invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Beweging 3.0 - Cliëntenraad: 'wij geloven in de nieuwe woongroepen'

Gepubliceerd op: | Laatst gewijzigd op:

Beweging 3.0 is een grote zorgorganisatie in de Amersfoortse regio. Begin 2013 is Beweging 3.0 begonnen met een pilot: ‘Van Huis naar Thuis’. Opzet was en is om kleine intramurale woongroepen te vormen, zowel voor ouderen met somatische klachten als voor ouderen met psychogeriatrische klachten. 

De eerste fase, waarin medewerkers, behandelaren, cliënten en familie via blogs hun persoonlijke ervaringen met deze manier van werken en wonen bijhielden, is achter de rug. In november starten weer nieuwe woongroepen. De Centrale Cliëntenraad, de Ondernemingsraad en de Directie vertellen over hun ervaringen en verwachtingen rond het Van Huis naar Thuis-project. 

Deel 1 uit dit drieluik: de Centrale Cliëntenraad

Charlotte Doornekamp en Harold Beumer van de Centrale Cliëntenraad van Beweging 3.0 geloven in het concept van Van Huis naar Thuis. Tegelijkertijd wijzen zij op verbeteringen die de formule beter kunnen maken voor de bewoner en voor de medewerker.

'Wij geloven in de nieuwe woongroepen. Het concept sluit ook mooi aan bij de ambitie van Beweging 3.0. Maar daarbij is het wel nodig om zorgvuldig de verdere uitrol te begeleiden', meent Harold Beumer. Charlotte Doornekamp: 'Dat er nu een nieuw concept ligt, waarin de bewoner beter tot z’n recht komt, was zeker nodig. De verschillen tussen de verpleegafdelingen zijn soms groot. Bij de ene afdeling gaat het beter dan bij de andere.' Harold: 'Door die verschillen is ook de vertrekpositie van de nieuwe groepen overal net weer wat anders. Mijn ouders bijvoorbeeld woonden op Klein Amersfoort in een hofje voor 11 bewoners. Het woongroepidee was daar al een feit voordat Van Huis naar Thuis actueel werd. De overstap naar Van Huis naar Thuis is in zo’n situatie een stuk makkelijker.'

Aanbevelingen

Op grond van de recente evaluatie en op basis van wat zij hebben gemerkt van de gang van zaken rond Van Huis naar Thuis hebben de 2 cliëntenraadsleden een paar aanbevelingen. Zo zouden zij graag zien dat er voor iedere woongroep namens de cliëntenraad een onafhankelijke cliëntvertegenwoordiger wordt aangesteld die de voortgang vanuit het bewonersperspectief bewaakt. Zo iemand zou dan ook de cliëntenraad op de hoogte moeten houden. Charlotte: 'En – niet onbelangrijk – zo’n vertegenwoordiger zou ook de familie kunnen coachen. Bijvoorbeeld richting meer participatie. De familie is soms emotioneel en zit vol verdriet. Dat vraagt om tact en inlevingsvermogen. Het moet dus een vertegenwoordiger met een ruim hart zijn.'

Harold: 'Wat ook wenselijk is, is dat er aandacht is voor het kennisniveau van de lokale cliëntenraden. Wij zijn binnen de lokale cliëntenraden met te weinig mensen. Dan is het juist belangrijk dat je over geschikte kennis beschikt om lokale ontwikkelingen beter te kunnen beoordelen. Een passend aanbod aan trainingen is dan wenselijk.' De Cliëntenraad zou bovendien graag zien dat er een nieuw kennisinstrument wordt ingezet. Harold: 'Woongroepen moeten van elkaar kunnen leren. Er zou een goed toegankelijk platform moeten komen waarop positieve en negatieve ervaringen met deze manier van werken kunnen worden gedeeld.'

Ontwikkeltraject

Terugkijkend naar het begin van het traject vindt de cliëntenraad het jammer dat niet bij het begin van de planvorming betrokken was. Harold: 'Wij maakten als Centrale Cliëntenraad voor het eerst kennis met Van Huis naar Thuis toen we het concept-projectplan onder ogen kregen. Toen lag er dus al een aardig compleet plan, waarbij wij tot dan toe niet betrokken waren geweest. Eigenlijk is dat vreemd als 1 van de hoofddoelstellingen is om het de cliënt meer naar de zin te maken.' Charlotte: 'Het plan gaf onvoldoende gedetailleerd aan wat er nu precies in de praktijk anders zou worden.' Harold: 'Maar we beseffen tegelijkertijd dat die detaillering haaks staat op het idee om samen te ontdekken hoe het anders en beter zou kunnen. Dit is typisch een ontwikkeltraject. Je weet welk doel wordt nagestreefd, maar niet hoe en wanneer. Onderweg moet je samen van alles ontdekken. Daarom is het periodiek bijstellen tijdens het traject zo belangrijk.'

Contacten kunnen beter

Het ontwikkel-karakter van de pilot levert een beetje een paradoxale situatie op. Enerzijds ziet de cliëntenraad de voordelen van deze experimentele route. Anderzijds ziet de raad dat hierdoor ‘onderweg’ zaken niet helemaal goed kunnen lopen. Charlotte: 'Met name de contacten met bewoners, de familie en de behandelaren kunnen beter, zo blijkt.' Harold: 'Ander punt is dat kennelijk niet duidelijk is wie nu waarvoor verantwoordelijk is.' Charlotte: 'Als straks bijvoorbeeld facilitair er als schakel tussenuit gaat, wie let er dan op dat er gezond gegeten wordt? En wat gebeurt er als op een groep de begeleiders niks met zelf koken hebben?'

Welzijn en participatie

De 2 leden van de cliëntenraad concluderen dat in de pionierfase het nieuwe werken veel druk heeft gelegd op de begeleiders. Daardoor is, zo menen de raadleden, in de praktijk een wat eenzijdig accent gelegd. Charlotte: 'Je ziet dat medewerkers zich in het begin vooral hebben gericht op het leveren van zorg. Welzijn kwam op de tweede plaats. Dat past een beetje bij het klassieke beeld: verzorgenden leveren zorg. We kennen dan wel tegenwoordig 4 domeinen in het zorgleefplan, maar als druk en onzekerheid een rol gaan spelen, schieten medewerkers weer terug in hun oude reflex: vooral zorg leveren. De teamcoaches konden dat kennelijk ook niet ombuigen.' Harold: 'Wat naar ons idee ook nog eens goed moet worden bekeken, is de participatie van de familie. In het conceptplan staat dat het succes van dit plan mede afhangt van het meedoen van de familie. We hebben dit punt vanaf het begin als een risico bestempeld. Ik weet uit de praktijk dat het hondsmoeilijk is om de familie er bij te betrekken.'

Meer tijd nodig

Van Huis naar Thuis krijgt gestalte in een tijd waarin er van alles tegelijkertijd lijkt te gebeuren: bezuinigen, nieuwbouw, de afbouw van intramurale plaatsen. Juist om die reden pleit de raad ervoor om meer tijd te nemen voor een uitgebalanceerde verdere uitrol. Harold: 'Het concept heeft meer tijd nodig.' De cliëntenraad wil daarbij ook – kijkend naar de evaluatie – in het vervolgtraject meer de vinger aan de pols houden. 'Wij willen graag meedenken met verbeteringen die Van Huis naar Thuis meer in balans kunnen brengen.'

Meervoudig aangehaakt aan de Cliëntenraad

Charlotte Doornekamp en Harold Beumer maken deel uit van de Centrale Cliëntenraad. Charlotte vertegenwoordigt de woonzorgdivisie, Harold de verpleeghuisdivisie. Beiden zijn bovendien onderdeel van een lokale cliëntenraad van respectievelijk woonzorgcentrum De Lichtenberg en verpleeghuis De Lichtenberg in Amersfoort.

Interview door Rob van Es.

Meer weten

Tags

In voor zorg-deelnemer

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg