invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Hendrik Hoeksema, wethouder in Oss: ‘Lokaal is de beste schaal’

Gepubliceerd op: | Laatst gewijzigd op:

Staatssecretaris Van Rijn overweegt de langdurige zorg niet over te hevelen naar gemeenten, maar naar de zorgverzekeraars. Slecht idee, vindt Hendrik Hoeksema, wethouder in Oss. 'De gemeente is nog niet klaar voor de overheveling, maar we zijn wel op de goede weg.'

Alle 12 gemeenten in de regio Brabant Noordoost-oost bereiden zich samen voor op de transitie AWBZ. Ze werken daarbij samen met welzijnsorganisaties en zorgaanbieders. Gezamenlijk is de 'Visie Transitie AWBZ' tot stand gekomen: een regionaal stuk dat ingaat op de samenleving en de Wmo. De visie is niet bestuurlijk vastgesteld, maar wordt gebruikt om de dialoog met elkaar aan te gaan. Het kernpunt van de visie is dat iedereen moet kunnen blijven meedoen. 'Natuurlijk gaan we daarbij in lijn met het voorgenomen overheidsbeleid wel meer kijken naar wat mensen zelf en samen met hun sociale omgeving kunnen doen voordat ze aanspraak maken op de formele zorg,' zegt Hendrik Hoeksema, wethouder zorg in Oss. 'Ik zie het als een kans dat we daarover als gemeenten meer zeggenschap krijgen. Op welzijnsgebied maken we al jaren op lokaal niveau afspraken voor onze burgers en dit heeft ons een netwerk opgeleverd waarmee we ook voor de langdurige zorg aan de slag kunnen om maatwerk te leveren.’

Leren kennen

De 12 gemeenten (Bernheze, Boxmeer, Boekel, Cuijk, Grave, Landerd, Maasdonk, Mill en Sint Hubert, Oss, Sint Anthonis, Uden en Veghel) hebben te maken met een kleine tachtig aanbieders. De gemeenten hebben hun visiedocument samen geschreven met hen, met de patiëntenorganisaties en de Wmo-raden. Ook hebben ze open dagen georganiseerd voor de gemeenteraadsleden, om de zorgaanbieders te leren kennen. ‘We zijn nu bezig met het maken van basisovereenkomst met zowel de grote als de kleine aanbieders’, zegt Hoeksema. ‘Wat ons betreft doen ze allemaal mee, en niet slechts één aanbieder omdat dit ons misschien beter zou uitkomen. We hebben de kleine aanbieders vertelt dat hun vrees dat we hen overslaan onterecht is. Zij zijn niet voor niets ontstaan. De cliënten vonden bij de grote aanbieders immers niet wat ze zochten. Natuurlijk willen we goede afspraken met alle aanbieders maken over kwaliteit, maar we willen ze vooral kunnen vertrouwen. VWS geeft ons de ruimte om de aanbieders de rol te geven om samen met de cliënten tot een indicatiestelling te komen. Samen weten zij het best welke zorg nodig is, vandaar dat wij als gemeente het beschikbare geld flexibel willen inzetten door te experimenteren met gebiedsgerichte bekostiging.’

Vraagtekens

Het beleidsdocument én het experiment voor gebiedsgerichte bekostiging zijn unaniem goedgekeurd door de Osse gemeenteraad. Wel bestaan dwars door de raad heen – SP, PvdA, VVD, CDA, D66, GroenLinks en de lokale partij VDG – vraagtekens over hoe het nu precies geregeld wordt voor de burgers. ‘In die discussie moeten de burgers zelf ook een plek krijgen,’ zegt Hoeksema. ‘Je kunt niet alles in regels vangen. De keukentafelgesprekken zijn bijvoorbeeld enorm belangrijk. We hebben al gezorgd voor artikelen in de lokale kranten, bijvoorbeeld over de sluiting van twee verzorgingshuizen in de regio. Ook organiseren we bij de wijk- en dorpsraden avonden om uit te leggen hoe de langdurige zorg eruit gaat zien. Mensen reageren hier verschillend op. In Lith, een van de betrokken gemeenten, waren ze boos over de sluiting van een verzorgingshuis. Maar na onze uitleg waren ze wel bereid om mee te denken over oplossingen. In Herpen gold hetzelfde verhaal. “Als er dan toch iets gaat veranderen, willen we daar ook iets over te zeggen hebben”, was de boodschap.

Moeder

Volgens Hoeksema is zeggenschap een belangrijk onderdeel van gebiedsgerichte bekostiging. 'Zeggenschap is precies wat wij willen. In Oss hebben de wijkraden aangegeven hun rol te willen vervullen. En samen met de Wmo-raad en de zorgaanbieders hebben we afgesproken dit goed te willen opvolgen. Als wij hen alleen even een brief schrijven, dan gaat dat niet werken. Dit is een fundamentele verandering. Het is een illusie te denken dat de burgers hier zelf elke dag mee bezig zijn. Bij mijzelf gebeurde dit toen mijn moeder – die in Groningen woont – haar heup brak. Mijn zus en ik haalden haar samen hier naartoe om tijdelijk voor haar te zorgen. Inmiddels is ze weer gewoon thuis. Ook al ging het niet om intensieve mantelzorg, feit is dat dat je als burger eerst geconfronteerd moet worden met zulke sitiuaties voordat je ervaart wat de consequenties zijn van de nieuwe aanpak. Vandaar dat we er als gemeente heel veel in investeren.’

Interview door Frank van Wijck
Bron: Wmo-magazine, november 2013

Meer weten

Dossier(s)

Tags

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg