invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

De Waalboog (VVT) en Pro Persona (GGz): samen zorgen voor dementerenden met ernstige gedragsproblematiek

Gepubliceerd op: | Laatst gewijzigd op:

Naar schatting telt Nederland zes- tot achtduizend mensen met dementie met zware gedragsproblemen. Wonen ze thuis, dan raken hun mantelzorgers overbelast. En wonen ze in een verpleeghuis, dan vormen ze een enorme uitdaging voor de medewerkers. Ouderenzorgaanbieder De Waalboog en GGz-instelling Pro Persona gaan in een project hun krachten bundelen voor deze doelgroep.

Iedereen kent de verhalen over mantelzorgers die niet meer weten hoe ze in de thuissituatie moeten omgaan met hun demente partner of ouder en die langzaam steeds meer overbelast raken. Neem het geval van de vrouw met dementie en gedragsproblemen. Ze is dwars en agressief, maar ondanks aandringen van de kinderen en de huisarts wil ze niets weten van verhuizing naar een verpleeghuis. Een telefoontje naar Pro Persona leidt tot een snel maar vruchteloos bezoek: er is onvoldoende reden voor acute opname. Maar gedurende het weekend blijven de kinderen bellen en vragen om hulp. Het CIZ wordt ingeschakeld voor een indicatiestelling. ‘Dat traject loopt nu, maar het probleem is en blijft dat de vrouw niets wil en dat het steunsysteem overbelast raakt’, zegt psychiater Patricia de Boer van Pro Persona. ‘Op een gegeven moment komt dan onvermijdelijk de vraag naar medicamenteuze interventie aan de orde.’

Of neem het geval van de vrouw met een verleden met onveiligheid en angst, en vanuit deze achtergrond een voortdurende behoefte aan aandacht en bevestiging. Bij het gripverlies dat haar dementie veroorzaakte kwam dit nog meer naar voren en uitte dit zich in luid en vrijwel constant roepen om hulp. Met veel gezamenlijke inzet, een eenduidige manier van reageren en een duidelijke dagstructuur lukt het dit gedrag beheersbaar te houden. Maar iedere verandering op de afdeling riep weer angst en onzekerheid bij haar op, waarbij ze weer luidkeels en persisterend om aandacht vroeg. ‘Een tijd lang lukte het om haar gedrag onder controle te houden’, zegt specialist ouderengeneeskunde Mirjam de Kort van De Waalboog. ‘Maar toen op een naburige afdeling een andere cliënt kwam met een identieke ondersteuningsbehoefte, waren we terug bij af.’

Het moet anders kunnen

‘Uit onderzoek blijkt dat medicamenteuze behandelopties niet de meest effectieve manier van handelen zijn’, zegt De Boer. ‘Maar het vergt een enorme investering en kennis en vaardigheden om als team te realiseren dat de inzet hiervan kan worden vermeden.’ De Kort knikt en zegt: ‘Je staat soms met je rug tegen de muur, omdat het ondanks alle inzet vaak niet lukt om op een afdeling dit soort extreem gedrag te hanteren.‘ De Boer vult aan: ‘Flexibel samenwerken, elkaar aanspreken en zaken van elkaar overnemen als het niet meer lukt zullen vanzelfsprekend moeten worden.’

Het moet anders kunnen, dachten beide zorgaanbieders, en ze raakten in gesprek met elkaar. De eerste verkenning leidde al snel tot de vraag: kunnen we in samenwerking niet meer bereiken voor deze cliënten dan ieder afzonderlijk? De kern voor een projectaanvraag bij In voor zorg! was hiermee gelegd. ‘Het ligt heel erg voor de hand om de krachten te bundelen’, zegt De Boer. ‘Voor deze doelgroep zit veel expertise in de verpleeghuisgeneeskunde én in de psychiatrie, maar die werken nu afzonderlijk in plaats van met elkaar. Waarom zouden we dat niet doen in teams waarin professionals van beide zijden vertegenwoordigd zijn en op een locatie die rust biedt aan deze cliëntengroep.’

Cliëntgerichte visie

Voor de visie op hoe de gezamenlijk aangepakte zorg voor de cliënten het best kan worden vormgegeven, vonden de initiatiefnemers een goede bron in het gedachtengoed van Ton Bakker. Bakker is psychogeriater en is sinds 2013 lector Functiebehoud bij ouderen in levensloopperspectief bij Kenniscentrum Zorginnovatie. ‘De kern van zijn gedachtengoed is dat je meer naar de cliënt als individu kijkt en naar wat dat individu nodig heeft om diens probleemgedrag te temperen’, legt De Boer uit. ‘Kijken hoe je het gedrag behandelbaar kunt krijgen dus.’

In het geval van het bovengenoemde voorbeeld van de man in het verpleeghuis betekent dit: duidelijk en gestructureerd communiceren met de man en werken met een klein team. De Kort: ‘Het is belangrijk aan het team duidelijk te maken wat het gedrag van de man veroorzaakt en welke invloed je daarop als team kunt uitoefenen. Gedrag benoemen, uitzoeken welke interventies werken en die dan implementeren en je er als team strikt aan houden, daar gaat het om.’

Zorgvuldige opzet

Zo simpel als het hier staat, is het in de praktijk natuurlijk niet. Er komt heel veel bij kijken om dit voor elkaar te krijgen, op verschillende niveaus. Het project kent een prestart op 1 september, om het gefaseerd en zorgvuldig te kunnen opbouwen. In De Waalboog worden 2 bestaande afdelingen geschikt gemaakt. Die afdelingen bieden nu ruimte aan 36 cliënten en dat zijn er straks 24. De Kort vertelt: ‘De uitstroom van de cliënten die er nu wonen, verloopt gefaseerd. Als er ruimte vrijkomt, wordt die verbouwd. Hierbij wordt ook voorzien in comfort rooms.’

Voor de GGz is deze term gemeengoed, maar voor de verpleeghuiszorg zijn comfort rooms een nieuw begrip. De Boer vertelt: ‘Het doel is een ruimte te creëren waarin je iemand prikkelarm kunt verplegen als de situatie daarom vraagt. Zie het niet als een separeerruimte, maar als een veel minder ingrijpende manier om iemand even tot rust te laten komen voor zichzelf en agressie of overlast voor andere cliënten te voorkomen. Het is een vorm van gedragsregulatie – nadrukkelijk bedoeld voor korte duur – die past in de hedendaagse tendens van zo min mogelijk en tijdig uit een bestaande situatie te halen als die voor problemen zorgt.’

Leren samenwerken

Ook nieuw is het gegeven dat personeel van het verpleeghuis en van de GGz in één team gaat samenwerken. De projectgroep hiervoor is al anderhalf jaar geleden tot stand gekomen, met betrokkenheid van beide zijden. ‘Natuurlijk kom je dan cultuurverschillen tegen’, zegt De Kort, ‘deze mensen moeten echt wel aan elkaar wennen. De GGz is primair medisch ingestoken, terwijl bij ons de medische zorg is geïntegreerd in een uitgebreid multidisciplinair zorgleefplan.  Dat moet je in elkaar passen. Maar dat lukt ook, in de praktijk blijken de verschillen minder groot dan je denkt dat ze zijn.’

Vast aanspreekpunt

Voor deze doelgroep is onderlinge afstemming met de familie en tussen de teamleden heel belangrijk. De Kort legt uit: ‘We willen daarom gaan werken met contactpersoongroepjes. Dit is voor De Waalboog anders dan nu. Wij werken met EVV’ers en dat leidt soms tot discontinuïteit op dagen waarop die geen dienst hebben. Om dit op te lossen, gaan we in de nieuwe situatie dus met groepjes werken, zodat de verantwoordelijkheid verdeeld wordt en er wel altijd iemand aanwezig is die van alles goed op de hoogte is. De EVV’ers bij Pro Persona die hier al ervaring mee hebben, zijn enthousiast. Zij zien zowel de continuïteit als de gedeelde verantwoordelijkheid als voordelen.’

Hoe de financiering zal verlopen, is op dit moment nog niet volledig duidelijk. De zorg voor de cliënten uit deze doelgroep is intensiever en daardoor duurder dan de zorg voor de andere cliënten met een ZZP 7 V&V. Daarnaast wordt voor deze mensen ook nog extra behandeling vanuit de GGz ingezet.  ‘Het wordt in ieder geval gecombineerde financiering’, zegt De Boer, ‘deels vanuit de ZZP’s en deels vanuit de DBC’s. Het zorgkantoor steunt dit project ook financieel vanuit de innovatiemiddelen en ze hebben net als de zorgverzekeraar toegezegd te zullen meewerken, voor zover dit binnen de huidige financiering mogelijk is. Voor het ogenblik geldt de meerzorgregeling, maar het is nog onduidelijk of die in de VVT mag blijven en zo ja hoe.’

Zorg verbeteren en last verminderen

Na de prestart in september volgt in november de definitieve start van de nieuwe afdeling op één van de locaties van De Waalboog voor alle 24 cliënten die daar kunnen worden gehuisvest. Hoe staat de familie van de cliënten daar tegenover? ‘Als je kunt uitleggen aan familieleden waarom het een goede zaak is hun naaste over te plaatsen naar een nieuwe huisvesting, denk ik dat die beslist positief zijn’, zegt De Kort. ‘Ze zullen vooral opgelucht zijn als we een oplossing bieden voor een probleem dat levensgroot voor ze is en waarvoor geen andere passende oplossing kon worden gevonden. ’

Wanneer is het project geslaagd? ‘Als de zorg voor deze mensen verbeterd is’, zegt De Boer, ‘als hun welbevinden verbeterd is, als de last bij de familie is afgenomen en als de gedragsproblemen van de cliënt structureel zijn verminderd. En het zou leuk zijn als iedereen er ook nog met plezier werkt en van elkaar leert.’

Interview door Frank van Wijck

Meer weten

Dit interview maakt deel uit van een interviewserie over dementiezorg. Lees ook de andere interviews!

Tags

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg