invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

De Muzelaar is van de bewoners

Gepubliceerd op:

Toen Monique en Tertia Muselaers De Muzelaar opzetten – een kleinschalige woonvorm voor mensen met dementie – hadden ze één uitgangspunt: dit moet thuis zijn voor de mensen die er wonen. Ze hebben een eigen woonruimte waarin hun eigen meubels en spullen staan. En ze leven met elkaar als een groot gezin. De anderen komen op bezoek.

CDA-Tweede Kamerlid Mona Keijzer keek bij haar werkbezoek aan De Muzelaar verbaasd om zich heen en vroeg aan initiatiefnemers Monique en Tertia Muselaers: ‘Waar is jullie werkkamer?’. Die is er dus niet. Het gesprek – Keijzer bleef ruim 2 uur – vond gewoon plaats aan de eettafel waaraan ook de bewoners zitten. De Muzelaar is van de bewoners, en de 2 initiatiefneemsters, de personeelsleden, de vrijwilligers en de anderen die komen binnenlopen zijn de gasten. De bewoners moeten zich er thuisvoelen met elkaar en met de familie die ook langskomt. Het wonen moet centraal staan, niet de zorg.

Tegelijkertijd is de zorg er wel goed geregeld. Niet omdat het moet van de Inspectie of een andere toezichthouder, want De Muzelaar is een kleinschalig particulier initiatief. ‘Dat is wel zo relaxed;, zegt Monique. ‘Bij ons mag een familielid best de keuken binnenlopen om een kop koffie in te schenken zonder dat wij hoeven te zeggen dat dit volgens de regeltjes niet mag. Maar we brengen allebei onze eigen achtergrond in de zorg mee en we weten dus hoe belangrijk het is om onze zaakjes goed op orde te hebben. We hanteren de HACCP-regels voor de keuken, we volgen de richtlijnen van de Werkgroep Infectie Preventie, de drankenkast zit op slot en we leggen gemaakte afspraken over een bewoner – in overleg met de familie – vast in het zorgleefplan. Maar we hoeven met dergelijke zaken niet zo nadrukkelijk bezig te zijn als de traditionele zorgaanbieders, die zich terecht beklagen over het feit dat het naleven en registreren van de regels hen weerhoudt om te doen wat ze echt willen doen: de cliënt centraal stellen.’

Als wij het voor het zeggen hebben…

Monique en Tertia hebben beiden uiteenlopende functies in de langdurige zorg bekleed, en in hun gesprekken over die zorg kwam vaak de vraag voorbij wat ze wel en niet hetzelfde zouden doen als ze het zelf voor het zeggen hadden. ‘Wat we in ieder geval niet wilden, waren managementlagen’, vertelt Tertia. ‘We hoorden zo vaak van mensen op de werkvloer “We willen wel, maar…”, waarop steevast iets volgde over ICT, overheidsregels of andere zaken waarover het management eerst nog een beslissing moest nemen.’

De kans om het zelf voor het zeggen te krijgen kwam toen de zorgaanbieder de dependance wilde sluiten waar Tertia als oproepkracht werkte. ‘Een ideale setting om een doorstart te maken met een kleinschalige woonvorm voor mensen met dementie’, vertelt ze. ‘Gelegen in een woonbuurt, met een grote ruimte op de begane grond die in te richten is als 2 grote woonruimten en met voldoende andere ruimten om de 2 keer 7 bewoners ieder een eigen zit/slaapkamer te geven. Bovendien is er een afgesloten buitenruimte en ligt tegenover het pand een dagopvang. Zodat er altijd leven is en contact met de directe omgeving.’

Het ging snel

Monique en Tertia grepen hun kans. Ze huurden het pand, kochten schildersspullen, schreven de lokale media aan en bezochten de huisartsen om hun plannen kenbaar te maken. Binnen anderhalve maand, op 1 juli 2012, was De Muzelaar een feit en in de weken die daarop volgden, stroomden de 14 beschikbare bewonersplaatsen vol. ‘We hadden in die anderhalve maand ook al stevig ingezet op personeelswerving’, zegt Monique, ‘en dat was ook gelukt. Maar die mensen hadden natuurlijk wel nog met opzegtermijnen te maken en waren dus niet allemaal op 1 juli 2012 beschikbaar. In de praktijk betekende dit dat wij hier overdag waren en ’s nachts op veldbedden sliepen, want het is natuurlijk wel 24-uurs zorg die we bieden.’

Het team moest gaandeweg meegroeien met de visie die Monique en Tertia voor ogen stond. ‘Ze kwamen binnen met het traditionele beeld van de zorg en wisten dat ze dat niet wilden’, zegt Monique. ‘We hebben hier geen lijstje hangen waarop staat dat bewoners op maandag mogen douchen en op vaste tijden de maaltijden krijgen. Het ontbijt vindt plaats rond de klok van negenen, maar het wordt gerust ook wel eens een half uur later. En als iemand wil uitslapen, mag dat. Het beleid is vooral gebaseerd op kijken, luisteren, zien en voelen.’

Net een gezin

Het ontbreken van een kantoor betekent dat bewonersgesprekken ook gewoon plaatsvinden aan de keukentafel. ‘Natuurlijk bespreken we die zaken niet in het bijzijn van de bewoners’, vertelt Tertia. ‘Bewoners weten dat ook en soms zegt iemand: 'O, daar mag ik zeker niet bij zijn hè'. En dan zeggen we ook gewoon nee. Niet omdat we geheimzinnig willen doen, maar omdat het hier net een gezin is. Daarin wil je ook wel eens iets met elkaar bespreken zonder dat er een gezinslid bij is.’

Het gegeven dat De Muzelaar zo dicht mogelijk bij de normale gezinssituatie wil blijven, wordt ook geïllustreerd door hoe wordt omgegaan met een bewoner die amok maakt. Monique: ‘Het is dan aan de medewerker om om zo iemand heen te laveren, ter bescherming van de anderen. Eerst rust creëren en dan op zoek gaan naar wat de trigger is. 2 weken geleden was dat de föhn van de kapper, waarvan een bewoonster bang werd. Dan beslissen we niet die kapper in een andere ruimte te laten werken, maar de bewoonster te leren dat de föhn niet iets is om bang voor te zijn.’

Actieve betrokkenheid

Familieleden van bewoners worden al bij de intake betrokken bij het dagelijks leven in De Muzelaar. ‘Het is zeker de bedoeling dat familieleden betrokken blijven’, vertelt Tertia. ‘We gaan uit van de stelling dat wij hier te gast zijn bij onze bewoners en dat hun naasten bij hen thuis op bezoek komen. Via Familienet, een beveiligde website houden we ze op de hoogte van alles wat hier in huis gebeurt. Niet over medische zaken natuurlijk, want die bespreken we in een persoonlijk gesprek. Maar wel over dingen die we organiseren of activiteiten waaraan een bewoner meedoet. Familienet is ook heel geschikt om kinderen die ver weg wonen op de hoogte te houden over hoe het met hun familielid gaat.’

De beschikbaarheid van familieleden en vrijwilligers is gelukkig groot, vult Monique aan. ‘Vrijwilligers die in de avond komen helpen, mogen ook gewoon mee eten. Van die vrijwilligers verwachten we dat ze vrij zelfstandig zijn. Ze moeten stevig in de schoenen staan, een beetje ondernemend zijn: met de bewoners naar buiten gaan, spelletjes doen. Natuurlijk nemen we de tijd voor een coachend gesprek met een vrijwilliger als we zien dat dit nodig is, maar we proberen niet alles in regels te vangen. We zijn gewoon een afspiegeling van de maatschappij.’

Meerwaarde voor de groep

Bij de intake wordt gekeken naar hoe de potentiële nieuwe bewoner er op dat moment voorstaat. Tertia: ‘Iemand moet de indicatie VV PG hebben, maar moet ook meerwaarde hebben voor de groep. Het is belangrijk dat iemand bij binnenkomst nog op een redelijk niveau functioneert, want we willen dat iemand in de groep wordt opgenomen en dat kost tijd. Dat daarna de kwetsbaarheid toeneemt, en soms snel, is geen punt. Mensen die hier komen, mogen de rest van hun leven blijven. Het enige uitsluitingcriterium is agressie tegen jezelf of tegen anderen. Overleg met de casemanager en de huisarts is daarom bij de intake heel belangrijk.’

Het wonen in De Muzelaar kost all-in een kleine 1000 euro per maand. ‘We gaan uit van AOW met een klein zakcentje’, zegt Monique. ‘De zorg wordt bekostigd vanuit het PGB.’

Voorzichtig groeien

Is opschaling van wat de initiatiefnemers hebben opgezet mogelijk, bijvoorbeeld in franchisevorm? ‘Mogelijk misschien wel’, zegt Monique, ‘maar wenselijk is iets anders. Wel zouden we graag een tweede vestiging willen openen, maar zelfs dat is al niet eenvoudig. We vinden dat de woonruimte per se op de begane grond moet zijn, omdat de bewoners gewoon in en uit moeten kunnen lopen. Vind zo’n locatie maar eens.’

De vraag is er wel. ‘Een recent artikel over ons in het Algemeen Dagblad leidde direct tot aanvragen’, zegt Tertia. ‘Die kunnen we op het moment niet honoreren. Een tweede vestiging in de regio zou dus zeker in een behoefte voorzien. Kritiek hierop van de familie is dan “Maar dan zijn jullie tweeën er niet”. Dat mag echter niet meer de reden zijn om groei tegen te houden. Ons personeel en onze vrijwilligers hebben inmiddels voldoende eigen kracht om het werk in te vullen naar het idee dat ons bij de start voor ogen stond. Wij tweeën kunnen zelfs – 3 jaar na de start –gewoon een paar weken op vakantie.’

Interview door Frank van Wijck

Meer weten

Dossier(s)

Tags

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg