms is dat waardevol, maar vaker ook niet.’

De eerste bijeenkomsten vond zij bijzonder: ‘Het goede is dat collega’s in die meetings ook gewoon eens tegen elkaar konden zeggen dat ze hun motivatie kwijt waren geraakt. Mensen werkten op hun automatische piloot. Dat is niet goed. Sommige collega’s zijn er echt helemaal klaar mee.’

In de formule van De Werkvloer Centraal komen medewerkers bij elkaar zonder hun teamleider erbij. Dat maakt het makkelijker om te vertellen wat je dwars zit en om te bespreken hoe het anders zou kunnen.

Sessies teamleiders

Temleiders hebben hun eigen sessies met De Werkvloer Centraal. Rob Hindriks: ‘Teamleiders groeien toe naar een coachende rol, in plaats van dat ze alles zelf doen.’

Teamleider Carla Klompé is daar enthousiast over: ‘We hebben het gevoel dat we meer lucht krijgen. Het is niet meer zo van ‘jij en zij’, maar meer van ‘wij’. Dit is precies wat teamleiders en andere medewerkers zouden moeten willen. Mensen krijgen het gevoel zelf invloed te hebben. Dit werkt door naar de klant.’

Maar ‘meer lucht’ gaat ook gepaard met onwennigheid. Carla Klompé: ‘Mensen moeten bijvoorbeeld wennen dat ze op hun gedrag worden aangesproken. Dat zijn we niet zo gewend in de zorg.’

Omslag voor het bestuur

Maar het is niet alleen voor de werkvloer en de teamleiders wennen, ook het management en het bestuur moeten een slag maken. Clustermanager Rob Hindriks: ‘Nu gaan we werken met resultaatverantwoordelijke eenheden en krijgen mensen meer invloed op wat nodig is voor de zorg. Die eenheden werden voorheen centraal aangestuurd op organisatorisch en financieel gebied. Straks draaien we het om en zeggen we: wat heb je nodig om je werk goed te doen? Afdelingen worden in de toekomst klanten van ons. Dit is een enorme omslag. Voor het bestuur is het soms moeilijk loslaten. Toch moet het gebeuren.’

Eerste conclusies

De echte omslag in het denken moet nog komen. De eerste kennismakingen met De Werkvloer Centraal waren medio mei nog maar net achter de rug. Zoals vaker in de beginfase van De Werkvloer Centraal zien Geja de Ruiter en haar naaste collega’s vooralsnog vooral beperkingen. Ondertussen hopen ze op verandering, maar pakken daarbij nog niet het initiatief.

Geja: ‘Ik zie dingen die niet goed zijn. Ik vind bijvoorbeeld de combinatie van losse flexpoolers en PG-cliënten niet ideaal. Cliënten zien dan steeds weer nieuwe gezichten en flexpoolers zijn lang niet overal even goed in.’

Carla Klompé: ‘Misschien moet je kijken naar wat ze wél kunnen. De een past uitstekend bij het begeleiden van cliënten in de huiskamer, de ander is goed in het naar bed brengen. Laat zo’n flexpooler doen waar ze het best in zijn.’

Gevoelde weerstand en eigen initiatief

Geja de Ruiter realiseert zich dat het allemaal anders kan worden als je je minder passief opstelt en meer je eigen inzichten kan gebruiken om het werk beter te laten lopen. Geja: ‘Ik sta nog teveel aan de zijlijn. Daar moet ik uit zien te komen.’

Dat ‘uit de zijlijn komen’ klinkt makkelijker dan het is. De gevoelde weerstand zit in verschillende facetten. In de eerste plaats het gevoel dat het geen zin heeft met eigen ideeën te komen, omdat niemand daar op zit te wachten. Een tweede weerstand kan zitten in het idee dat de teamleider geen ruimte geeft. En dan kun je ook nog aanlopen tegen het gevoel dat je directe collega’s jouw ideeën niet zo zien zitten.

Geja: ‘Ik vind bijvoorbeeld dat het met de deur dicht gezelliger en huiselijker is voor bewoners. In het begin deed ik de deur dicht. Maar iedere keer bleef die deur open staan als er weer iemand in of uitging. In het begin zei ik er wel eens wat van. Maar mensen begrepen niet goed waarom ik me er druk over maakte. Nu laat ik het maar zo.’

Nieuw soort teamdiscipline

Jannes Bennink, intern trajectleider van De Werkvloer Centraal, drukt Geja op het hart dat het een kwestie van tijd is. ‘Binnen een paar maanden ontstaat ook een nieuw soort teamdiscipline. Die legt de teamleider niet op, die leg je als medewerkers aan elkaar op. Het gaat over je werkhouding, maar ook over hoe belangrijk het is dat je je als team aan afspraken houdt en dat je elkaar durft aan te spreken op gedrag.’

Iedereen is zich trouwens bij Noorderboog ervan bewust dat de resultaten van De Werkvloer Centraal en het tempo waarin vooruitgang wordt geboekt, afhangen van de mensen in de teams. Jannes Bennink: ‘Teams verschillen van elkaar. Teams moeten zich dat zelf ook realiseren. Elk team is uniek. Zou best wel eens zo kunnen zijn dat teams bij elkaar gaan buurten om te zien hoe anderen het doen. En – wat ook kan – als er in het ene team goede ideeën leven, kunnen die  misschien ook in andere teams worden ingevoerd.’

Geen terugweg

In welk tempo dan ook, de weg die nu bij Noorderboog is ingeslagen, kent geen terugweg, zo beamen Rob Hindriks en Jannes Bennink. Als over een tijdje de In voor zorg-coach uit Noorderboog weggaat, nemen interne coaches van Noorderboog de rol over. Jannes: ‘Dit is voor ons dan ook geen project, maar een traject. We gaan intern een pool van begeleiders inzetten. Ook ondersteunende diensten komen in zo’n begeleidingspool. Insteek is om mensen blijvend te faciliteren in de nieuwe rol van de werkvloer. We noemen dit Het Nieuwe Werken. Volgend jaar voegen we competentiemanagement toe. Wat we bij De Werkvloer Centraal doen, gaat binnenkort in ons systeem zitten.’

Ook clustermanager Rob Hindriks wil na 30 jaar traditionele aansturing niets liever dan het roer blijvend omgooien: ‘Mijn parool is: vergeet de regels en kijk naar wat nodig is.’

Al is Geja’s team nog niet zover, toch klinkt al dit enthousiasme haar als muziek in de oren. Geja: ‘Het gaat er natuurlijk om wat je uitstraalt. Als wij ons prettiger voelen, voelt de cliënt zich ook prettiger.’

Meer weten

Meer informatie over de deelname van Noorderboog aan het In voor zorg-traject

 

Dossier(s)

Tags

In voor zorg-deelnemer

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg