invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

‘Deel het eigenaarschap van de zorg met burgers’

Gepubliceerd op:

‘Er is geen weg terug. We moeten doorgaan.’ Henk Nies draait er niet omheen. De hervorming van de langdurige zorg gaat als gepland in 2015 in. Nies is bestuurder van Vilans, het kenniscentrum voor de langdurende zorg. Hij is ook bijzonder hoogleraar Organisatie en beleid van zorg aan de Vrije Universiteit. ‘2015 wordt weliswaar een overgangsjaar,’ vult hij aan. ‘Er wordt dan veel in gang gezet en we kunnen nog de nodige hobbels verwachten. Maar op de keper beschouwd is de transitie al volop gaande.’

Henk Nies zet in op de draagkracht van het sociale netwerk in de naaste omgeving van mensen met complexe langdurige zorgvragen. ‘In de langdurige zorg is aandacht vaak belangrijker dan behandelen,’ zegt hij. ‘Aandacht, gebaseerd op sympathie en warmte’. Volgens Nies is het begrip zorg ‘onnodig’ uitgedijd. ‘We zijn teveel zaken zorg gaan noemen en hebben er een medisch handvat aan gegeven. Terwijl het vaak om simpele zaken gaat en meer om zorgzaamheid dan om zorg.’

Zorg door mantelzorgers

Als geen ander weet Nies dat slechts een beperkt deel van de langdurige zorg door zorgprofessionals wordt verleend. Want 80% gebeurt allang door mantelzorgers en anderen. ‘Dat is een internationale vuistregel. Het overgrote deel van de informele zorg gebeurt bij mensen thuis in de eigen omgeving.’ Toch lijkt het in het debat soms alsof alleen professionals zorg verlenen. Nies: ‘Professionele zorg is pas nodig als iemand het zelf niet meer kan of niet meer opgelost krijgt, of om slechter te voorkomen.’  

Zijn pleidooi voor informele zorg en aandacht past in de visie van kenniscentrum Vilans. ‘Uiteindelijk draait het er bij Vilans om dat wij mensen met ingewikkelde zorgvragen waar mogelijk helpen een kwalitatief goed leven te leiden. Versterk ze in hun veerkracht. Leer ze om te gaan met hun beperkingen. Sommigen hebben wel 10 problemen. Zij verwachten heus niet dat die allemaal worden opgelost. Als je ze met 1 of 2 dingen helpt, dan kunnen ze verder zo veel mogelijk hun eigen leven leiden.’ 

Verbindingen in de wijk

Technische aanpassingen aan een woning doen er zeker toe. Maar het is vaak belangrijker dat er iemand langskomt om te kijken of het nog goed gaat. Maak verbindingen in de wijk, is zijn motto. ‘Simpele dingen als elkaar goedendag zeggen, een kort praatje maken, een keer de hond uitlaten of een boodschap doen kunnen een groot verschil maken.’

Hij wil niet romantiseren, want mensen hebben soms weinig tot geen binding met hun buurt of met de buren. ‘Als het lukt enigszins normale burenrelaties te organiseren, dan wordt er veel kwaliteit toegevoegd aan het bestaan van kwetsbare personen.’

Leefstijl en preventie

Nies: ‘De kunst is zoveel mogelijk te voorkomen dat mensen zorg nodig hebben. Laat ze dus niet te snel zorgbehoevend worden. Houd mensen vitaal, zet in op leefstijl en preventie, op veerkracht, zodat ze niet meteen in een systeem terechtkomen waarbij ze worden gemedicaliseerd en geprofessionaliseerd. Preventie en voorkomen is altijd beter dan genezen.’

Heeft Henk Nies op dit gebied suggesties? De oplossing ligt voor een belangrijk deel buiten de zorg, stelt hij. ‘Er worden al afspraken gemaakt met de voedingsindustrie over het zoutpercentage in voedsel. Dat is een eerste stap. En het is beter als we, zolang we kunnen, de trap nemen in plaats van de lift.’ Helaas verwijzen baliemedewerkers in grote gebouwen meestal naar de lift. ‘Het zit in de samenleving. Heel banaal: denk vanuit de kleine dingen. Je hoeft niet per se naar de sportclub. Tuinieren, wandelen, de auto laten staan en de fiets nemen: daarmee voorkom je dat de vraag naar professionele serieuze zorg te groot wordt.’

Stapje voor stapje veranderen

Nies erkent dat deze opstelling een andere kijk op het leven vergt, een bewustwordingsproces waar niet iedereen meteen mee instemt. ‘Ik ben een optimist. De afgelopen 30, 40 jaar hebben we veel gedragsveranderingen meegemaakt. Het arbeidsethos is veranderd, vrouwen werken vaker buiten deur, ook fulltime, terwijl meer mannen parttime werken. De leefstijl is te beïnvloeden. Roken is sterk verminderd, en in de supermarkten worden talloze biologische producten aangeboden.’

Er gloren nieuwe tijden. ‘Neem de trend naar meer duurzaamheid, naar maatschappelijk verantwoord ondernemen en de veranderende oriëntatie op winst of rendement.’ Al deze ontwikkelingen worden niet door iedereen opgepakt, is de tegenwerping. ‘Ja, er zit iets elitairs in. Maar wat een voorhoede wil, zakt langzaam maar zeker af in de samenleving en wordt de norm. Wat vroeger slechts voor de elite beschikbaar was, is tegenwoordig bereikbaar voor de middenmoot. Wat ooit een grote woning was, geldt nu als klein. Er kan dus veel veranderen. We hebben veel vrije tijd, daar doen we van alles en nog wat in. Maar wat je in die tijd doet, is tot op zekere hoogte arbitrair.’

Zeggenschap over je eigen leven

Ook op het gebied van de langdurige zorg steken voorlopers hun kop op die na enige tijd de norm bepalen. ‘In de zorg heb je gewoonlijk weinig zeggenschap. Maar mensen willen graag eigenaar zijn van hun eigen leven, ze willen zeggenschap hebben. Dat moeten we stimuleren. Wij zien allerlei burgerinitiatieven ontstaan van mensen die hun eigen hulp en zorg willen regelen. Logisch. Als je zelf meer moet bijbetalen voor de zorg die je gebruikt, dan wil je daar zelf zoveel mogelijk invloed op uitoefenen.’

Neem de zorgcoöperaties in Hoogeloon en Elsendorp, of het Stadsdorp in Amsterdam. Nies: ‘Daar beginnen burgers zelf een zorginitiatief, zonder hulp van een gemeente of instantie. Zij willen die niet nodig hebben. “Wij regelen het in principe zelf," zeggen zij. En: ‘Laat de gemeenten en de instanties ons maar volgen”.’ Goed voorbeeld doet volgen, daarvan is hij overtuigd. In dit verband benadrukt hij dat ook zorgorganisaties bezig zijn bewoners, cliënten en hun familie verantwoordelijkheden over te dragen en hen eigenaar of mede-eigenaar te laten worden. Als een verzorgingshuis in een dorp dicht moet, dan kunnen bepaalde functies, desnoods in aangepaste vorm, met steun van het dorp, worden behouden, zoals de tuin, het eten en de activiteiten. ‘Dat is van belang voor de leefbaarheid van het dorp. Prima.’

Dit gebeurt bijvoorbeeld in het Groningse Wagenborgen en Slochteren. ‘Alles draait om het intermenselijke contact. Cruciaal is dat de betreffende zorgorganisatie zuiver en integer handelt en er met de burgers het beste van wil maken. Dat levert meer vertrouwen op dan als zij zich op de argumenten uit Den Haag beroepen.’ Uiteraard zijn deze voorbeelden nooit de ultieme oplossing voor de hele zorg. ‘Ik zie de kiemen op allerlei plekken. Het zijn belangrijke initiatieven die het begin kunnen zijn van iets groters.’’

Grote veranderingen

Henk Nies kijkt ver vooruit. Dat is nodig, omdat er veel tijd moet worden uitgetrokken voordat de omwenteling die in de langdurige zorg wordt voorbereid zich daadwerkelijk heeft voltrokken. ‘Ik denk aan 20 tot 30 jaar.’ Waarom zo lang? ‘Grote veranderingen duren een generatie,’ zegt hij beslist. ‘Dat geldt ook voor de transitie van de langdurige zorg. Uiteraard hoeft straks niet alle zorg informeel te zijn. Maar van 80% kan die gerust omhoog naar 83%.’

Een deel van de zorgverlening blijft altijd professioneel. ‘Dat moet zo zijn en dat kunnen we ons best veroorloven. We zijn nog steeds een rijk land, en dat blijven we ook. Alleen kunnen we niet zo doorgaan als we deden. We moeten het eigenaarschap van de zorg delen met burgers. Waarom? Er is teveel weg georganiseerd naar zorgorganisaties, zorgverzekeraars en gemeentes, zonder dat iemand het idee heeft daar enige invloed op te kunnen uitoefenen. Dat geeft vervreemding.’

Hervorming langdurige zorg

Gaat de hervorming van de langdurige zorg lukken; wordt het een succes? ‘Wij hebben het steeds over de participatiesamenleving. Participatie betekent ook mede-eigenaarschap. Daar gaat het te weinig over. Maar zodra mensen zich echt meer eigenaar voelen van hun eigen bestaan, dan zullen ze dat eigenaarschap aannemen. Op voorwaarde dat ze dit op een prettige manier kunnen uitoefenen.’

Van wie is straks de zorg? ‘Laat het meer van de mensen zelf zijn. Nu staat het te ver van iedereen af. Hef de vervreemding op. Zet je niet af, maar wees betrokken bij je eigen zorg.’

Interview door Willem Wansink.

Dossier(s)

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg