invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Digitaal ondersteuningsplan van Prisma biedt cliënt, ketenpartners en gemeenten inzicht in actuele resultaten

Gepubliceerd op: | Laatst gewijzigd op:

Prisma heeft een resultaatgerichte tool ontwikkeld in de vorm van een digitaal ondersteuningsplan dat ook de interventies van ketenpartners kan omvatten. Dit ondersteuningsplan geeft kernachtig weer welke doelen iemand zich heeft gesteld, welke ondersteuning daarbij nodig is, wie deze ondersteuning levert en wat de actuele stand van zaken is. Met een pilot introduceert Prisma het instrument nu bij de ketenpartners.

Prisma levert al meer dan 110 jaar zorg aan mensen met een verstandelijke beperking in West- en Midden-Brabant. Er zijn ruim 2.300 cliënten, 137 locaties en 2.126 medewerkers (1374 fte’s). Al vanaf het ontstaan kent Prisma een sterke inzet voor vorming, onderwijs en arbeidsparticipatie. Het uitgangspunt is volwaardig burgerschap met veel ruimte voor individuele keuzes. Prisma spreekt zelf over burgers waar cliënten bedoeld worden.

Zelfredzaamheidmatrix en participatieladder

‘Vooruitlopend op de veranderingen in de zorg hebben we gezocht naar een instrument om de kanteling van transitie naar transformatie te maken’, legt Wilma Claassen uit. Zij is districtmanager bij Prisma en verantwoordelijk voor de zorgtransities. ‘We wilden terug naar de essentie, namelijk een resultaatgericht ondersteuningsplan. De burger kan zelf, of met ondersteuning, zijn doelen bepalen en de regie behouden. Aan de basis liggen de zelfredzaamheidmatrix en de participatieladder zoals gemeenten die hanteren. Tegelijkertijd hebben we geanticipeerd op de resultaatgerichte aanbestedingen van gemeenten. Deze digitale tool toont de groei in zelfredzaamheid en participatie en of de burger tevreden is over deze ontwikkeling. Resultaten waar gemeenten naar vragen.’

Het ondersteuningsplan bestaat uit:

  • een situatieoverzicht,
  • een overzicht van contactpersonen
  • een overzicht van alle domeinen van de zelfredzaamheidmatrix waarvoor een hulpvraag is en een uitwerking per actief domein,
  • een visualisatie met behulp van dashboards,
  • een overzicht van afspraken en interventies per domein (als bijlage in de printversie).

Privacy

Claassen: ‘We werken vooral met aanvinken, dus de kaders zijn scherp gesteld. We hebben heel kritisch gekeken of de inhoud ook het doel dient en dit lean opgesteld. Omdat het ondersteuningsplan digitaal is, kunnen we gericht autoriseren en de privacy van de burger bewaken. De teamleider en coördinator kunnen alles inzien. De domeinhouders – vaak ketenpartners – hebben alleen toegang tot het situatieoverzicht en hun eigen domein. Andere interventies zijn voor hen afgesloten.’

In één oogopslag

‘Als welzijnsorganisatie zien wij veel cases waar heel veel ketenpartners bij betrokken zijn’, vertelt Trudy Roubos, woon-zorg coördinator bij ketenpartner Trema. ‘Denk aan zorgaanbieders, GGZ, gemeenten, jeugdzorg, ouderenwerk, cultureel werk. Net als iedereen worstelen we enorm met de administratieve last. Veel informatie zit vaak verborgen in lange verslagen en overleggen. Dit ondersteuningsplan laat in één oogopslag zien wat er speelt bij een cliënt en wie erbij betrokken zijn. Je weet van elkaars bestaan. En het is op elk moment van de dag actueel en te raadplegen.’
‘De opbouw is heel eenvoudig’, legt Ellis van Akkerveeken, ambulant medewerker bij Prisma, uit. ‘Iedereen kan ermee aan de slag en de burger begrijpt het, het gaat echt over hem.’

Keukentafelgesprek

Het situatieoverzicht biedt ruimte voor achtergrondinformatie, teruggebracht tot maximaal 5 zinnen. Van Akkerveeken: ‘Tegen die beknopte weergave was in het begin wel weerstand. Inmiddels zien we dat het nog korter kan.’

Verder geeft de cliënt in cijfers aan wat zijn beeld is van zijn levenssituatie (actueel en gewenst). ‘In dat gesprek over zijn zelfbeeld, in feite het keukentafelgesprek, wordt meteen duidelijk bij welke levensgebieden de burger problemen ervaart’, verklaart Claassen. ‘Dat geven we vervolgens aan in een overzichtje van relevante domeinen van de zelfredzaamheidmatrix. De domeinhouder, dus de organisatie die de hulpvraag heeft opgepakt, staat vermeld. Zo zie je direct wie er bij de burger betrokken zijn. Met vragen over het sociale netwerk geven we aan of dat bestaat en of er behoefte aan is.’
Het situatieoverzicht eindigt met het gewenste en actuele niveau op de gemeentelijke participatieladder. Als de beschikking afloopt, geeft de cliënt zijn tevredenheid in cijfers als eindmeting aan.

Maximaal 5 problemen in een domein

De opbouw van de tabbladen is voor elk domein identiek. Elk tabblad geeft aan wie de coördinator is en wie de domeinhouder. Het laat zien welke problemen de cliënt op dat specifieke levensgebied ervaart, of er sprake is van ondersteuning (gewenst en actueel) en hoe de zelfredzaamheid is (gewenst en actueel).
Er kunnen nooit meer dan 5 problemen worden aangevinkt.
Zo kent het domein Financiën bijvoorbeeld problemen met:

  • budgetbeheer,
  • vaste lasten,
  • schulden,
  • schuldhulpverlening,
  • anders.

De laatste optie kan in 1 regel toegelicht worden.

Vooraf acties bedenken

Tot voor kort legden de medewerkers achteraf verantwoording af in rapportages. Zij beschreven de situatie en wat ze gedaan hadden. In feite een tamelijk omslachtige werkwijze. ‘Deze tool dwingt je vooraf te bedenken wat je gaat doen, dat is een heel andere werkwijze’, constateert Van Akkerveeken. ‘De acties leggen we vervolgens per actief domein vast in interventies en afspraken waarvan we de resultaten periodiek meten.’

Visualisatie

Het ondersteuningsplan voorziet verder in 3 dashboards. De cliënt ziet in één oogopslag hoe zijn vooruitgang is op de zelfredzaamheidmatrix, de participatieladder en de effecten van de ondersteuningsinzet. Verschillende kleuren maken het overzicht nog inzichtelijker.
‘Dat is ook zo’n sterk punt van de tool’, vindt Roubos. ‘Het ondersteuningsplan richt zich op wat mensen nog wel kunnen. Misschien niet nu direct, maar wellicht wel in de toekomst. De visualisatie geeft dat duidelijk weer en je ziet dat mensen daardoor groeien.’
Van Akkerveeken: ‘Dit is precies wat er veranderd is aan onze manier van werken: “zorgen voor” is “zorgen dat” geworden. Als iets niet lukt dan blijf je daar niet in hangen maar bedenk je een andere manier om de zelfredzaamheid te verbeteren. Dat werkt positief door op de burger.’

Zoveel mogelijk partijen

Als bijlage bij het ondersteuningsplan is per domein en per interventie te zien welke afspraken, ondersteuningsinzet, doelen en resultaten er zijn. ‘Dankzij de koppeling van velden is voor iedereen die bij een case betrokken is, duidelijk welke hulpverlener wat doet’, constateert Susan Goes, beleidsadviseur bij ketenpartner Woonservice Meander. ‘Dit voorkomt dat iemand telkens opnieuw zijn verhaal moet doen en dat de hulpverlening versnipperd raakt. Net als bij Prisma is ons uitgangspunt: wat kan de klant zelf, waar heeft hij ondersteuning bij nodig en zijn er mensen in zijn omgeving die kunnen helpen. Dat laatste vergroot de sociale samenhang en leefbaarheid en dat geeft meer tevreden huurders. Wij krijgen uit dorpen de vraag om de leefbaarheid te stimuleren. Deze tool kan daarbij ondersteunen, waarbij de kracht ligt in het betrekken van zoveel mogelijk partijen.’

Alle ketenpartners

Op dat punt staat Prisma nu. Na een eerste pilot (tussen augustus en december 2014) onder 25 eigen medewerkers en circa 190 Wmo-cliënten, volgde per januari 2015 de verbreding in de organisatie, aangevuld met ketenpartners Trema en Meander.
‘We hebben deze tool nooit exclusief voor Prisma ontwikkeld’, benadrukt Claassen. ‘We willen juist alle ketenpartners erbij betrekken om het maximale uit deze tool te halen. Daarom hebben we dit voorjaar hen benaderd om mee te doen.’

Brede pilot

De ketenpartners stelden als voorwaarde dat ook gemeenten deelnemen. Afgelopen juli was er de aftrap met een pilotvoorstel voor 4 gemeenten en 17 ketenpartners. Claassen: ‘Dat voorstel is goed ontvangen. Begin september zijn we met de 4 gemeenten en 4 ketenpartners gestart. Na 6 weken komen daar nog 4 ketenpartners bij.’
De evaluatie volgt in december 2015.

Interview door Inge Heuff

Meer weten

Dossier(s)

Tags

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg