invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Ria Stegehuis (Menzis): ‘Onze inkopers gaan in gesprek met cliënten en cliëntvertegenwoordigers’

Gepubliceerd op:

Het zorginkoopkader dat Zorgverzekeraars Nederland heeft geschetst voor de zorginkoop Wlz 2016, biedt een goed kader voor een dialoog tussen zorgkantoren en verpleeghuizen over kwaliteitsverbetering, vindt Ria Stegehuis van Menzis. Voor haar is het essentieel om naast de medisch-technische kwaliteit ook heel scherp te focussen op de kwaliteit zoals de cliënt die beleeft.

Voor directeur zorg Ria Stegehuis van Menzis staan 3 woorden centraal in de relatie met de verpleeghuizen: gelijkwaardigheid, vertrouwen en transparantie. ‘Het is heel goed dat in de contractering van verpleeghuiszorg het accent steeds meer komt te liggen op de kwaliteit van die zorg’, zegt ze.

‘Staatssecretaris Martin van Rijn geeft in Waardigheid en trots, het plan voor verbetering van de kwaliteit van zorg in de verpleeghuizen dat hij recent naar de Tweede Kamer stuurde, gelukkig ook deze zelfde lijn aan. De verpleeghuizen en de zorgkantoren hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om die beoogde kwaliteitsverbetering van de verpleeghuiszorg nu samen op te pakken, en dat is ook de lijn van ons inkoopbeleid. We gaan het gesprek aan met de verpleeghuizen over hoe hun cliënten de zorg ervaren die ze daar ontvangen. De zelfanalyses en daarop gebaseerde ontwikkelplannen waarmee de verpleeghuizen nu kunnen komen, kunnen heel breed worden ingevuld, dus van de omvang van deze opdracht zijn we ons bewust. De kern van die opdracht wordt in gezamenlijk overleg uit die zelfanalyses de juiste ontwikkelplannen te destilleren, en bij dat proces ook de cliënten te betrekken.’

Inzet van beide zijden

Stegehuis erkent dat het bovenstaande niet alleen een ontwikkeltraject is voor de verpleeghuizen, maar ook voor de zorgkantoren. ‘We moeten die verbeterplannen beoordelen en daarvoor moeten we constructief in gesprek met de verpleeghuizen’, zegt ze. ‘Hierbij moeten we ervoor zorgen dat het proces niet te bureaucratisch is, en we moeten zeker weten dat aan beide zijden voldoende kennis van zaken aanwezig is. Gelukkig hebben we bij onze zorgkantoren mensen met specialistische kennis aan boord. Daarnaast analyseren we onze cliëntervaringen.’

Zal dit leiden tot een “drastische wijziging” in het zorginkoopbeleid voor de Wlz 2016, zoals Zorgvisie recent in een nieuwsbericht stelde? Stegehuis is voorzichtig: ‘Dat weet ik op dit moment nog niet. Wat in ieder geval verandert nu is dat – gestoeld op het inkoopkader voor de Wlz 2016 dat Zorgverzekeraars Nederland recent publiceerde – sprake is van een landelijke lijn in de inkoop, gebaseerd op die zelfanalyse en ontwikkelplannen en met ruimte voor een opslag op het basistarief. De zorgkantoren hebben hiermee een scherpe focus in de inkoop van verpleeghuiszorg. Wat nog wel eens wordt vergeten, is dat bij de zorgkantoren ook een reorganisatie heeft plaatsgevonden om effectief op die nieuwe rol in te kunnen spelen. Er is dus ook echt sprake van een investering van onze zijde.’

Verantwoordelijkheid voor continuïteit

Het is niet de eerste insteek van Menzis om met instellingen die slecht presteren direct geen zorgovereenkomst meer te sluiten, stelt Stegehuis. ‘Als een instelling écht slechte zorg levert, dan hoop ik dat we daar nu al niet meer inkopen’, zegt ze. ‘Afgezien daarvan kunnen we natuurlijk niet van het ene op het andere jaar besluiten om zomaar niet meer te contracteren natuurlijk. Als zorgkantoren hebben we immers ook een verantwoordelijkheid in het bieden van continuïteit van zorg. Wel kijken we extra kritisch naar instellingen waartegen een fraudeonderzoek loopt of die onder verscherpt toezicht van de Inspectie voor de Gezondheidszorg staan. Daarnaast kijken we zoals ik al zei heel scherp naar de geleverde kwaliteit, zowel bij bestaande als bij nieuwe aanbieders. Met de kanttekening dat die kwaliteit op dit moment nog moeilijk te meten is, en dat wij – naast het medisch-inhoudelijke toezicht van de Inspectie – zullen kijken naar hoe de cliënten die kwaliteit ervaren. Onze inkopers gaan dus ook het gesprek aan met de cliënten en de cliëntvertegenwoordigers.’

Basis al aanwezig

Heeft Menzis al een basisinzicht in de mate van presteren van de verpleeghuizen? ‘We kennen de verpleeghuizen natuurlijk’, zegt Stegehuis, ‘en een aantal instellingen heeft al meegedaan met het experiment regelarme instellingen, dus we hebben zeker een basis. Maar ik moet toegeven dat dit wel alleen inzicht biedt in algemene termen. We beschikken nog niet over een objectief systeem om een verpleeghuis een zeven, een acht of een negen te geven. Over de CQ-index waren we niet zo tevreden, dus zijn we nog op zoek naar een andere methode om de tevredenheid van cliënten te meten.

We beseffen terdege dat we het hier hebben over verpleeghuiszorg waarvan cliënten afhankelijk zijn, en dat dus ook harde criteria als cijfers over decubitus en delier van belang zijn. Maar een verpleeghuis is wel een plaats waar iemand woont en juist daarom vinden we ook die beleving zo enorm belangrijk. Komt de familie graag op bezoek? Zijn er structurele initiatieven om de buitenwereld naar binnen te halen of de inzet van vrijwilligers te benutten? Daar kijken we dus naar.’

Meerjarencontract en toeslag

Menzis staat ervoor open zorgaanbieders die goed presteren een meerjarencontract aan te bieden, maar Stegehuis maakt hierbij wel een voorbehoud. ‘We willen dit eerste jaar gebruiken om het proces op gang te brengen’, zegt ze. ‘Maar zoals ik al stelde, zijn we niet van plan om aanbieders uit te sluiten. Geen enkele goed presterende aanbieder van verpleeghuiszorg hoeft zich dus zorgen te maken over zijn nabije toekomst. We hopen dat de komende periode de wet- en regelgeving stabiel blijft, zodat die geen kink in de kabel gaan vormen, en dan zullen we zeker meerjarenafspraken gaan maken.’

Toch is dit nog niet zo eenvoudig, stelt Stegehuis. Ze legt uit: ‘Je hebt niet alleen te maken met een verpleeghuis, maar ook met de regionale infrastructuur waar binnen het functioneert. Naast de medisch-inhoudelijke kwaliteit en de kwaliteit zoals de cliënt die definieert, moet je ook kijken naar de relatie met de gemeente, de huisartsen, de thuiszorg, de wijkverpleging et cetera. Daar moet je allemaal rekening mee houden.’

Ook over de vraag hoe een beslissing te nemen over het al dan niet toekennen van de 3 procent opslag op het basistarief heeft binnen Menzis discussie plaatsgevonden. ‘We zijn daar inmiddels uit’, zegt Stegehuis. ‘De aanbieders moeten voor 1 september hun verbeterplannen hebben ingediend, die beoordelen we voor 1 oktober. En op basis daarvan gaan we uitgaand van vaststaande criteria beslissen welke aanbieders wel en niet voor die toeslag in aanmerking komen. We gaan dat instrument dus zeker gebruiken als incentive om ontwikkelplannen voor kwaliteitsverbetering te belonen.’

Interview door Frank van Wijck

Meer weten

Dossier(s)

Tags

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg