invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Zorgzaam Stedum is er voor iedereen met een hulpvraag

Gepubliceerd op: | Laatst gewijzigd op:

De Eemsdelta en het Hoge Land zijn gebieden in Nederland die te kampen hebben met wegtrekkende jongeren en krimp van de bevolking. Het Woon- en Leefbaarheidsplan (WLP) Eemsdelta van 35 partijen moet bijdragen aan de leefbaarheid in deze regio. Het In voor zorg-traject van de DEAL-BMW gemeenten (Delfzijl, Appingedam, Eemsmond, Loppersum en Bedum, De Marne en Winsum) is gericht op samenwerking binnen de regio om samen de transitie vorm te geven. In de notitie ‘Welzijn, burgerparticipatie en sociale cohesie in DEAL-BMW gemeenten’ (pdf) uit 2014 zijn veel initiatieven van professionals en diverse burgerinitiatieven opgehaald. Uit deze grote verscheidenheid zijn een vijftal ‘parels’ gekozen die mooie resultaten laten zien. Zo ook in Stedum, waar iedereen – jong en oud – die hulpbehoevend is, gebruik kan maken van Zorgzaam Stedum.

Het laatste wat Zorgzaam Stedum wil, is bemoeizorg bieden. Zorgzaam Stedum wil de Stedumers in hun waarde laten. Als ze hulp nodig hebben, hoeven ze er alleen maar om te vragen. Zorgzaam Stedum biedt hulp die niet via de reguliere zorg wordt verstrekt: vervoer en begeleiding naar een arts of het ziekenhuis, medicijnen halen, boodschappen doen, bibliotheekboeken ruilen, kleine klusjes doen in en om huis, eten koken, een mantelzorger ondersteunen. Het kan allemaal. Maar het moet uit de mensen zelf komen. Of hooguit via bijvoorbeeld de huisarts of de dominee, mensen die de inwoners goed kennen en snel in de gaten hebben als ergens hulp nodig is.

Denken over leefbaarheid

Stedum heeft pakweg 1000 inwoners. ‘Er blijft niet veel over’, zegt Karel Zuiderveld, die er zijn fysiotherapiepraktijk heeft, ‘jammer eigenlijk. De meeste middenstand is weg, de huisarts zit een dorp verderop, scholen moeten fuseren om te overleven. Veel jongeren trekken weg en langzaamaan de ouderen ook, omdat ze bang zijn dat ze niet meer in hun dagelijkse behoeften kunnen voorzien als ze hulpbehoevend worden.’

Het ministerie van Economische Zaken (EZ) vroeg Zuiderveld een paar jaar geleden om mee te denken over de leefbaarheid in Stedum, vanwege de aardbevingen. Zuiderveld had kort daarvoor een project voor zonnepanelen opgezet. Daarom legde EZ hem de vraag voor hoe je de duurzaamheid in het gebied zou kunnen waarborgen. Zuiderveld: ‘Ik organiseerde een bijeenkomst in het dorp, waar heel veel ter tafel kwam op het gebied van veilig kunnen wonen en je vertrouwd kunnen voelen. De sociale cohesie was gelukkig al wel goed in Stedum. Er waren veel informele netwerken en mantelzorgers. Toch waren er beslist ook wel mensen die tussen wal en schip vielen. Oudere alleenstaanden, of oudere echtparen – al dan niet import – die erg op zichzelf zijn.’

Sociaal netwerk creëren

De volgende stap voor Zuiderveld was om mensen van de kerken, sociaal/maatschappelijke organisaties en van de vereniging dorpsbelangen uit te nodigen voor een gesprek over de vraag: hoe creëren we een sociaal netwerk waarvan iedereen in het dorp gebruik kan maken als het nodig is? De bereidheid om hieraan mee te werken was er en een enquête in het dorp bracht 60 vrijwilligers op de been. Zo kon de stichting Zorgzaam Stedum snel een feit worden. Startsubsidie van de gemeente, de NAM en het VSB Fonds stelde de stichting in staat te investeren in een computer (voor de planning van de vrijwilligerstaken) en in de hulpmiddelen die de inwoners kunnen lenen als ze die nodig hebben. ’Het Groene Kruis bureau was al lang uit het dorp verdwenen’, verduidelijkt Zuiderveld, ‘mensen moesten dus voor hulpmiddelen naar Appingedam of Groningen. Veel krukken of rollators hebben we trouwens gekregen van mensen die ze over hadden. Verder hebben we douchestoelen – vaak onmisbaar kort na een operatie –een postoel, een rolstoel, grijpstokken en een wigkussen. In een aantal gevallen zijn de hulpmiddelen er ter overbrugging: mensen proberen een hulpmiddel uit en als ze het gedurende langere tijd nodig hebben, kopen ze het zelf.’

Grenzen stellen

De activiteiten van Zorgzaam Stedum worden gecoördineerd door 3 personen. Eén heeft ervaring als manager van zorgprocessen. De tweede is voorzitter van de vereniging dorpsbelangen en de derde heeft ook een sterke binding met het dorp. Om te voorkomen dat ze voortdurend op straat worden aangesproken over hulpvragen, is er een website waarop mensen terechtkunnen en een telefoonnummer dat op vaste wekelijkse beluren bereikbaar is.

De hulp die de vrijwilligers bieden, is eenmalig. Dit om te voorkomen dat mensen op regelmatige basis worden ingeschakeld door dezelfde hulpvragers om de tuin te onderhouden, voor te lezen of vervoer te regelen. Voor dit laatste vraagt de stichting overigens een kilometervergoeding. Een dagje inspringen voor een mantelzorger die er even tussenuit wil, kan ook. ‘We trekken wel een grens’, zegt Zuiderveld. ‘Mensen aan- en uitkleden of douchen bijvoorbeeld vinden we professionele zorg. Dat doen we dus niet.’
Afspraken met thuiszorgorganisaties over hoe beide partijen elkaar zo goed mogelijk kunnen aanvullen, zijn er niet. ‘Er zijn zoveel organisaties’, zegt Zuiderveld. ‘Daarom spelen we het liever via de gemeente, die ook haar weg aan het vinden is in haar nieuwe taken en die dus net als wij geconfronteerd wordt met heel veel nieuwe vragen. Ik heb in ieder geval niet van de bestaande zorgaanbieders gehoord dat we in hun vaarwater zitten, ook niet met de verstrekking van hulpmiddelen. Het is natuurlijk ook heel kleinschalig wat we doen.’

Eenzaamheid

Nu Zorgzaam Stedum anderhalf jaar bezig is, wordt het geconfronteerd met een dilemma. Zuiderveld: ‘We helpen mensen met heel concrete dingen, maar we zien steeds meer dat ze te kampen hebben met iets wat veel minder grijpbaar is: eenzaamheid. Ze zitten dan verlegen om een praatje en dat zit niet in onze dienstverlening. We willen dus gaan overleggen met de maatschappelijk dienstverleners, de kerk, de diaconie en de gemeente over oplossingen voor dit probleem. We moeten als partijen geen dingen dubbel gaan doen. En bovendien: we zijn geen professionele hulporganisatie. Het is ook een onderwerp waarover we de laatste tijd veelvuldig in overleg zijn met onze vrijwilligers. Niet iedereen is een prater, en de heg snoeien is echt wat anders dan een gesprek voeren met iemand die dementeert. Dit is dus een uitdaging.’

Nu moet het groeien

En er is nog een uitdaging: mensen zover krijgen dat ze hulp vragen. De stichting heeft folders uitgegeven, heeft zich laten interviewen voor het plaatselijke nieuwsblad en heeft stickers met het telefoonnummer verspreid zodat potentiële hulpvragers dit altijd bij de hand hebben. Ook zijn de huisartsen en de bekende contactpersonen uit het maatschappelijk middenveld ingelicht. Het zal vanzelf moeten groeien, vindt Zuiderveld.

Belangstelling vanuit andere gemeenten voor de gekozen aanpak is er inmiddels al wel. ‘Dat zijn veelal ook kleine dorpen waar precies dezelfde problematiek bestaat als hier’, zegt Zuiderveld. ‘De vragen komen dan van gemeenteambtenaren of van verenigingen van dorpsbelangen. Ze zijn welkom om van ons te leren. Dat is ook wat met de participatiemaatschappij bedoeld wordt toch? Als er een initiatiefnemer is, kun je dit in principe in ieder dorp opzetten. Vooropgesteld dat het dorp niet te groot is en dat er niet teveel forensen zijn, want dan is de sociale cohesie anders. We zien wel hoe het groeit. Het belangrijkste is dat we de inwoners van Stedum een middel kunnen bieden om in hun eigen omgeving te blijven wonen als ze hulpbehoevend worden. De voorzieningen zijn er, daarvoor hoeven ze niet het dorp uit.’

Interview door: Frank van Wijck

Dossier(s)

Tags

In voor zorg-deelnemer

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg