invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

In Adorp blijven kwetsbare ouderen zich thuisvoelen

Gepubliceerd op: | Laatst gewijzigd op:

De Eemsdelta en het Hoge Land zijn gebieden in Nederland die te kampen hebben met wegtrekkende jongeren en krimp van de bevolking. Het Woon- en Leefbaarheidsplan (WLP) Eemsdelta van 35 partijen moet bijdragen aan de leefbaarheid in deze regio. Het In voor zorg-traject van de DEAL-BMW gemeenten (Delfzijl, Appingedam, Eemsmond, Loppersum en Bedum, De Marne en Winsum) is gericht op samenwerking binnen de regio om samen de transitie vorm te geven. In de notitie ‘Welzijn, burgerparticipatie en sociale cohesie in DEAL-BMW gemeenten’ (pdf) uit 2014 zijn veel initiatieven van professionals en diverse burgerinitiatieven opgehaald. Uit deze grote verscheidenheid zijn een vijftal ‘parels’ gekozen die mooie resultaten laten zien. In Adorp bijvoorbeeld, waar is ingezet op de mogelijkheid voor kwetsbare ouderen om langer in hun vertrouwde omgeving te blijven wonen.

Iedereen die weet dat Adorp 530 inwoners telt, kan zich een voorstelling maken van de bevolkingssamenstelling. De jongeren trekken weg, de achterblijvende bevolking vergrijst. De sluiting van de basisschool staat gepland voor 2017, je kunt in het dorp niet pinnen en alle winkelvoorzieningen zijn in de loop der jaren verloren gegaan. Maar er is ook een andere kant van dit verhaal. Er is een actieve 55-plus vereniging en er worden veel culturele evenementen georganiseerd, vaak met de kerk en het dorpshuis als uitvalsbasis. En omdat Adorp slechts 8 kilometer verwijderd is van Groningen, is het een aantrekkelijke vestigingsplaats voor mensen die de stad willen verlaten voor een dorpse sfeer maar de stad wel binnen fietsafstand willen behouden. Sinds het verdwijnen van de supermarkt heeft een van de plaatselijke boeren een stalletje ingericht als winkel, waar de bewoners de meest noodzakelijke boodschappen kunnen doen.

Dorpsvisie ontwikkelen

In de zomer van 2012 vroeg het bestuur van Dorpsbelangen Adorp aan de Hanzehogeschool Groningen om op basis van onderzoek tot een dorpsvisie te komen. ‘Dorpsbelangen is een vereniging van bewoners die doorgaans als hoofddoel heeft te waarborgen dat de leefbaarheid in zo’n dorp overeind blijft’, vertelt Jannie Rozema, onderzoeker van de Hanzehogeschool. ‘In het verleden waren die besturen op de politieke besluitvorming georiënteerd, maar tegenwoordig zijn ze veel meer gericht op de dorpsgemeenschap. Ons onderzoek wilden ze gebruiken om te komen tot een dorpsvisie die breed, realistisch en haalbaar is. Op basis van ons onderzoek concludeerden wij dat de ervaren leefbaarheid in Adorp heel goed is en dat de inwoners ook wel ideeën hebben over wat beter kan op gebieden als natuur, wonen, onderlinge dienstverlening en de inzet van de mensen daarbij.’

Het was een wat langer traject om dit te vertalen naar een dorpsvisie, maar toen die tot stand was gebracht, was de kern daarvan dat Adorp de ambitie had een duurzaam dorp te zijn, niet alleen in energieverbruik maar vooral ook in termen van de sociale omgang tussen de inwoners. Door de vergrijzing groeit het aantal ouderen in het dorp en er moet wel wat worden gedaan om te waarborgen dat die langer in hun eigen omgeving kunnen blijven wonen. Rozema: ‘De gemeente heeft enthousiast gereageerd op de plannen van het bestuur van Dorpsbelangen om ook de sociale ambitie van het dorp vorm te geven.’

Inzet voor kwetsbare ouderen

Het is een zeer gelukkig toeval dat ongeveer op hetzelfde moment waarop dit onderzoek plaatsvond, ook het project Verzoamelstee tot stand kwam. Bij dit project zijn verschillende organisaties betrokken – zoals Rijksuniversiteit Groningen, het UMC Groningen, de zorgverzekeraar Menzis, de vereniging Groninger Dorpen en 3 gemeenten in de provincie, waaronder Winsum. Sociaal werker Ria Maring kreeg de vraag of ze in het kader van het project een drietal activiteiten wilde opzetten om ervoor te zorgen dat de kwetsbare ouderen in Adorp langer in hun eigen omgeving konden blijven wonen.

De opdracht was om bij wijze van pilot 10 kwetsbare ouderen met een tablet te leren werken. ‘Een  uitdaging’, erkent ze, ‘want de meesten hadden niet eens een mobieltje en vonden de gedachte aan een tablet doodeng. Ik ben heel basaal begonnen met hen leren hoe je een tablet aan en uit zet en vervolgens heb ik hen via Google informatie over Adorp laten opzoeken. De volgende stappen gingen sneller: foto’s delen, mailen, online boodschappen doen, Skypen, internetbankieren.’

Toenemend zelfvertrouwen

Wat Maring hoopte, gebeurde ook. ‘Ze gingen stralen’, vertelt ze. ‘Ze zeiden dat ze zelfvertrouwen kregen en iemand zei letterlijk: 'We liepen steeds met het idee rond dat we moesten verhuizen, maar nu blijven we'. De mogelijkheden daartoe worden natuurlijk ook veel beter als je via internet je geldzaken kunt regelen, je boodschappen aan huis kunt laten bezorgen en kunt Skypen met je kinderen en kleinkinderen. Bovendien leerden die 10 mensen elkaar beter kennen.’

Alle 10 konden ze vervolgens met forse korting de tablet kopen, wat ze ook deden. En Maring droeg de tabletcursus daarna over aan de al heel actieve 55+-vereniging in het dorp. Dat creëerde heel veel goodwill bij die vereniging. Maring legt uit: ‘Aanvankelijk bestond de gedachte dat mijn komst bedreigend was, de vereniging deed zelf al zoveel voor deze mensen. In de andere 2 gemeenten waarin dit experiment met de tabletcursus ook draaide, bestond zo’n vereniging niet en was daardoor van dit aanloopprobleem geen sprake.’

Vraag en aanbod bij elkaar brengen

Een tweede experiment kwam niet voorbij de projectperiode: een App waarmee mantelzorgers konden worden ontlast door online contact met de zorgvrager mogelijk te maken. Maar een derde experiment – noaberschap – was wel een langer leven beschoren. Maring: ‘Via de website Adorp.com (externe link) zette ik samen met Dorpsbelangen een systeem op om vraag en aanbod bij elkaar te brengen. Samen boodschappen doen, bij iemand op de koffie gaan, helpen de tuin te onderhouden, mee gaan wandelen met een slechtziende. Allemaal activiteiten die een rol kunnen spelen om te zorgen dat kwetsbare ouderen langer in hun vertrouwde omgeving kunnen blijven wonen.’

Om het idee extra aandacht te geven in de gemeente Winsum, organiseerde Maring ook een markt waar de vragers en aanbieders elkaar konden ontmoeten. Het dorpshuis stelde hiervoor gratis ruimte beschikbaar en mensen maakten cake en bowl. Er kwam een koor, een dansdemonstratie en een gitarist. De burgemeester opende de middag. En iedereen kon aanschuiven aan tafels die op onderwerpen – tuinieren, wandelen et cetera – waren ingedeeld. ‘Een heel succesvolle en leuke middag’, zegt Maring.  ‘En hij heeft een vervolg gekregen. Op de site gebeurt veel en het is ook ondergebracht bij het dorpshuis, bij Dorpsbelangen en bij de 55+-vereniging.’

Het dorp is veranderd

Is er nu echt iets veranderd in Adorp? ‘Beslist’, zegt Maring. ‘Mensen zijn zich veel bewuster geworden van het feit dat ze ook bij toenemende kwetsbaarheid hier kunnen blijven wonen, dat ze veel online kunnen regelen en dat ze in hun eigen dorp hulp kunnen krijgen. Het mooie is dat er inmiddels een particulier initiatief is om appartementen te bouwen, zodat deze mensen ook bij toenemende kwetsbaarheid in hun vertrouwde omgeving kunnen blijven wonen.’

Maring zou het werk dat in Adorp is gedaan ook graag oppakken in andere dorpen in de omgeving. ‘Ik denk dat zowel de inzet van ICT als de aandacht voor noaberschap voor meer dorpen waardevol kunnen zijn’, zegt ze. ‘Maar er moet wel iemand zijn die de verantwoordelijkheid neemt, er moet een voortrekker zijn.’ En als die er is, is meer mogelijk, vult Rozema aan. ‘Denk aan aandacht voor mensen met dementie’, zegt ze, ‘daar hebben we ook in ons onderzoek voor Dorpsbelangen op gewezen. Je kunt bijvoorbeeld een grand café opzetten in het dorpshuis waar mensen met dementie met hun partner naar toe kunnen. Dementerende ouderen kun je ook naar de dagbesteding sturen, maar dat is zo’n eenzaam avontuur. In zo’n café kun je gerichte aandacht aan deze mensen geven, en heeft de partner ook meteen iemand om een praatje mee te maken. Maar inderdaad: je hebt een voortrekker nodig. En het moet bij de besturen van de dorpsbelangen op de agenda’s komen.’

Interview door: Frank van Wijck

Meer weten

Dossier(s)

Tags

In voor zorg-deelnemer

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg