invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Bij één loket welkom met elke vraag, ook over dementie dus

Gepubliceerd op: | Laatst gewijzigd op:

De gemeenten Middelburg, Veere en Vlissingen hebben onder de naam Porthos een loket gecreëerd waar alle burgers met alle vragen terecht kunnen waarmee de gemeente iets te maken heeft. Zijn daarin afspraken gemaakt over de zorg voor mensen met dementie, dan kan de casemanager dementie op grond daarvan de zorg voor deze mensen door alle stadia van het ziekteproces heen naadloos regelen.
Heeft de gemeente Middelburg een visie ontwikkeld op wat ze wil betekenen voor iemand die dement wordt? Ja en nee, het hangt er maar van af welk antwoord je wilt horen. ‘Het is een kleine vraag met een groot antwoord’, zegt Martijn van Poecke, programmacoördinator maatschappelijke participatie en zorg.

‘We hebben als samenwerkende gemeenten – Middelburg, Veere en Vlissingen – niet echt een doelgroepenbeleid ontwikkeld. We wilden namelijk geen afzonderlijke doelgroepen benoemen, maar gewoon iedereen ondersteunen die dit nodig heeft. Daarom hebben we ook één loket ontwikkeld voor onze burgers waar zij met al hun vragen aan de gemeenten terechtkunnen: Porthos. Inwoners kunnen hier terecht als ze op zoek zijn naar een feestzaal voor hun huwelijk, maar ook met vragen over ouder worden en Wmo nodig hebben, of wanneer zij een beroep willen doen op het Centrum voor Jeugd en Gezin. Kortom, voor alles waarin de gemeente een rol speelt. Porthos gaat in dialoog over wat er aan de hand is en wat er nodig is om een probleem op te lossen. Dat kan voor iedereen anders zijn. Om het op mensen met dementie te betrekken. Bij hen hangt het af van het stadium van de dementie, maar ook van de rol die de partner, kinderen of mensen in de buurt kunnen spelen in informele zorg, en welke formele zorgbehoefte hiernaast bestaat. Porthos is er dus per definitie niet op gericht om bij de probleembeschrijving “dementie” een formulier erbij te pakken dat de uniforme oplossing bij dit probleem beschrijft. Er bestaan geen uniforme oplossingen.’

Ondersteuning voor de mantelzorger

Dit neemt niet weg dat de gemeenten wel specifieke aandacht hebben voor het onderwerp dementie, vult wethouder Saskia Szarafinski aan. ‘Bij dementie is de rol van de mantelzorger enorm belangrijk en die krijgt in de traditionele aanpak van het probleem te weinig aandacht’, zegt ze. ‘Dus willen we dat Porthos er ook heel nadrukkelijk is om de mantelzorger inzicht te bieden in wat de gevolgen van dementie zijn en welke mogelijkheden er zijn om hiervoor hulp en zorg te regelen. We hebben hiervoor binnen Porthos voorzien in Manteling, een organisatie die er speciaal voor bestemd is ondersteuning te bieden aan mantelzorgers. Hieraan zijn zowel professionals als vrijwilligers verbonden, die informatie verstrekken en zorggerelateerde hulp bieden op gebieden als vrijwilligerswerk en mantelzorg. Op deze manier willen we de mantelzorgers helpen hun zelfreflecterend vermogen te versterken, zodat ze verantwoorde afwegingen kunnen maken in de vraag wat ze wel en niet kunnen betekenen voor een naaste met dementie. Hierin moet iedere mantelzorger zijn eigen keuzes kunnen maken. De een kan het bijvoorbeeld belangrijk vinden zelf de lichamelijke verzorging van de partner met dementie te blijven doen, terwijl de ander dit juist veel te moeilijk vindt en zelf verantwoordelijk wil blijven voor vervoer of dagbesteding. Die vrijheid willen we faciliteren, en ook dit verklaart waarom we als gemeenten geen blauwdruk voor zorg en begeleiding willen bieden, maar juist op basis van individuele behoeften van mensen de dialoog willen aangaan.’

Dialooggericht werken

Porthos is een netwerkorganisatie waarin partijen als GGD, de Centra voor Jeugd en Gezondheid, Mee, maatschappelijk werk en welzijnswerk met elkaar verbonden zijn. Rondom deze ketenpartners weten ook andere betrokken partijen zoals het Centrum voor Werk en Inkomen, de huisartsen, de scholen en de zorgkantoren Porthos in toenemende mate te vinden. De mensen die rechtstreeks bij Porthos betrokken zijn, gaan in gemengde groepen naar cursussen om vanuit verschillende invalshoeken oplossingsgericht te leren denken.

‘Het is de bedoeling dat de casemanagers dementie ook een rol gaan spelen binnen Porthos’, vertelt Van Poecke.  ‘Juist het feit dat Porthos dialooggericht is, maakt dat wij als gemeenten de casemanagers optimaal kunnen ondersteunen. Het heeft weinig nut als Porthos constateert dat iemand hulp van een thuisverpleegkundige nodig heeft, en de casemanager vervolgens ook weer naar het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) moet om een indicatie voor een thuisverpleegkundige aan te vragen. Wij willen die ondersteuning gewoon direct binnen de eerste lijn beschikbaar stellen als die nodig is. Daarin moet dan niet in iedere opeenvolgende fase van dat proces een soort van examen zitten dat recht geeft op de zorg en ondersteuning die daarbij horen. Vandaar onze gedachte om in plaats hiervan met de zorgaanbieder een lumpsum af te spreken, die we op basis van historische cijfers over de zorg voor mensen met dementie hebben vastgesteld. Dit geeft dan de zorgaanbieder en de persoon in kwestie en diens mantelzorgers de ruimte om in onderlinge afstemming in iedere fase tot zorg op maat te komen. Dat scheelt enorm veel bureaucratie en maakt dat de toegang tot zorg respectvoller en met meer mededogen kan worden ingericht. Mantelzorgers kunnen zo dus veel gerichter regelen wat nodig is, zonder eerst in een keukentafelgesprek te moeten aantonen waarom zij het zelf écht niet meer redden. We halen de losstaande indicatie er dus zoveel mogelijk uit en bieden ruimte aan professionals om zelf verantwoorde keuzes te maken. Echt om iemand heen gaan staan dus. Geen oplossingen uit armoede creëren, want daarin zou de casemanager nooit tot zijn recht kunnen komen.’

Leren van elkaar

De gemeenten zijn vorig jaar met zorgverzekeraar CZ in gesprek gegaan over deze aanpak. ‘Daarbij merkten we bij CZ echt een fundamenteel verschil in houding met vroeger’, zegt Szarafinski. Toen voerden de zorgkantoren en de zorgverzekeraar echt strikt hun taak uit zoals zij die zagen. Dat gaf geen match. Maar nu merken we bij CZ echt een andere houding, we hanteren nu veel meer dezelfde uitgangspunten. Dit betekent dat voor ons ruimte ontstaat om te leren van hun inkooptechnieken, en voor hen om gebruik te maken van onze contacten met bijvoorbeeld de GGD en het welzijnswerk. We hebben elkaar nu echt wat te bieden.’

Een deel van de partijen in de Stichting Ketenzorg Midden en Noord Zeeland kenden de gemeenten al langer, zoals de thuiszorgaanbieders die de huishoudelijke hulp aanbieden. ‘Van de 85-plussers hier woont 85 procent nog zelfstandig’, zegt Van Poecke. De apothekers en fysiotherapeuten kenden de gemeenten echter nog niet, en de huisartsen als groep evenmin. ‘Wat ons aanspreekt is het feit dat de stichting onafhankelijk is en ook de casemanagers een onafhankelijke positie geeft’, zegt Van Poecke. ‘Ze bieden geen informatie aan mensen die rechtstreeks verwijst naar één zorgaanbieder. Dat schept ruimte om goed met hen samen te werken. Ze kunnen ons echt helpen de zorg te bieden die wij nodig vinden voor onze burgers. Maar we moeten ons als gemeenten en zorgaanbieders natuurlijk nog wel verdiepen in elkaar, het is een leerproces dat we doormaken.’

Hiervoor is het niet nodig dat de gemeenten actieve leden in de stichting zijn, stelt Van Poecke. ‘Die stichting is een werkgever en is feitelijk een zorgorganisatie’, zegt hij. ‘Die heeft een andere rol dan de gemeenten. Een samenwerkingsrelatie past beter bij die verhoudingen dan lidmaatschap.’

Cultuuromslag

Van Poecke en Szarafinski zijn zich bewust van het feit dat de transitie in de langdurige zorg die de overheid voorstaat een enorme cultuuromslag voor de burgers gaat betekenen. ‘Het is een proces dat vraagt om mededogen, openheid en tegelijkertijd ook strengheid’, zegt Van Poecke. ‘Mensen zijn gewend om te vragen om voorzieningen of hulpmiddelen waarvan wij nu moeten nadenken over de vraag of ze daar wel recht op hebben. Met de achterliggende gedachte – mensen aanspreken op hun eigen verantwoordelijkheid en hen helpen en richten op zo lang mogelijk de eigen regie houden over het leven in de vertrouwde leefomgeving – kunnen we het alleen maar eens zijn. We zien dit als de beste manier om oud te worden met behoud van kwaliteit van leven.’

Szarafinski beaamt dit, ook als het om mensen met dementie gaat. ‘Als mensen afglijden in dementie, wil je hen als gemeente helpen dit proces zo respectvol mogelijk te ondergaan’, zegt ze. ‘Maar het is duidelijk dat de manier waarop we dit voor de toekomst willen aanpakken een cultuuromslag vergt in het denken van alle betrokken partijen.’

Interview door Frank van Wijck

Meer weten

Andere interviews met gemeenten

Dossier(s)

Tags

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg