invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Comfortzorg: Altijd op zoek naar de sociale return on investment

Gepubliceerd op: | Laatst gewijzigd op:

Comfortzorg vindt dat mensen recht hebben op heel persoonlijke zorg en aandacht, en selecteert de medewerkers op competenties die hierbij aansluiten. Daar gaat het heel ver in. En die ruimte hoopt het ook in 2015 te kunnen behouden, als het veld er door de transitie in de langdurige zorg heel anders uitziet.

Aanbieders van zorg en welzijn zeggen het altijd graag: iedere cliënt heeft zijn eigen unieke verhaal. Comfortzorg gaat echter wel ver om aan dit uitgangpunt invulling te geven. Neem bijvoorbeeld de jonge moeder met multiple sclerose, die professionele zorg voor haar kind nodig had. Zij mocht een actieve rol spelen in de werving- en selectieprocedure voor degene die de zorg voor dat kind op zich ging nemen. Neem de oude vrouw, die inmiddels was opgenomen in een verpleeghuis, maar zich daar niet gelukkig voelde. Voor haar organiseerde Comfortzorg een zorgarrangement, samen met de kinderen en mantelzorgers en inclusief de huishoudelijke hulp. Het team heeft haar tot haar dood in deze situatie kunnen verzorgen, en is meegegroeid met de steeds zwaardere zorg die de vrouw tegen het einde van haar leven nodig had.

De man bij wie pas als hij ver in de dertig is de diagnose ernstige PDD NOS wordt gesteld. Hij was altijd door zijn eigen netwerk in de lucht gehouden, maar dat netwerk begon steeds meer scheuren te vertonen. Comfortzorg zocht en vond een begeleider die goed bij hem past, die probeert zijn sociale netwerk steviger te maken en die hem kon helpen zijn droom in vervulling te laten gaan: een weekend naar Londen. Hij spaarde uren van zijn PGB om de begeleidingsuren op deze reis te kunnen betalen, en die begeleider was bereid ook een deel van de tijd als vrijwilliger actief te zijn. Of – als laatste voorbeeld – de oude vrouw die primair een gezelschapsdame wenste omdat haar kinderen op afstand woonden.

‘En die gezelschapsdame vindt het geen enkel probleem om eens een wasje te draaien als die oude vrouw niet zo’n goede dag heeft, of om met haar een nieuwe bril te gaan kopen’, zegt Comfortzorg-directeur Hanni van den Broek. ‘Het harde van de huidige wet- en regelgeving is dat dit naar de letter ervan niet zou kunnen zodra de zorg door de AWBZ-zorg in natura gefinancierd wordt. Onzinnig natuurlijk, want juist door die aandacht doen mensen een minimaal beroep op de zorg.’

Bijzondere competenties

Op basis van de genoemde voorbeelden zegt Van den Broek samenvattend dat Comfortzorg geen planbureau is, zoals de reguliere thuiszorg. ‘Daar draait het immers meer om een efficiënte planning van routes van medewerkers dan dat het om de voorkeur van cliënten gaat omtrent medewerker en tijdstip’, legt Van den Broek uit. Het pakket aan geleverde diensten is breed – op de site staat niet alleen zorg thuis voor iedereen vermeld, maar ook zorg en hulpmiddelen op het vakantieadres, oppas aan huis en zorg aan zieke medewerkers – en de dienstverlening wordt op de individuele vraag afgestemd. ‘We kunnen dit doen omdat we werken met een vast team van mensen die zich verantwoordelijk voelen voor de cliënt’, zegt Van den Broek. 'Die medewerkers kiezen dus voor de cliënten voor wie ze willen werken in plaats van voor een veertigurige werkweek, want die is in dit model niet eenvoudig te realiseren. Ten aanzien van de medewerkers betekent dit dat ik meer geïnteresseerd ben in de competenties onder de streep dan de voor de hand liggende dingen als het juiste diploma. Natuurlijk zijn deze gangbare zaken van belang, maar ik vind het belangrijker dat de cliënt zich tevreden voelt in zijn huis en dat er aandacht is voor de persoon en diens omgeving.’

Een recent klanttevredenheidsonderzoek door een extern onderzoeksbureau leverde een slechts zelden gezien gemiddelde van 9,4 op.

Duurzame relaties

De manier waarop Comfortzorg werkt, staat haaks op het businessmodel van reguliere organisaties. ‘Maar het is daarom niet minder economisch rendabel’, zegt Van den Broek. ‘Ik geloof namelijk in duurzame relaties met de cliënten.’

Het werk dat Comfortzorg doet, wordt grotendeels betaald uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ), en voor een kleiner deel uit het persoonsgebonden budget of particuliere financiering. ‘Ik heb de indruk dat zorgkantoor Friesland onze aanpak wel waardeert’, zegt Van den Broek, ‘maar ik besef ook dat alle aanbieders gelijk in de rij staan en dat niemand een voorkeursbehandeling krijgt. En hoe het allemaal gaat uitpakken met de transitie in de langdurige zorg per 1 januari 2015 is natuurlijk helemaal spannend. In de voorbereiding hierop hebben we om te beginnen in kaart gebracht wat de belangrijkste gemeenten voor ons zijn binnen Friesland. Binnen die gemeenten willen we ons business model goed over het voetlicht brengen, om ze te laten zien wat onze waarde is en hoe we aandacht hebben voor de mantelzorger en gebruikmaken van het vrijwilligersnetwerk. Ook hebben we risicoscenario’s gemaakt van cliënten op soort indicatie, financiering en de verandering waarmee zij te maken krijgen. In voor zorg! helpt ons in dit traject.’

Onzekerheden

Wat is haar inschatting van hoe het zal gaan lopen? ‘Het is koffiedik kijken’, zegt Van den Broek. ‘Je weet niet hoe de gemeenten zich gaan opstellen bijvoorbeeld. Misschien zijn er gemeenten die alleen maar met grote aanbieders willen werken. En misschien krijgen we wel verschillende manieren van declareren, waarop dan onze ICT moet worden aangepast. Ik hoop dat het allemaal niet te moeilijk wordt. Neem bijvoorbeeld het dagcentrum voor jong-dementerenden dat wij binnenkort openen. Deze mensen komen uit verschillende gemeenten, en dat betekent dus dat ik straks met al die gemeenten aan tafel moet. Ik hoop dat ze zich dan een beetje laten leiden door het regime dat de zorgkantoren toepassen en de deuren open houden voor alle bestaande aanbieders. Daarnaast is natuurlijk de vraag hoe de budgetkorting gaat worden toegepast. Als dat op uurtarief gaat, hebben we allemaal een probleem. Verstandiger is het om per cliënt een budget te creëren voor het voorliggende probleem. Dus: een goede business case opzetten die duidelijk maakt wat je sociale return on investment is. Dit is voor gemeenten veel overzichtelijker.’

In ieder geval heeft ze het voordeel van een duidelijk onderscheidend model, stelt ze, en heeft het bedrijf al een goede groei in zorg in natura. ‘Maar ik moet nu op heel veel gemeenten gaan acteren en dat is voor deze kleinschalige organisatie lastig’, zegt ze. ‘Toch zie ik geen alternatief. Vakinhoudelijke keuzes maken kan ik niet zonder de achterliggende visie – en dus de cliënt – tekort te doen. En met een geografische herwaardering zou ik ook cliënten tekort doen. Mijn hoop is dus dat de gemeenten vanuit het vertrouwensperspectief met mij als aanbieder in gesprek gaan en blijven. Je moet als partners optreden om samen meerwaarde voor de burger te kunnen hebben.’

Maar de basis van de hele transitiegedachte – het geïntegreerde model waarvoor wordt gekozen – zegt ze ‘heel mooi’ te vinden.’Gelukkig wordt nu ook weer het welzijn aan de zorg toegevoegd, waardoor het uit het medische model wordt gehaald’, zegt ze. ‘De gemeenschapszin is in dit deel van het land best goed. En door de crisis zie je ook steeds meer burgerinitiatief ontstaan. Het risico is alleen dat de gemeenten daar teveel op gaan vertrouwen en dat burgers met een zwak sociaal netwerk of een netwerk op afstand daarvan de dupe worden. Dat willen wij niet laten gebeuren voor onze cliënten.’

Interview: Frank van Wijck

Meer weten

Tags

In voor zorg-deelnemer

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg