invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Allerzorg: Resultaatgerichte zorg leidt tot meer kwaliteit tegen minder geld

Gepubliceerd op: | Laatst gewijzigd op:

De klant centraal stellen en de zorgprofessional in zijn kracht zetten? Allerzorg wil aantonen dat dit mogelijk is door de zorgprofessional regelarm te laten werken: laat ze niet hun uren in detail schrijven, per functie en per categorie, omdat het systeem registratie van de losse zorgactiviteit nu eenmaal voorschrijft.

Die tijd kunnen ze wel beter gebruiken, namelijk voor hun vak. En bovendien: laat ze zelf, in samenspraak met de klant, bepalen hoe en wanneer de gewenste zorg het beste geleverd kan worden. Weg met het keurslijf van het weekregime. Op naar een mentale omslag in de zorg: de resultaatgerichte aanpak.

Experiment 'Zorgpaden zonder urenregistratie 

Allerzorg is een aanbieder van thuiszorg (inclusief palliatieve zorg thuis) en kraam- en kindzorg. De organisatie is opgericht vanuit de ambitie ‘de zorg te bieden zoals je die aan je eigen naasten zou geven’. Monique Dekker (directeur en oprichter Allerzorg) heeft een achtergrond in de zorg en heeft als interim bestuurder verschillende zorgorganisaties geleid. 'Na een tijdje zag ik een bepaald patroon. Zorgorganisaties gingen steeds vaker fuseren, maar de cliënt werd er niet beter van. De zorg kwam steeds verder van de klant te staan. Daarom hebben wij Allerzorg opgericht. Met de gedachte om kleinschalige zorg te leveren, die dicht bij de klant staat.' Allerzorg is de afgelopen jaren sterk gegroeid en werkt aan de hand van een decentraal organisatiemodel van regio’s met daaronder vestigingen met 1 of meerdere zorgteams van maximaal 15 zorgprofessionals. Allerzorg werkt, met ruim 50 vestigingen, door heel Nederland.

Monique Dekker

Budget per indicatie

Eén van de zaken waar de medewerkers van Allerzorg tegenaan lopen is dat er in de dagelijkse praktijk zoveel administratie gedaan moet worden, die ten koste gaat van het leveren van zorg en van het zorg-ondernemerschap. Om deze administratieve druk te verminderen, heeft Allerzorg voorgesteld om te experimenteren met ‘een budget per indicatie’. In dit experiment komt de verplichte urenregistratie op functie- en categorieniveau voor de zorgverlener te vervallen en wordt er gedeclareerd op basis van vooraf afgesproken budget behorende bij een indicatie. Allerzorg krijgt de kans om gedurende de looptijd van de indicatie de zorg te verlenen én te organiseren naar eigen inzicht en in overleg met de betrokkenen.

Medewerkster Allerzorg

2 doelgroepen van het experiment

Het experiment betreft 2 doelgroepen:

  • Begeleiding van een groep Turkse 55-plussers in Twente
  • Begeleiding en verzorging van cliënten bij Palliatieve Terminale Thuiszorg in de regio Den Haag

Voor beide experimenten mogen de zorgverleners binnen het gehele budget van de indicatie zelf regie voeren in overleg met cliënten en hun mantelzorgers. Allerzorg wil aantonen dat het zorgresultaat eerder wordt bereikt (dus met lagere kosten) met hogere tevredenheid van cliënten en zorgprofessionals.

Turkse 55-plussers

In de regio Twente is een (grote) groep Turkse 55-plussers die zich eenzaam voelt. Volgens de traditionele aanpak krijgen deze mensen op basis van hun niet-welbevinden toegang tot de langdurige zorg. Deze traditionele aanpak is gericht op behandelen en leidt tot een chronische afhankelijkheid van zorg. Dit leidt er toe dat deze groep significant meer zorg consumeert. En naar verwachting zal dit alleen maar toenemen.

In dit experiment zal deze doelgroep op een andere manier begeleid gaan worden. Allerzorg heeft de cursus ‘de kracht van je leven’ ontwikkeld en deze cursus zal gegeven worden aan ongeveer 30 cliënten met een bestaande indicatie, gevolgd door individuele begeleiding. Deze begeleiding is gericht op zelfredzaamheid en eigen regie. Na 26 weken wordt het beoogde zorgresultaat (dat van tevoren is bepaald) geëvalueerd. De verwachting is dat enerzijds de zorgbehoefte na de 26 weken feitelijk gedaald is (dan wel dat er na 26 weken veel minder zorg nodig is dan vanuit het reguliere proces te verwachten was geweest), en dat anderzijds zowel de tevredenheid van de cliënten als die van medewerkers gestegen is.

 25 cliënten in hun laatste levensfase

In de regio Den Haag gaat Allerzorg 25 cliënten (en hun mantelzorgers) begeleiden in hun laatste levensfase. Ook in dit 2e experiment is vooraf door het zorgkantoor het budget toegekend en hoeft de zorgverlener niet op urenbasis te verantwoorden welke vorm van zorg geleverd is en in welke week. Het belangrijkste doel van dit deelexperiment is aan te tonen dat de cliënten en hun naasten bovengemiddeld tevreden zijn over de begeleiding door Allerzorg wanneer deze helemaal op maat (maar binnen het budget) wordt ingeregeld. De meting van de tevredenheid bij de nabestaanden wordt door een onafhankelijke instelling gedaan aan de hand van vragenlijsten.

Voordelen van een regelarme werkwijze

De deelexperimenten zijn eind januari 2013 begonnen. Daardoor zijn er nog geen ‘eindresultaten’ (tevredenheidsscores) vanuit de cliënt beschikbaar. De zorgprofessionals, daarentegen, geven al duidelijk aan dat het experiment wat hun betreft veel voordelen kent:

  • Geen keurslijf binnen een weekritme
    Het weekritme dat wordt voorgeschreven werkt voor veel verzorgenden als een te strak keurslijf: je mag in die week zoveel uren aan die functie en die categorie besteden, niet meer en eigenlijk ook niet minder. In de praktijk varieert echter de zorgbehoefte van week tot week. Vooral bij de PTZ-trajecten verschilt de zorgvraag vaak van dag tot dag. Daar is binnen de algemene systematiek dus geen plaats voor. Het grote voordeel van dit experiment is dat de verzorgenden in hun kracht worden gezet om te kijken naar wat er nodig is voor de cliënt en niet hoeven te redeneren en handelen vanuit ‘het systeem’.
  • Klant staat echt centraal
    Hetzelfde geldt voor welke van zorg een cliënt krijgt. Vooral in de palliatieve zorg varieert de zorgbehoefte sterk gedurende het begeleidingsproces. De regie om te bepalen welke begeleiding de cliënt in welke fase nodig heeft, ligt nu primair bij de zorgprofessional en de cliënt en niet bij het systeem. Zeker in een moeilijke situatie waarin iemand aan het eind van zijn/haar leven is, is het erg waardevol om op maat te kunnen inspelen op dat wat er werkelijk nodig is. Elleke Nagel geeft vanuit Allerzorg invulling aan het PTZ-experiment in Den Haag. 'Je kan maar 1 keer afscheid nemen. Dan moet het dus wel goed gaan. Het gaat om het creëren van vertrouwen, juist in zulke moeilijke situaties. En dan helpt het enorm dat je echt die zorg kunt leveren, die nodig is. Dat je niet hoeft te denken in "die en die" zorgcategorie of functie.' 
  • Zorg leveren en organiseren
    Uit de gesprekken die de teamleiders van Allerzorg met hun medewerkers voeren in het kader van dit experiment, komt duidelijk naar voren dat zorgprofessionals goed kunnen balanceren tussen zelf de zorg leveren en de zorg organiseren. Vooral de organisatie van de zorg is in dit opzicht erg belangrijk. Door - waar mogelijk samen met de mantelzorgers - de zorg goed te organiseren, kan er meer gerealiseerd worden. De zorgprofessional biedt dan het kader waarbinnen op een veilige en verantwoorde manier meer zorg geleverd kan worden zonder dat het meer geld kost. Bovendien is het voor de cliënt een gevoel van ‘vertrouwde handen’ en zijn de mantelzorgers op een goede manier betrokken bij het afscheid nemen.

Scooters van Allerzorg

Low profile

Het experiment ‘Regelarm’ is bewust heel laagdrempelig ingestoken. Op werkoverleggen is melding gemaakt van het experiment, zonder de nadruk te leggen op ‘het regelarme’. De term ‘Regelarm’ wekte bij sommigen in 1e instantie juist de verkeerde indruk, namelijk dat alle regels zouden worden afgeschaft. Er is vooral benadrukt dat het voor Allerzorg ‘business-as-usual’ is, waarbij de zorgprofessional wordt gestimuleerd om meer de regie te nemen bij het organiseren en leveren van zorg waarbij steeds de cliënt centraal staat en niet het systeem.

Een 2e reden om het bewust ‘low profile’ aan te pakken is objectiviteit. Als je er als organisatie erg veel aandacht aan besteedt, kan een placebo-effect optreden: zowel cliënten als medewerkers kunnen het effect van een dergelijk experiment juist bewust over- of onderschatten. Door er niet te veel ‘gedoe’ van te maken, krijg je een objectief beeld over hoe de betrokkenen het echt vinden.

Kleine successen

Ralph Zonneveld is manager Business Development en Innovatie, en tevens projectleider Experiment Regelarme Instellingen (ERAI) bij Allerzorg. Als bedrijfseconoom en voormalig hoofd van de (financiële) administratie kent hij de regels binnen en buiten de organisatie door en door. Hij weet ook hoe het systeem werkt en dat voor een succesvol experiment ook de ketenpartners moeten meedoen. 'De relatie met het zorgkantoor is goed, maar toch nog redelijk formeel. Allerzorg wil graag in de geest van de Go-brief handelen, terwijl het zorgkantoor zich redelijk strikt aan de afspraken houdt.' Toch ziet hij op zorginhoudelijk vlak al kleine successen. 'Hoewel er slechts 5 cliënten in zorg zijn, zijn de 1e resultaten positief. Als we kijken naar de factor "Mens" dan doen we het erg goed.'

 Ralph Zonneveld

De opstart van het experiment met de Turkse cliënten verloopt langzaam. Ze zijn moeilijk te bereiken en ook de eigen bijdrage vormt mogelijk een bezwaar. In april zijn er extra inspanningen verricht om een groep op te starten, maar dat is tot op heden niet gelukt.

Mentale omslag

Allerzorg is ervan overtuigd dat het anders moet in de zorg. De basishouding van de zorgsector moet veranderen van ‘zorg leveren’ naar ‘zorg organiseren’. Dit is een grote mentale omslag voor de zorgverlener. Binnen Allerzorg is er veel aandacht voor deze transitie, die mede door het experiment versterkt wordt. Het begint dan ook bij het trainen van medewerkers. Vooral de niet-zorginhoudelijke competenties krijgen bij Allerzorg veel aandacht. Via het programma In voor zorg! wordt er veel competentie-ontwikkeling gedaan op hoe je als zorgverlener de zorg kunt organiseren in plaats van telkens zelf de zorg te leveren. Voor sommige medewerkers is dat een moeilijke omslag, omdat hun basisgedachte is: ‘ik moet die zorg leveren aan de cliënt’.

Dat de kwaliteit van zorg door deze mentale omslag en door eigen regie en initiatief verbetert, beaamt Frans Schreuder, kwaliteitscoördinator. 'Bij Allerzorg bepaalt de zorgondernemer zelf welke "tak van sport" hij of zij gaat beginnen. Dit kan thuiszorg zijn, kraamzorg, palliatieve zorg …als je er maar zelf voor kiest. Daarmee borg je de intrinsieke motivatie en wordt kwaliteit iets van jezelf. Dan ben ik ook niet de controleur, maar de ondersteuner in het verbeteren van hún kwaliteit.'

Frans Schreuder

Opleiden mantelzorgers

Dit experiment heeft Allerzorg verder aan het denken gezet. Als je het idee van de transitie van 'zorg leveren' naar 'zorg organiseren' verder doordenkt en je binnen een indicatie de (relatieve) vrijheid hebt, zou een vervolgstap kunnen zijn om een deel van dat budget in te zetten om mantelzorgers op te leiden om zelf een deel van de zorg te kunnen leveren. De verwachting van Allerzorg is dat een dergelijk initiatief kan bijdragen aan de tevredenheid van de cliënten en van de medewerkers, met verlaging van de kosten. Uiteraard valt dit buiten het huidige experiment, maar het is een goed voorbeeld van hoe een experiment kan resulteren in innovatieve ideeën en verdere bewustwording.

Meer weten

Dossier(s)

In voor zorg-deelnemer

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg