invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Erik-Jan Wilhelm (Achmea): ‘De zorginkoop Wlz biedt kansen voor iedereen’

Gepubliceerd op: | Laatst gewijzigd op:

Met de plannen voor de zorginkoop Wet langdurige zorg (Wlz) zoals die zijn vastgelegd in de Zorginkoopgids van Zorgverzekeraars Nederland kan Achmea goed uit de voeten. Er zitten voldoende elementen in om invulling te kunnen geven aan de ambitie voor kwaliteitsverbetering in de langdurige zorg. Bovendien zijn ze geen blauwdruk, maar laten ze ruimte voor individuele zorgverzekeraars om zich te onderscheiden.

Binnen Achmea is positief gereageerd op het plan voor verbetering van de kwaliteit van de langdurige zorg Waardigheid en trots, dat staatssecretaris Martin van Rijn recent naar de Tweede Kamer stuurde. ‘Het sluit heel goed aan op wat wij zelf op dit gebied willen bereiken’, zegt Erik-Jan Wilhelm, directeur care zorginkoop bij Achmea divisie zorg & gezondheid. ‘Ook wij kiezen voor een integrale benadering voor kwaliteitsverbetering in de langdurige zorg, waarbij de mogelijkheid voor de cliënt om langer thuis te blijven wonen en eigen regie te blijven voeren over het leven centraal staan. Ook kunnen wij ons helemaal vinden in het standpunt van de staatssecretaris dat de focus dient te verschuiven van de zorgaanbieder naar de cliënt. Vorig jaar oktober hadden wij al beschreven wat wij belangrijk vinden voor onze cliënten die afhankelijk zijn van langdurige zorg: we willen kennis vergaren over de kwaliteit van leven die deze mensen ervaren, de financiering van de wijkverpleging opschuiven in de richting van populatiegebonden bekostiging en de kwaliteit van de intramurale ouderenzorg verhogen. Dit sluit precies aan bij wat de staatssecretaris beschreef in zijn recente brief aan de Tweede Kamer.’

Drastische wijziging

De verbeterplannen van Van Rijn moeten zich vertalen in het zorginkoopbeleid van de zorgkantoren. Vaktijdschrift Zorgvisie sprak hierbij – op basis van een presentatie van Zorgverzekeraars Nederland – van een “drastische wijziging” in het zorginkoopbeleid Wlz 2016. Ziet Wilhelm dat ook zo?

‘Ja, als je het landelijk bekijkt is dat zeker het geval’, zegt hij. ‘De inkoop voor 2016 zal er echt anders uitzien dan hoe we het tot nu toe altijd gewend waren. De aanpak is goed: wij vragen de zorgaanbieders om op basis van een kritische zelfanalyse een verbeterambitie te formuleren, waarbij ze zelf aangeven hoe ze aan het einde van het jaar aantonen hoe ze de prestatie ook daadwerkelijk hebben bereikt. Met het zorgkantoor gaan zij in dialoog over de ambitie, voortgang en uiteindelijk het behaalde resultaat en daarover maken ze afspraken. Voor onszelf is dit overigens wat minder nieuw, want wij werkten al enige jaren met verbeterafspraken. Maar de ruimte die we daarbij boden, was veel beperkter. De financiële impact was vorig jaar 2 procent, nu is landelijk 3 procent afgesproken en dat is toch een interessant verschil. Maar het vraagt natuurlijk wel wat van zorgaanbieders, het initiatief ligt veel meer bij hen. Van onze inkopers vraagt dit ook wat trouwens. Ze moeten een goede inschatting kunnen maken van de geformuleerde ambitie van de zorgaanbieder en in dialoog blijven om te bezien of bijsturing nodig is.’

Regionaal waarde toevoegen

Achmea maakte enige tijd geleden zijn zorginkoop 2.0 programma bekend. De kern hiervan is dat het zich bij de zorginkoop veel meer gaat richten op de patient journey van de patiënt in het zorgproces dan op de vraag wat de individuele zorgaanbieder te bieden heeft. ‘Dat programma heeft betrekking op de zorg die wordt geleverd in het kader van de Zorgverzekeringswet, maar het gedachtegoed komt wel overeen met de kwaliteitsambities die nu zijn geformuleerd voor de langdurige zorg’, zegt Wilhelm. ‘Ook hier gaat het erom de focus te verleggen van de aanbieder naar de cliënt en waarde toe te voegen. Het mooie van de aanpak hiervoor binnen de langdurige zorg is dat de zorgkantoren veel ruimte wordt geboden om hieraan regionaal invulling te geven. Er is geen landelijke blauwdruk die letterlijk moet worden gevolgd. Gelukkig, want dat zou de dood in de pot zijn.’

De kans pakken

In de berichtgeving over de ZN-inkoopkader Wlz 2016 in Zorgvisie werd gesteld dat instellingen die slecht presteren het risico lopen dat helemaal geen zorgovereenkomst meer met hen wordt afgesloten. Ziet Wilhelm dit daadwerkelijk gebeuren? ‘Ik denk niet dat dit snel zal gebeuren’, zegt hij. ‘Als je slecht presteert, heb je juist méér ruimte om je kwaliteit te verbeteren dan andere aanbieders, gebruik die kans dan ook. Wij zijn er als zorgkantoor niet op gericht partijen uit te sluiten in contractering. In tegendeel, het is juist onze wens dat alle zorgaanbieders hun kwaliteit verbeteren zodat de onderlinge kwaliteitsverschillen kleiner worden en de kwaliteit over de volle breedte beter wordt. Het enige probleem dat we hierbij op dit moment nog hebben in de langdurige zorg, is dat we nu nog vooral procesindicatoren tot onze beschikking hebben op basis waarvan we die kwaliteit in kaart kunnen brengen. We hopen binnen 2 of 3 jaar een set van valide uitkomstindicatoren tot onze beschikking te hebben. De belangrijkste vraag is die aan de cliënt: “Wat vindt u van uw kwaliteit van leven?”.’

Meerjarencontracten

Wilhelm geeft aan graag open te staan voor het aanbieden van meerjarencontracten aan zorgaanbieders. ‘Maar niet zomaar klakkeloos aan iedereen’, zegt hij. ‘We hebben hierover vooraf gesprekken gevoerd met een aantal aanbieders. Hierbij hebben we gevraagd of ze van ons verwachten dat we die meerjarencontracten per definitie aanbieden, of dat we er een bepaalde lading aan moeten geven. Zonder uitzondering zeiden ze dat ze het laatste veel logischer vinden. En het mooie van de opzet die nu is ontwikkeld is dat daarvoor ook inderdaad ruimte bestaat. We willen in staat zijn om onze regioplannen goed vorm te geven, dus zijn we bijzonder geïnteresseerd in zorgaanbieders die bereid zijn om ons op locatieniveau inzage te verschaffen in de kwaliteit die daar wordt geleverd. Dit stelt ons in staat om ook op locatieniveau met ze te spreken over de daar geleverde kwaliteit. Bijvoorbeeld om te zeggen: “We zien dat die ene locatie ondanks de geleverde inspanningen toch structureel onder de maat blijft in kwaliteit. Is het dan niet slimmer om die locatie te sluiten en je aandacht te richten op je andere locaties, waar je veel beter in staat bent om kwaliteit te leveren?”. Met instellingen die bereid zijn om op dit niveau met ons samen te werken, zijn wij bereid om een contract voor 2 jaar af te sluiten. Een groep van 20 zorgaanbieders die bereid zijn om met ons mee te werken aan de ontwikkeling van uitkomstindicatoren, willen we naast een tweejarig contract ook vooraf de 3 procent toeslag op het tarief toekennen.’

Hierbij tekent Wilhelm wel aan dat zulke afspraken niet vrijblijvend zijn. ‘De afgesproken prestatie moet natuurlijk wel daadwerkelijk worden geleverd’, zegt hij. ‘Gebeurt dat niet, dan moeten we toch weer achteraf met elkaar verrekenen.’

Ruimere ambitie

Verwacht Wilhelm dat er zorgaanbieders zullen zijn die liever geen kwaliteitsafspraken willen maken? ‘Ik kan het me eigenlijk niet voorstellen’, zegt hij. ‘Hier liggen kansen voor iedereen, en als dat zo is, waarom zou je dan genoegen nemen met slechts een jaarcontract zonder toeslag op het basistarief? 
3 procent opslag op het tarief is echt niet gering op een instellingsbudget. Van ons had dat percentage trouwens nog wel wat hoger mogen zijn. Ik begrijp dat voor het eerste jaar is afgesproken het voor alle zorgverzekeraars op gelijke hoogte te houden, want dit geeft ons ruimte om ervan te leren. We hebben als zorgverzekeraars toch een dubbele verantwoordelijkheid tenslotte. Aan de ene kant willen we de zorgkwaliteit verbeteren, maar aan de andere kant willen we ook geen onnodige onrust in de markt creëren, met het risico dat aanbieders omvallen. Maar op termijn is het zeker onze ambitie de speelruimte te vergroten naar 4, of misschien zelfs wel 5 of 6 procent.’

Interview door Frank van Wijck

Meer weten

Dossier(s)

Tags

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg