invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

De Regenboog Groep versterkt zijn positionering als aanbieder van informele zorg

Gepubliceerd op: | Laatst gewijzigd op:

De Regenboog Groep kreeg in een In voor zorg-traject gerichte ondersteuning om zichzelf beter te positioneren als specialist in het bieden van informele zorg aan een bijzondere doelgroep. Die informele zorg moet een integraal onderdeel van de totale zorgketen zijn, is het uitgangspunt. Zeker nu de formele zorg met afschaling wordt geconfronteerd.

In Amsterdam bestaan zo’n 800 vrijwilligersinitiatieven die zich inzetten voor de inwoners van de stad. Maar informele zorg is een containerbegrip. Sommige initiatieven zijn heel kleinschalig en verkeren nog in de opstartfase, andere werken op veel grotere schaal en veel professioneler. De Regenboog Groep behoort zeker tot de laatste categorie, en werkt bovendien voor een bijzondere doelgroep: mensen in (sociale) armoede met vaak multiproblematiek op het gebied van verslaving, dakloosheid en psychiatrie. Juist in het werken met deze doelgroep heeft het veel expertise opgebouwd. De organisatie werkt met 900 vrijwilligers die gemiddeld een jaar aan hun “maatje” verbonden blijven, in een intensief proces dat iemand helpt om zijn leven weer op de rit te krijgen.

Nu door de transities in de langdurige zorg het zorgveld ingrijpend verandert, is het belangrijk voor De Regenboog Groep dat de stakeholders (zorgaanbieders, gemeente, potentiële financiers) weten waar deze organisatie precies voor staat, en dat de medewerkers ook in staat zijn dit uit te dragen. Marit Postma, regiomanager en verantwoordelijk voor de informele zorg coaching, vertelt: ‘Met die transities in de langdurige zorg wordt meer verwacht van het eigen netwerk van mensen. Maar de mensen voor wie wij er zijn, hebben dat netwerk niet. Juist voor hen hebben wij meerwaarde, want we hebben heel veel expertise om iemands sociale isolement te doorbreken en iemand weer op weg te helpen. Die expertise willen we graag delen en daarvoor is het belangrijk dat de buitenwereld weet wat wij te bieden hebben en waar onze grenzen liggen.’

De zorg toekomstbestendig houden

De Regenboog Groep diende een aanvraag in voor een In voor zorg-traject om de eigen visie op informele zorg verder uit te werken en om de organisatie goed op de kaart te zetten in Amsterdam. De aanvraag werd gehonoreerd en Mara Quast werd aangewezen als projectleider. Ze vertelt: ‘Met dit traject stonden ons een aantal duidelijke doelen voor ogen. Het hoofddoel was een strategie voor samenwerking tussen de informele en formele zorg te ontwikkelen, waarin de informele zorg een prominente rol speelt. Op die manier kunnen wij een bijdrage leveren aan het toekomstbestendig houden van de zorg, en die opdracht zien we ook voor onszelf. Een afgeleid doel was dat we onze medewerkers wilden helpen om de organisatie beter te profileren in de contacten die zij met de buitenwereld hebben. Dit om onszelf een steviger positie te geven in onze netwerken en ons relatiebeheer met samenwerkingspartners te versterken. Dit zagen we als de juiste weg om de positie van onze informele zorg in de keten te verstevigen en een herkenbaar profiel te ontwikkelen voor onze relaties. Een laatste doel was onze afhankelijkheid van gemeentelijke financiering verkleinen door andere financieringsbronnen aan te boren.’

Beter positioneren

In het kader van het In voor zorg-traject vond stakeholderonderzoek plaats onder 30 partners (fondsen, samenwerkingspartners, gemeenten, politici). Dit toonde aan hoe positief over De Regenboog Groep wordt gedacht. Ze waardeerden de reputatie gemiddeld met een 8, het ondernemerschap met een 7,9 en de dienstverlening met een 7,6. “Onmisbaar voor de stad” en “de thermometer van de samenleving”, werd zelfs gesteld. Maar de respondenten gaven ook aan een voortrekkersrol van de organisatie te verwachten in samenwerking op het gebied van informele zorg en hierover meer van haar visie te willen horen in het maatschappelijk debat.

‘Ze vonden duidelijk dat we onszelf beter moesten positioneren’, zegt Postma. ‘Voor ons een mooie kans om de verbondenheid tussen de medewerkers en de organisatie te versterken. 11 pilots in 2014 en 2015, gericht op samenwerking tussen onze informele zorg en de formele zorg, boden ons de gelegenheid om nieuwe vormen van samenwerking tussen formele en informele zorg te onderzoeken en op basis hiervan onze visie op de positie van informele zorg en de randvoorwaarden waaronder die kan worden geboden helderder te krijgen.’

Een van die pilots was gericht op aansluiting vinden op de factteams in de GGz nu die moeten afschalen, voor mensen die zelfstandig wonen met GGz-ondersteuning. Een tweede op samenwerking met Bureau Jeugdzorg, nu ook de jeugdzorg met die afschaling geconfronteerd wordt. Een derde richtte zich op ondersteuning van prostituees die uit het werk wilden stappen en op zoek wilden naar een nieuwe levensinvulling.

Versterking van de medewerkers

De medewerkers van De Regenboog Groep hebben in het kader van het traject trainingen gekregen. ‘We hebben hen geholpen om op zoek te gaan naar hun intrinsieke motivatie’, vertelt Quast, ‘en om daarin de verbinding te leggen met waar we voor staan als organisatie. Dit heeft de organisatie geholpen om haar kernwaarden levendiger te maken. En het helpt de medewerkers om aan de buitenwereld beter hun verhaal te vertellen over de meerwaarde van de organisatie en hun eigen plaats daarin. Ten tweede hebben we geïnvesteerd in het vinden van aansluiting met netwerken in de wijk, om de medewerkers te ondersteunen in ondernemerschap tonen, kansen zien en diensten aanbieden.’

Postma vat samen: ‘We hebben voor elkaar gekregen dat we niet meer zelf roepen dat we goed zijn in informele zorg, maar dat andere partijen ons benoemen als kenner op dit gebied. We hebben ervoor gezorgd meer in de media te komen en heel actief te zijn in het bezoeken van bijeenkomsten in de wijken om ons verhaal te vertellen. Vaak bleken we dan de enige aanwezige partij te zijn die gespecialiseerd is in informele zorg. Dit heeft er allemaal toe bijgedragen dat we een heel natuurlijke plek in de keten hebben gekregen.’

Vaste plek in de keten

Het belang hiervan moet niet worden onderschat, stelt Quast. ‘Partijen beginnen zich nu bewust te worden van wat de afschaling van de formele zorg betekent voor de samenleving’, zegt ze. ‘Als de informele zorg dan geen integraal onderdeel van de keten is, ontstaat een heel kwetsbare situatie. Binnen ontwikkelgroepen en gemeenten wordt nu wel gediscussieerd over dit gegeven, wat overigens nog niet betekent dat de gedachte dat informele zorg echt een vaste plek moet hebben in het totale zorgarrangement ook al definitief geland is.’

Financieel is dat zeker nog niet het geval. ‘De financiering is nog een knelpunt’, erkent Postma. ‘De bezuinigingen op de langdurige zorg gaan ons ook raken. De overheid zal blijven roepen dat vrijwilligerswerk zo goedkoop mogelijk moet, dus wij moeten blijven uitleggen hoe kwetsbaar onze doelgroep is en hoe belangrijk het dus is om onze vrijwilligers te trainen en begeleiden. Die vrijwilligers weten nu dat ze altijd op ons kunnen terugvallen en dat is juist de reden waarom ze ervoor open staan om zich voor onze bijzondere doelgroep in te zetten.’

De ambitie om 5 tot 10 procent van de financiering uit andere bronnen te halen dan de gemeente, gaat De Regenboog Groep niet op korte termijn realiseren. ‘We zoeken naar andere financiers’, zegt Postma. ‘Dat kunnen zorgorganisaties zijn die een deel van de ondersteuning bij ons beleggen, woningcoöperaties of zorgverzekeraars.’ Gesprekken met zorgverzekeraars zijn gaande. Er bestaat interesse in een pilot. Quast legt uit: ‘We willen komen tot één loket om het hele landschap van informele zorg te structureren, zodat huisartsen slechts één telefoonnummer of mailadres hoeven door te geven aan mensen die informele zorg willen, in plaats van de vele organisaties te moeten afbellen die hiervoor in de stad bestaan. Zorgverzekeraars staan hier in principe voor open. Maar ze willen vanzelfsprekend ook weten wat de impact is van informele zorg. Daarom gaan we ook meedoen aan onderzoek van TNO dat antwoord op die vraag moet geven. We merken ook bij gemeenten dat we daar harder op worden afgerekend, dus het belang van dat onderzoek is ook voor ons heel groot.’

Interview door Frank van Wijck

Meer weten

Dossier(s)

Tags

In voor zorg-deelnemer

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg