invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Eigen regie bij WoondroomZorg: wegblijven van regels en protocollen en terug naar ‘de bedoeling’

Gepubliceerd op: | Laatst gewijzigd op:

Woondroomzorg is samenwerkingspartner van ouderinitiatieven, op dit moment 19 in totaal. Ouders van kinderen met levenslange zorgvragen bundelen hun krachten en met behulp van een PGB regelen zij de zorg voor hun kinderen zelf. Woondroomzorg is in zo’n situatie de organisatie die zorg levert en de bedrijfsvoering ondersteunt waarbij de regie echter bij de ouders en kinderen blijft liggen.

Over ‘eigen regie’ is binnen In voor zorg! een minitranche gaande, waar Woondroomzorg aan deelneemt. Het doel is in de woorden van directeur André Rhebergen weer ‘terug naar de bedoeling’ te gaan. Want hoewel de ouderinitiatieven zijn ontstaan door onvrede met de systeemwereld van de reguliere zorg, slopen er in de loop der jaren de nodige regels in de verschillende teams, waardoor het verschil met reguliere zorgorganisaties dreigde te verdwijnen. Rhebergen: “Wat heeft de bewoner hieraan? Dat moeten we ons bij alles afvragen. Niet de regels voorop stellen, maar de bewoner.”

Chantal Smit is sinds 2009 coördinator van woongroep De Toekomst, waar vrouwen met een gemiddelde leeftijd van 30 jaar en een verstandelijke beperking wonen. Smit is projectleider van het In voor zorg-traject. Zo’n 3 jaar geleden realiseerde ze zich dat het op haar woongroep niet helemaal prettig verliep. Er waren veel afspraken en regels en al die regels leidden er toe dat het overtreden ervan snel een feit was, wat dan weer tot nieuwe regels leidde. Smit: “We waren veel te veel een systeem aan het bouwen in plaats van uitgaan van de leefwereld van de bewoner.”

Verdraaide organisaties

Smit las het boek van Wouter Hart: Verdraaide organisaties. Hart beschrijft daarin ‘een zoektocht naar hoe systemen en mensen zich tot elkaar verhouden en wat dat betekent voor het slim benutten van de kracht van allebei’. Hart noemt de sleutel in dat proces ‘de bedoeling’. Smit was onder de indruk van het boek en presenteerde de ideeën in de oudergroep van De Toekomst. Ook de oudergroep was onder de indruk.

Smit en directeur Rhebergen besloten een training te volgen bij Wouter Hart c.s.. Duidelijk werd dat ze moesten gaan zoeken naar werkende principes om de leefwereld en de systeemwereld in evenwicht te brengen. Werkende principes die alleen maar kunnen ontstaan doordat het zorgteam en de oudergroepen samen in gesprek zouden gaan. Niet om opnieuw regels te formuleren, maar om door middel van communicatie oplossingen voor allerhande situaties te formuleren.

Een voorbeeld. Een van de bewoners van De Toekomst had in het weekend een verzwikte enkel opgelopen. De moeder zei de begeleider om het rustig aan te doen die week. Op maandag maakten de bewoners echter altijd een wandelingetje. De begeleider bekeek die avond de enkel van de vrouw en beoordeelde dat het wel meeviel. Niettemin zouden ze er een kleinere wandeling van maken. Toen de moeder het hoorde, werd zij boos. Had zij immers niet aangegeven dat er met die enkel niet gewandeld kon worden?

Andere afweging

Belangrijk is in zo’n situatie om met elkaar het gesprek aan te gaan. De medewerker handelde na haar beoordeling en goed overwogen dat het verantwoord was en maakte bovendien een kleinere wandeling dan gewoonlijk. Smit: “Je moet op zo’n moment met elkaar in gesprek over de bedoeling. Dan nog kan het zijn dat ouder en medewerker ieder voor zich een andere afweging hadden gemaakt en tot een ander besluit waren gekomen. Maar de intenties van de medewerker waren juist. De medewerker moet op zo’n moment zelfstandig een beslissing kunnen en durven nemen.”

Enkele jaren geleden zou de medewerker die beslissing niet zelfstandig hebben genomen, zegt Smit. Dan was de ouder gebeld om een besluit te nemen. Nu varen medewerkers op eigen oordeel. Rhebergen benoemt het moreel beraad om ‘terug naar de bedoeling’ te gaan. Het moreel beraad is een methode om een situatie op ethische waarden te beoordelen, met alle betrokkenen. Het maakt medewerkers bewust van de dilemma's in de zorg voor afhankelijke mensen.

Rhebergen: “Dit is typisch zo’n situatie die zich daarvoor leent. Stel nou dat de medewerker toch dat rondje was gaan lopen omdat zij sigaretten nodig had; dan verandert opeens de wijze waarop we tegen zo’n situatie aankijken. De vraag is dus of bij de afwegingen om wel of geen rondje te wandelen het belang van de bewoner voorop stond. Dat is moreel beraad; het helpt om een bestendige cultuur in de organisatie te krijgen.” Moreel beraad werd al standaard ingezet bij WoondroomZorg. Het blijkt goed aan te sluiten op werken volgens de bedoeling. Zo ontstaat een waardengedreven organisatie.

Sterker in de schoenen

Het team van Smit, De Toekomst, heeft een communicatietraining gevolgd om sterker in de schoenen te leren staan. Ook de oudergroep van De Toekomst pikte ‘de bedoeling’ immers goed op. Maar daarmee is geen verandering gerealiseerd in de wijze waarop je met elkaar omgaat, al besluit je samen het belang van de bewoners bij alles voorop te stellen.

Wat betekent dat bijvoorbeeld voor de ouderregie? Betekent ouderregie dat ouders in alles de baas zijn? Wat doe je bijvoorbeeld als de ouders zeggen dat alle bewoners ’s morgens om 10 uur aangekleed moeten zijn? In gesprek durven gaan, zegt Smit. “Over de bedoeling, over overwegingen om het anders te doen. De eigen regie die ouders hebben, gaat hand in hand met de eigen regie van de zorg.”

Coach Frank Pieters, die Woondroomzorg begeleidt in dit In voor zorg-traject verwoordt het als volgt. “De stem van de ouders is leidend, dat is een essentieel verschil met de reguliere zorg. Maar die eigen regie krijgt alleen meerwaarde als de relatie tussen de begeleiders en de oudergroepen goed is. Want de begeleiders weten in veel situaties het beste wat te doen. Begeleiders en oudergroepen moeten het echt samen vormgeven, die eigen regie.”

Vertrouwen en verbinding

Er ontstaat alleen een spanningsveld over de eigen regie van ouders dan wel begeleiders als die relatie niet goed is, zegt Pieters. Over en weer moet er vertrouwen zijn en de welwillendheid om te communiceren en iedere keer weer het gesprek aan te gaan. Vertrouwen hebben en de verbinding aangaan zijn dan ook leidende principes voor het werken volgens de bedoeling.

Een voorbeeld. Ouders en begeleider kunnen een verschil van inzicht hebben over wat een bewoner kan of niet kan. De ouders kunnen zeggen: dat kan mijn kind niet. De begeleider meent echter dat er leerpotentie is. Wat te doen? Ga je mee in de aanname van de ouders of kijk je waar ruimte is door het gesprek daarover aan te gaan? Als de relatie goed is en er is vertrouwen en verbinding, dan hoeft dat geen spanningsveld op te leveren over wie er de regie heeft.

Bij Woondroomzorg is inmiddels een 0-meting geweest naar de mate van ervaren eigen regie. Pieters stelde de drie vragenlijsten met andere coaches op in samenwerking met In voor zorg. De 0-meting is een onderzoeksmethode om met elkaar te onderzoeken wat werkende principes zijn. Neem de aanstelling van nieuwe medewerkers; waar zit de invloed van ouders? Hoe organiseer je dat? Waarin toont zich dan de samenhang tussen begeleiders en ouders?

Standaard hoger

Ook bij De Toekomst heeft de 0-meting plaatsgehad. Zes ouderparen en zes begeleiders zijn over zes bewoners geïnterviewd. Smit vertelt dat de uitkomsten lieten zien dat zowel ouders als begeleiders de eigen regie hoog waarderen, net als de gesprekken die er zijn rondom het zorgleefplan, de samenwerking en de ervaren gelijkwaardigheid. Wel scoorden de begeleiders standaard hoger dan de ouders. Hoe dat komt, is onderwerp van gesprek voor een tweede bijeenkomst in het najaar van 2016.

Als projectleider is Smit bezig om het project als een olievlek over de samenwerkingspartners van Woondroomzorg te doen uitvloeien. Bij zeven woongroepen heeft de 0-meting inmiddels plaatsgehad. Het doel is bij ieder van de 19 woongroepen het traject over de bedoeling in te gaan.

Pieters vertelt dat het meten niet betekent dat een volgende keer hoger gescoord moet worden. “Het doel is niet een hogere score. Het gaat erom met elkaar in gesprek te zijn en te zien of dat van invloed is op de samenwerking en de eigen regie.” De 0-meting is een methode om de onderbuik te vervangen door een methodiek en te zien of dat werkt voor organisaties die druk doende zijn met eigen regie. Net als moreel beraad ook zo’n methode is om met elkaar te onderzoeken waar de gedeelde waarden liggen. Dan kun je weg blijven van regels en protocollen. En dat is precies de bedoeling. 

Interview door Ellen Kleverlaan

Meer weten

Dossier(s)

Tags

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg