invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Ineke Wever (ZN): ‘Zorginkoop Wlz vraagt dialoog, ondernemerschap en partnerschap’

Gepubliceerd op: | Laatst gewijzigd op:

Het nieuwe inkoopproces voor de Wet langdurige zorg (Wlz) dat deze maand van start gaat, is een duidelijke trendbreuk met het verleden. De zorgfinanciering wordt nadrukkelijk cliëntvolgend, stelt Ineke Wever, manager zorg van Zorgverzekeraars Nederland. Het uitgangspunt is dat op basis hiervan bij álle aanbieders ruimte bestaat voor kwaliteitsverbetering.

In de Wlz gaat het om 3 met elkaar samenhangende doelstellingen: betere kwaliteit van zorg, terugdringing van institutionalisering en betere financiële houdbaarheid en beheersbaarheid. Op basis hiervan zijn voor de inkoop van 2016 de onderwerpen cliëntgerichtheid, kwaliteit en onafhankelijke cliëntondersteuning als richtinggevend benoemd. Hoe transparant zijn die onderwerpen voor de zorgkantoren?

‘Dat is precies de zoektocht’, zegt Wever. ‘We gaan de aanbieders in de langdurige zorg dus vragen om met ontwikkelplannen te komen. Het uitgangspunt in de langdurige zorg is “de basis op orde”. De trajecten waarin het veld en de Inspectie voor de Gezondheidszorg hierover afspraken moeten maken met elkaar, lopen nog, maar daar kunnen we niet op wachten. Dus leggen we nu al bij de zorgaanbieders de vraag neer om een kritische zelfanalyse te doen, op basis daarvan ontwikkelplannen te maken, en met ons afspraken te maken over hoe we het resultaat voor de cliënt inzichtelijk kunnen maken. Blauwdrukken om dit traject vorm te geven zijn er niet. De zorgkantoren en de aanbieders moeten echt de dialoog aangaan met elkaar. Belangrijk voor beide partijen is dat we het rigide systeem willen loslaten waarbij de zorgkantoren een opslag bieden aan de aanbieders die boven het gemiddelde van de CQ-index zitten en niet aan de overige aanbieders.’

Van aanbod- naar cliëntgestuurd

De grote omslag die alle partijen moeten maken, stelt Wever, is niet langer het aanbod centraal stellen maar uitgaan van de persoonlijke behoeften en wensen van de cliënt. ‘De zorg en ondersteuning moeten vanuit deze wensen en behoeften worden georganiseerd’, zegt ze, ‘en dit heeft gevolgen op allerlei niveaus. Bijvoorbeeld voor het vereiste deskundigheidsniveau van de medewerkers, maar ook voor de inzet van het netwerk rondom de cliënt. Ook de ruimte die het zorgleefplan voor de cliënt biedt om hem in staat te stellen zijn eigen leven te blijven leiden, speelt er een grote rol in. En gelet op de doelstelling mensen langer thuis te laten wonen, betekent het ook dat aanbieders goede afspraken moeten maken met de huisartsen en de mantelzorgers, en dat afspraken moeten worden gemaakt over respijtzorg.’

Het moet vanuit de aanbieders komen, stelt ze, zonder dat de zorgkantoren hierin heel sturend zijn. ‘Ik ga ervan uit dat bij alle aanbieders ruimte zal bestaan voor kwaliteitsverbetering’, zegt ze. ‘En ik hoop ook dat ze allemaal die ruimte pakken, want het doel is natuurlijk dat de totale kwaliteit in de langdurige zorg omhoog gaat.’

Afscheid van de spreadsheets

Is bij de zorgkantoren voldoende kennis aanwezig om dit inhoudelijke gesprek over kwaliteitsverbetering in de langdurige zorg aan te gaan? Volgens Wever wel. ‘Maar het zal voor sommige inkopers beslist nog lastige materie zijn’, voegt ze hieraan toe, ‘voor de aanbieders trouwens ook. De spreadsheets waarmee tot nu toe werd gewerkt, boden natuurlijk wel duidelijke kaders, dus het vergt van beide partijen een cultuuromslag om die los te laten. De zorgkantoren zijn zich hier ook wel degelijk van bewust. Veel kantoren hebben hun medewerkers getraind om hun kennis en vaardigheden op een hoger niveau te brengen.’

Toch is het een spannend traject dat beide partijen nu ingaan, erkent Wever. ‘Het zal hier en daar ook heus wel mis gaan’, zegt ze, ‘en daar moeten we ook niet bang voor zijn. We willen de zorgaanbieders juist ruimte bieden en we willen dat ze loskomen van de angst die zeker zal bestaan bij ze dat ze meteen worden afgestraft als iets niet direct lukt zoals we het allebei hopen. De oproep aan de aanbieders is daarom: kom met goede verbeterplannen en stem die ook af met de cliëntenraden, zodat je zeker weet dat ze aansluiten bij wat je cliënten willen. Natuurlijk zit hieraan ook een zakelijke kant, want in het kader van de zorginkoop moeten de afspraken die de zorgkantoren en de aanbieders met elkaar maken wel helder zijn. Maar de dialoog beperkt zich nadrukkelijk niet tot de inkoop alleen, de partijen blijven het hele jaar door met elkaar in gesprek.’

Langer thuis wonen faciliteren

Het inkoopgesprek zoals dat tot voor kort altijd werd gevoerd, had een duidelijk seizoenskarakter. ‘Daarover was eigenlijk iedereen ontevreden’, zegt Wever, ‘de zorgkantoren net zo goed als de aanbieders. De Wlz biedt ruimte om het nu anders te gaan doen. De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) was heel duidelijk een instellingwet, terwijl de Wlz juist een wet is die de wens van de cliënt wil volgen en langer thuis blijven wonen wil faciliteren. De gesprekken nemen hierdoor nu een heel andere wending. Niet dat ze hiermee per se eenvoudig worden natuurlijk, want veel aanbieders zitten wel met vastgoed waarop ze nu voor het eerst moeten acteren in een krimpmarkt. Dat is nieuw voor ze en dit betekent dat ze samen met de zorgkantoren de marktontwikkelingen moeten gaan volgen en op basis hiervan stapsgewijs beslissingen moeten gaan nemen over hoe ze daarmee moeten omgaan.’

Ruimte voor regionaal maatwerk

In de dialoog met de zorgaanbieders wordt ruimte gecreëerd voor regionaal maatwerk, met aandacht voor versterking van de basis, de kwaliteit van leven en de samenhang in de zorg. Betekent dit in de praktijk dat voor 2016 bij alle aanbieders wordt ingekocht, met daarbij in de contractering afspraken over kwaliteitverbetering? ‘Dat vind ik een lastige vraag’, zegt Wever. ‘Zorgaanbieders moeten voldoen aan minimumvoorwaarden om voor contractering in aanmerking te komen en de verbeterplannen waarmee ze komen geven ruimte om een toeslag op het basistarief te bieden. Maar het feit dat het beleid gericht is op langer thuis wonen, betekent wel dat we in een krimpmarkt zitten. Ik verwacht niet dat de gevolgen hiervan al meteen voor 2016 heel groot zullen zijn, maar op termijn zal dit zeker wat gaan betekenen voor het aanbod.’

Dit verklaart ook waarom de zorgkantoren interesse hebben in strategische partnerships met aanbieders en open staan voor het maken van meerjarenafspraken. ‘Maakt een zorgkantoor een inkoopafspraak voor één jaar dan zegt dat wel wat over die aanbieder’, zegt Wever. ‘Dit kan bijvoorbeeld aan de orde zijn als een aanbieder onder verscherpt toezicht van de Inspectie voor de Gezondheidszorg staat of als er een fraudeonderzoek loopt. Maar ik vind het moeilijk om over dit onderwerp verder al te veel te zeggen, het is nu juist aan de regio’s om hierover afspraken te maken. De zorgkantoren zullen hierover, ieder in hun eigen regio, criteria opstellen. Hierin zullen aspecten als de hoogte van de cliëntwaardering en de mate van innovatie van het zorgaanbod een rol spelen, maar verder wil ik dit vanuit de brancheorganisatie echt niet invullen. We hebben een landelijk kader, maar dat zal regionaal – dichtbij de cliënt – moeten worden ingevuld. Dat dit tot differentiatie in het aanbod zal gaan leiden, als je gaat sturen op kwaliteit en straks ook op uitkomsten, ligt echter voor de hand.’

En wat betekent het voor nieuwe aanbieders? ‘Ook dat is een vraag waarop ik vanuit de brancheorganisatie geen antwoord kan geven’, zegt Wever. ‘Daarvoor moet ruimte blijven bestaan, maar dat is wel lastig in een krimpmarkt want contractering van een nieuwe aanbieder betekent dat de bestaande aanbieders worden geraakt. Voor alle aanbieders wordt het ondernemersrisico groter nu.’

Bandbreedte

Zorgaanbieders die met goede ontwikkelplannen komen, kunnen hiervoor een opslag op het tarief ontvangen. ‘Er is een bandbreedte van 3 procent afgesproken’, legt Wever uit. ‘De kaders zijn best krap dus, maar dat is bewust want we kunnen ons geen al te grote schokeffecten veroorloven. Dat zou onrust in de markt geven, en zorgkantoren moeten ook rekening houden met de continuïteit van zorg. De landelijke financiële kaders voor 2016 zijn gebaseerd op 2014, terwijl wel inmiddels de transitie heeft plaatsgevonden. Die kaders zijn krap. Geef je direct te hoge prijzen weg, dan heeft dat gevolgen voor het volume. Met die spanning moet je rekening houden, vandaar dat tot deze formule is gekomen.’
Blijkt een zorgaanbieder de afspraken niet na te komen, dan moet het zorgkantoor hierover met die aanbieder in gesprek. ‘Zorgkantoren willen zorgaanbieders namelijk belonen voor behaalde resultaten’, zegt ze.

Geen hek om de tweehonderd

In de kwaliteitsbrief Waardigheid en trots die staatssecretaris Martin van Rijn recent naar de Tweede Kamer stuurde, wordt gesproken over 200 verpleeghuislocaties die de ambitie hebben een best practice te worden. Aan deze aanbieders moet de ruimte worden geboden om stappen te zetten zodat ze deze ambitie kunnen waarmaken, stelt Van Rijn. Hoe past dit in de inkoopplannen van de zorgkantoren voor de langdurige zorg? ‘We willen geen hek om die 200 zetten want we verwachten zoals ik al stelde dat álle aanbieders hun kwaliteit willen verbeteren’, zegt Wever. ‘Het hogere ambitieniveau van die 200 kan er wel toe leiden dat hen extra ruimte zal worden geboden. Bijvoorbeeld door andere afspraken met de Inspectie over toezicht en meer ruimte laten om de risico’s te nemen die nu eenmaal met innovatie gepaard gaan. Maar nogmaals: we verwachten van iedereen ondernemerschap en lef.’

Interview door Frank van Wijck

Meer weten

Dossier(s)

Tags

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg