invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Hoe Zorggroep Amsterdam-Oost tegen de verdrukking in overleefde

Gepubliceerd op: | Laatst gewijzigd op:

Zorggroep Amsterdam-Oost (ZGAO)maakte in een jaar tijd een turbulente positieve ontwikkeling door, begeleid door In voor zorg! Deze ontwikkeling wordt in beeld gebracht via een drieluik. In deel 1 schetsen bestuurder Jan van Wijk en beleidsadviseur Esther Kramer hoe het was en hoe zij via een hogedrukpan aan ontwikkelingen de organisatie op orde kregen.


Zorggroep Amsterdam Oost (ZGAO) had er helemaal niet meer moeten zijn. Financiële problemen stapelden zich voor deze betrekkelijk kleine organisatie op. Toch is Zorggroep Amsterdam-Oost er nog. Je kunt zelfs zeggen: sterker dan ooit. ‘De vlag hing lange tijd half stok, maar kan nu weer helemaal tot in de top worden gehesen’, zegt ZGAO-bestuurder Jan van Wijk.

In voor Zorg! ging najaar 2010 met ZGAO in zee en speelde een rol in het hijsen van de vlag. Makkelijk was dat aanvankelijk niet. In voor zorg-coach Martin Westenberg noteerde in zijn halfjaars-evaluatie: ‘Het traject leek vorig jaar behoorlijk abstract binnen een moeizame financiële context. Gaandeweg is er wederzijds steeds meer vertrouwen ontstaan tussen organisatieleden en de coach in elkaars kennis, kunde en begrenzingen. Uiteindelijk leidt dit tot een nu succesvol traject dat zowel vanuit de organisatie als vanuit In voor zorg! met plezier en resultaat wordt uitgevoerd.’

Sterk in verbindingen

ZGAO in Amsterdam-Oost bestaat uit twee locaties (Het Flevohuis en De Open Hof) die alle vormen van zorg voor ouderen bieden. De organisatie telt 550 cliënten en 480 medewerkers. ZGAO heeft bovendien een transferafdeling in het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis in Amsterdam voor patiënten die revalideren na een knie- of heupoperatie, dan wel in afwachting zijn van een andere woonvorm of opname in een verpleeghuis. Bij ZGAO spreken ze vaak en graag over ‘verbindingen’: de verbinding met de wijk, de partners, met de medewerkers en met de cliënten. Die verbinding is er soms letterlijk. De Raad van Bestuur vind je hier bijvoorbeeld niet in een prestigieuze vleugel, maar in één van de appartementen van het Flevohuis. Gewoon op de gang waar ook Amsterdammers wonen die hier cliënt zijn.

Wat vooraf ging

ZGAO is voor een grootstedelijke zorgverlener een relatief kleine ‘speler’. Het kan verkeren, wat die omvang betreft. Bestuurder Jan van Wijk: ‘In de zeventiger jaren waren we met 600 kamers het grootste verzorgingshuis van West-Europa. Daarbij hadden we een luxe dienstencentrum met een restaurant, voorzieningen als een kapper, en een pedicure. Maar ook een theaterzaal van 150 vierkante meter. Het was een groot en gewaardeerd centrum waaraan de gemeente Amsterdam elk jaar 800.000 euro subsidie overmaakte.’

In de loop der tijd zag het relatief kleine ZGAO golven van schaalvergroting om zich heen. Collega-organisaties werden door fusies groter en groter. Jan van Wijk: ‘In die trend lag ook bij ons fusie voor de hand. Toch hebben we vastgehouden aan onze verbindingen in de wijk. We kozen voor verticale integratie. Zorgarrangementen dus en sterke ketens met andere zorgaanbieders.’ Er kwamen complicaties. De stad Amsterdam wilde de capaciteit reduceren en besloot in 1995 dat wonen en zorg in deze gemeentelijke voorziening moest worden gescheiden. De 600 kamers werden ontmanteld en omgezet in appartementen die bovendien levensbestendig moesten zijn, opdat ook gezonde mensen er konden wonen.

Acuut probleem

In 2010 viel de omvangrijke gemeentelijke subsidie in z’n geheel weg. De organisatie, gezeteld in één van de armste wijken van Amsterdam, had daarmee een acuut probleem. Onrust groeide, ziekteverzuim liep snel op tot 12%. Ondertussen zetten 6 van de 12 teams meer personeelsformatie in dan begroot was. Conclusie: de sfeer was meer ‘overleven’ dan ‘alles onder controle’.

In de nieuwe verhoudingen was het grote dienstencentrum een blok aan het been geworden. Subsidies en andere vormen van financiering voor deze 4.000 vierkante meter welzijnsruimte waren er niet meer. Verkopen was een logische optie. Maar kandidaten om het dienstencentrum over te nemen, waren er niet.
‘De situatie was ronduit slecht’, zegt Jan van Wijk terugkijkend op 2010. Ultimo 2009 was het eigen vermogen nihil. Maar al binnen een jaar kwam de omslag naar gezondere cijfers. In 2010 was nog een resultaat begroot van 161.000 euro en kwam het werkelijke resultaat uit op 9.000 euro. In 2011 werd gerekend met een begroot resultaat voor de eerste twee kwartalen van 115.000 euro. Najaar 2011 was duidelijk dat het gerealiseerde resultaat voor het eerste half jaar van 2011 op 395.000 euro uitkomt.

Nog een opsteker: het dienstencentrum kon  dankzij een eenmalige gemeentelijke provinciale bijdrage alsnog van de hand worden gedaan.  Opbrengst: 2,9 miljoen euro. De bestuurder: ‘Een loden last in de exploitatie viel van ons af.’ Kijkend naar de ‘business’ als geheel zegt hij: ‘Op dit moment hebben we een omzet van 22 miljoen euro en kunnen we met 90% van ons personeel door. En ik kan je vertellen dat onze mensen  voor het merendeel bovengemiddeld gemotiveerd zijn.’

De ketens

Voor de financiële toekomst van ZGAO is van belang dat vanuit het verleden goede credits zijn opgebouwd. Dat geldt bijvoorbeeld voor de sterke focus op de ketenaanpak van ZGAO. Anno 2011 komt deze ervaring goed van pas om de formule stevig te verankeren. Esther Kramer: ‘We hebben ketens met het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis voor tijdelijk verblijf, we kennen een dementieketen, samen met het Leger des Heils werken we aan de HIV- en aids-problematiek en we leveren al jaren verpleeghuiszorg aan huis’.

Het zijn ketens die anno 2011 ‘hot’ zijn, maar die ZGAO al jaren in de bedrijfsvoering heeft meegenomen. Perfecte basis voor een toekomstbestendige zorg dus, want op dit vlak hoeft deze Amsterdamse organisatie geen extra energie vrij te maken.

Financiële verbeteringen

Gegeven het ketenverhaal en de verkoop van het dienstencentrum, zette In voor zorg! een plan van aanpak op met vijf projectdoelstellingen:

  • planmatig werken
  • sterkere processturing
  • meer financiële ruimte
  • goede verhouding tussen werk en privé met minder verzuim
  • passend roosterbeleid

Veel hiervan is in de loop van 2011 gerealiseerd. Soms los van het plan van aanpak (de verkoop van het dienstencentrum). Zie ook de andere 2 verhalen in dit drieluik. In voor zorg-coach Martin Westenberg spreekt van een zichtbare verandering in gedrag, dalend verzuim, een herkenbare nieuwe groepsvisie voor de medewerkers groepswonen, een planning & control-cylcus die volgens plan verloopt en een vrij besteedbare ruimte van 2,5%. Klachten van cliënten over bejegening zijn voorts beduidend afgenomen. Vooral dankzij het Verbeterplan Groepswonen.

Een belangrijke randvoorwaarde voor het hijsen van de vlag bij ZGAO is dat het is gelukt om bij veel cliënten het zorgzwaartepakket te verhogen. Jan van Wijk: ‘In feite hadden we deze categorie bewoners ook in huis, maar de zzp’s vielen aanvankelijk lager uit. Door een betere koppeling tussen zorgvraag en financiering is de aanpak kostendekkend geworden.’ Een doelmatiger inzet van het personeel leverde inmiddels 750.000 euro aan zwarte cijfers op.

En al mag de gemeente Amsterdam dan de jaarlijkse toestroom van 8 ton aan subsidie hebben stopgezet, via andere kanalen krijgt netwerk-specialist ZGAO nog regelmatig ondersteuning. Jan van Wijk: ‘We hebben verschillende maatschappelijke vraagstukken in huis waarvoor de gemeente en andere organisaties regelmatig financiering verschaffen. Zo kregen we vorig jaar van het Aidsfonds een subsidie van een halve ton.’

Hoe vertel ik het mijn medewerkers?

Het realiseren van de projectdoelstellingen vragen een andere cultuur. Toch was met name de switch van de medewerkers richting nieuw gedrag complexer dan het lijkt. Medewerkers hadden in 2010 en begin 2011 het idee op hun tenen te lopen. Het feit dat de organisatie ook nog eens financieel in zwaar weer zat, was niet echt een medicijn voor hernieuwd enthousiasme.

Jan van Wijk: ‘We hebben er voor gekozen om mensen deelgenoot te maken van het vraagstuk. We zeiden: dit is het geld, hier kunnen we het voor doen. Het management zal niet tornen aan jullie contracten, maar we moeten er dan wel met z’n allen heel hard tegenaan.’

De open en no-nonsense aanpak kreeg de steun van de bonden. De OR had het er moeilijker mee. Esther Kramer: ‘We kennen onze mensen goed en erkennen hun professionaliteit. Onze managers zijn er voor het primaire proces. Op zich niet zo bijzonder, maar het verschil is dat het bij ons dus ook ècht zo werkt. We hebben het hier trouwens nooit echt zwaar opgetuigd met managers. Het is een sfeer van: we knokken ervoor. Dit gaan we redden. Het is òns huis. We laten ons niet overnemen.’

Innovatie-traditie voortzetten

De survival van Zorggroep Amsterdam-Oost is voor een belangrijk deel te danken aan de traditie van vernieuwing en het tegen de stroom in roeien. Jan van Wijk: ‘Wij zijn één van de meest innovatieve zorgorganisatie in Nederland. Al in 1995 liep hier een project voor kleinschalig wonen in de wijk voor dementerenden.’

De claim van zorginnovator willen Van Wijk en zijn collega’s niet laten versloffen. Binnenkort wordt op dit gebied een nieuw ijzer in het vuur gelegd: een instrument waarmee de kracht van een multicultureel medewerkersbestand beter kan worden benut.

Jan van Wijk: ‘De meeste medewerkers op de werkvloer hebben een allochtone achtergrond. Onze bewoners daarentegen komen voor het grootste deel uit een samenleving van autochtone mensen. Aan dit gegeven willen we meer gaan doen. Niet als een probleem, maar als een positieve invulling van een nog onontgonnen terrein. We werken hier met zo’n dertig verschillende nationaliteiten. Veel verschillende achtergronden dus. Hoe kunnen we gezien de multiculturele achtergrond van onze mensen een instrument ontwikkelen waarvan we de diversiteit van onze medewerker beters kunnen benutten? Wat drijft mensen, hoe zien we elkaar en kunnen we daarmee sturen? Naar het beter tot hun recht laten komen van mensen met uiteenlopende achtergronden binnen een zorgorganisatie, is nooit diepgaand onderzoek gedaan. Zo’n instrument is er nog niet. Niet in Amsterdam, maar ook elders in Nederland niet. Wij willen dat gaan ontwikkelen.’

Meer weten

Lees deel 2 en deel 3 van het drieluik over de ontwikkeling die Zorggroep Amsterdam-Oost doormaakte, met ondersteuning van In voor zorg!:

  • Deel 2 'ZGAO wil verzuim halveren': PO&O-manager Maya Moor en afdelingsmanager Tina Ujvari geven aan op welke manier zij werken aan het terugdringen van ziekteverzuim.
  • Deel 3 'Het is weer gezellig in Team 2': afdelingsmanager Dennis Ross en zorgcoördinator Loes Chevalier laten zien hoe het groepswonen in Team 2 veranderde door het invoeren van een belevingsgerichte benadering.

Meer informatie over het In voor zorg-traject van Zorggroep Amsterdam-Oost is beschikbaar op de deelnemerspagina Zorggroep Amsterdam-Oost is In voor zorg!.

Tags

In voor zorg-deelnemer

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg