invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Financiering van zorgtechnologie: de visie van De Friesland Zorgverzekeraar

Gepubliceerd op:

De bekostiging van e-health hoeft niet moeilijk te zijn. In het Zorginkoopdocument 2017-2018 wijdt De Friesland Zorgverzekeraar er een duidelijke paragraaf aan, met richtlijnen waaraan een voorstel moet voldoen. Waarom komt zorgtechnologie dan toch zo moeizaam van de grond? Omdat het tijd is voor een cultuurverandering, aldus Gert-Jan Schuinder, zorginhoudelijk adviseur wijkverpleging bij De Friesland Zorgverzekeraar. Zorgaanbieders, leveranciers en onderwijs moeten de handschoen oppakken.

Roadshow

Precies een jaar geleden trok De Friesland 8 weken lang door de provincie met de roadshow ‘Langer zelfstandig thuis’. In de speciale domotica-unit konden verpleegkundigen, ergo- en fysiotherapeuten, huisartsen, praktijkondersteuners, verzorgenden en wijkteams kennismaken met uiteenlopende technische mogelijkheden: domotica in de keuken, de slaapkamer en de douche, variërend van heel eenvoudig tot zeer geavanceerd. ‘Er is zoveel mogelijk’, zegt Gert-Jan Schuinder. ‘Maar wat mij vooral opviel, was dat de meeste verpleegkundigen en verzorgenden geen idee hebben wat er allemaal is. Zelfs de meest simpele oplossingen – die mensen bij wijze van spreken zelf bij de Gamma kunnen halen – kennen ze niet. Laat staan de geavanceerde oplossingen die gespecialiseerde leveranciers bedenken. Hoe komt het toch dat die kennis niet in het “rugzakje” van de verpleegkundige terechtkomt?’

Obstakel

Gert-Jan is van mening dat niet de bekostiging het grootste obstakel vormt voor de inzet van nieuwe technologie. Anders zouden beeldbellen en de Medido inmiddels niet zo gewoon zijn. Het probleem zit in de cultuur. ‘De meeste zorgaanbieders kijken naar de verzekeraar als een soort “voorschrijver”. Volgens mij is dat hier echter niet onze taak. Het is aan de aanbieder zelf om te zeggen of een bepaalde technologie gaat helpen of niet. Want hij kent zijn klant, ik niet.’ Waar het om draait is of de klant een innovatie echt nodig heeft of niet. ‘Daarvoor moet een zorgaanbieder weten wat er op de markt is en wat nuttig kan zijn voor zijn klant. Vervolgens kan hij bij ons aankloppen met een goed plan. Wij willen dat een zorgaanbieder dingen doet die meerwaarde hebben.’ Als voorbeeld noemt Gert-Jan sensortechnologie. ‘Met sensoren kan een zorgaanbieder de zorgsituatie van een klant verhelderen, wat weer kan leiden tot andere keuzes die de kwaliteit van de zorg kunnen verbeteren.’

Bedreiging

Wellicht speelt ook de ‘bedreiging’ die e-health vormt voor de bedrijfsvoering een rol. Gert-Jan: ‘Een Medido bijvoorbeeld vervangt personeel. Er is dus sprake van substitutie. Verzekeraars vergoeden de kosten van een Medido niet bovenop het normale budget. Terwijl aanbieders dat bij veel innovaties wel verwachten. Bestuurders zijn nou eenmaal ondernemers en die vinden het niet leuk om in het personeelsbestand te moeten snijden.’ Overigens is dit lang niet altijd nodig. ‘Als we met elkaar inzichtelijk kunnen maken dat de besparing van de Medido teniet wordt gedaan door een aanwas van het klantenbestand, is er geen enkel probleem.’

Onderwijs

Terug naar het ‘rugzakje’ van de verpleegkundige. Want wie bepaalt op uitvoerend niveau of een klant baat heeft bij een technologie? ‘Idealiter is dat de verpleegkundige, die kan het beste inschatten wat passend is in een bepaalde situatie’, aldus Gert-Jan. ‘Daarvoor moet een verpleegkundige wel over voldoende kennis beschikken. Dat is nu niet het geval.’ Hier speelt onderwijs een rol. ‘Iedereen heeft de mond vol van innovatie in de zorg. Maar de meeste opleidingen besteden maar weinig aandacht aan innovatie en e-health. Terwijl het juist zo belangrijk is dat degenen die zorgtechnologie moeten aanbieden aan klanten – verpleegkundigen dus – deze kennis meekrijgen. Leveranciers zouden bijvoorbeeld meer met onderwijs kunnen samenwerken.’ Bijkomend probleem is dat verpleging en verzorging van oorsprong ‘handenarbeid’ is. ‘Tegen verpleegkundigen zeggen dat ze iets niet meer gaan doen – omdat technologie een stukje overneemt –, doet pijn aan hun verpleegkundig hart. Maar de zorg ontwikkelt zich wel. Verpleegkundigen moeten het leuk gaan vinden om technologie in te zetten.’ Gert-Jan raadt zorgaanbieders aan om in hun aanvragen voor financiering ook te vermelden wat ze doen om de cultuur te veranderen. ‘Hoe zorgen ze dat verpleegkundigen de rol gaan pakken die van ze verwacht wordt. Zodat de innovatie geloofwaardig wordt.’

Stekkers en doosjes

Naast zorgaanbieders en onderwijs kunnen ook leveranciers helpen om technologie gemakkelijker inzetbaar te maken. Gert-Jan: ‘Het zou mooi zijn als leveranciers een eind maken aan de wirwar aan stekkers en doosjes. Met andere woorden: laat alles op elkaar aansluiten. Maak technologie toepasbaar voor alle zorgaanbieders. Bij een kwetsbare oudere kun je niet met 3 verschillende afstandsbedieningen en kastjes aankomen.’ Ook verbaast hij zich erover dat leveranciers hem benaderen met mooie nieuwe technologieën. ‘Heel interessant natuurlijk, maar ik ben niet degene die er wat mee gaat doen. Aanbieders, bedrijfsleven en onderwijs moeten meer connectie met elkaar maken. De verzekeraar is slechts een facilitator, die de mogelijkheden zoekt om goede plannen te financieren.’

Interview door Ingrid Brons

Meer weten

Dossier(s)

Tags

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg