invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Bij Bartimeus weten ze hoe je hulpmiddelen implementeert

Gepubliceerd op: | Laatst gewijzigd op:

Bartimeus ontwikkelde een methodiek waarbij medewerkers worden betrokken bij de implementatie van hulpmiddelen, waardoor het effect van deze hulpmiddelen veel groter wordt. Bovendien laten ze bij Bartimeus zien dat consumentenelektronica vaak een uitkomst biedt, terwijl het een stuk goedkoper is dan speciaal voor de zorg ontwikkelde hulpmiddelen.

Bartimeus is een van de twee grote zorg- en onderwijsinstellingen in Nederland voor mensen met een visuele beperking. Op de woongroepen, in totaal ongeveer 600 bewoners, hebben de meesten niet alleen een visuele beperking. Een meervoudige beperking, bijvoorbeeld ook een verstandelijke of een auditieve beperking, maakt het inzetten van elektronische of digitale hulpmiddelen soms lastig; het inzetten van beeld of audio in plaats van het geschreven woord is dan immers niet voor iedereen een uitkomst. Juist voor de woongroepen zijn de uitdagingen op het vlak van hulpmiddelen dus groot en over hen gaat dit verhaal.

Ook voor mensen met een visuele beperking zijn er de laatste twintig jaar grote ontwikkelingen op het vlak van IT-gerelateerde hulpmiddelen geweest. Nu vijftien jaar geleden richtte Bartimeus Stichting Accessibility op met de ambitie een inclusieve maatschappij te bevorderen. Dat doet de stichting door innovaties op het vlak van internet, software en elektronische toepassingen ook voor mensen met een visuele beperking toegankelijk te maken.

Fablab

Vijf jaar geleden initieerden enkele medewerkers van Bartimeus het Fablab, waar de ontwikkelingen op het vlak van elektronische hulpmiddelen worden bijgehouden, getest, uitgeleend en waar producten worden ontwikkeld als ze er nog niet zijn. Het Fablab werkt veel samen met hogescholen en universiteiten en heeft een multidisciplinaire samenstelling. Dick Lunenborg en Hans Scholten maken er deel van uit en zijn tevens projectleiders bij Bartimeus voor de thematranche technologie van In voor zorg!. Lunenborg is van oorsprong leraar, Scholten is IT-er.

Je zou denken dat gezien die geschiedenis Bartimeus een rol in de voorhoede speelt waar het gaat om de combinatie zorgorganisatie en elektronische hulpmiddelen, maar dat relativeren Lunenborg en Scholten wel. Ja, ze zijn best ver, zegt Lunenborg, en er zijn ideeën genoeg, maar: “We zijn wel een zorg- en onderwijsorganisatie. Bij het meekrijgen van medewerkers in het werken met technologie, hebben we te maken met mensen die juist hebben gekozen om te werken met mensen, niet met techniek.”

De organisatie spreekt daarom consequent over ‘hulpmiddelen’ in plaats van ‘technologie’, zo wil men medewerkers niet afschrikken, want dat doet het woord technologie voor velen van hen. Met name bij het implementeren van toepassingen liep de organisatie er dan ook tegenaan, dat medewerkers niet zo tech-minded zijn. Bij het implementeren wilden ze graag ondersteuning. Vandaar hun deelname aan de thematranche.


Mitchel en Maaike

Een van de testers van het Fablab is Mitchel. Mitchel is blind en heeft een verstandelijke beperking. Hij woont met vijf anderen op een woongroep bij Bartimeus en werkt op een zorgboerderij, waar hij de zorg heeft over de konijnen. Mitchel is zeer IT-gericht, dat maakt hem een ideale tester voor het Fablab.

Een belangrijke ontwikkeling waaraan hij heeft meegewerkt is ikbenonline.com. Dit platform is al enkele jaren online en wordt volop gebruikt. Mitchel laat zien hoe hij er gebruik van maakt. Een stem vertelt hem waar hij zich op het platform bevindt. Hij kan door te klikken met tab of enter, toetsen die zijn voorzien van een viltje of plastic bolletje, verder surfen of de betreffende functie aanroepen. Ikbenonline.com heeft onder meer een chatfunctie, met video, spraak en tekstmogelijkheden, je kunt er muziek mee beluisteren en bijvoorbeeld andere mensen mee ontmoeten. Mitchel maakt er inmiddels veel gebruik van.

Maaike Meerlo maakt sinds een half jaar deel uit van het Fablab en is daarnaast medewerker wonen. Meerlo staat dus met een been in de zorg en met een andere in de wereld van de toepassingen. Dat is een groot voordeel: zij kan zich in beide werelden inleven. Meerlo vertelt hoe laagdrempelig hulpmiddelen kunnen zijn. Waar een ziend iemand een foto zou maken of ontvangen tijdens een zeiltocht, heeft zij op zo’n zeiltocht met haar telefoon een geluidsopname gemaakt en die met whatsapp verstuurd naar Mitchel.

Ook Meerlo ziet wel dat de rol van de begeleiders bij al die hulpmiddelen heel erg belangrijk is. Bijvoorbeeld als een internetapplicatie het niet doet, moet er wel even tijd voor worden gemaakt om een cliënt op weg te helpen. Meerlo: “Maar soms is het druk op de groep en zijn er veel dingen die je aandacht vragen. Dan helpt het wel als je als medewerker de nodige affiniteit met een computer of internet hebt.”


Consequenties

De hulpmiddelen hebben uiteraard niet alleen voor medewerkers consequenties, maar juist voor cliënten, voor wie het allemaal bedoeld is. Het inschatten van al die consequenties, voor zowel medewerker als cliënt, is uitgangspunt voor de implementatiemethodiek die Scholten en Lunenborg tijdens de thematranche hebben ontwikkeld. Deze implementatiemethodiek is dan ook in gesprek met medewerkers ontstaan. Dat is erg belangrijk, vinden Scholten en Lunenborg. Waar het vaak mis gaat is dat IT van alles bedenkt en medewerkers er vervolgens niet mee kunnen werken.

Belangrijk, benadrukken beiden, is dat de businesscase van Bartimeus gaat over het bevorderen van zelfredzaamheid en zelfstandigheid. Uitgangspunt is niet dat er efficiënter gewerkt kan worden met hulpmiddelen. De domotica waarnaar men op zoek is, is dan ook gericht op zelfstandigheid en zelfredzaamheid. Dat onderscheidt Bartimeus van veel organisaties in met name de ouderenzorg, waarvoor ook domotica gericht op alarmering belangrijk is.

De methode begint telkens bij twee woongroepen tegelijk, waarvan de groepsleiding een intakegesprek heeft met de speciaal voor deze methodiek gevormde werkgroep. De werkgroep screent vervolgens de ondersteuningsplannen van de cliënten op de woongroep. Ondersteuningsplannen zijn standaard zo opgesteld dat per levensgebied wordt benoemd wat cliënten niet kunnen en waar zij dus ondersteuning nodig hebben. Zo wordt ook de zorgzwaarte bepaald.

Rijp en groen

Na deze inventarisatie van wat men niet kan, gaan mensen van de werkgroep op de woongroep observeren. Uit de combinatie van observeren en het ondersteuningsplan komen ideeën voort. Dat kan van alles zijn, zegt Scholten. “We maken een overzicht van alles wat we maar bedenken kunnen, rijp en groen bij elkaar. Met dat overzicht gaan we weer in gesprek met de groepsleiding.”

Soms vindt de groepsleiding een idee onzin, soms ook wordt het met open armen ontvangen. Denk aan de mogelijkheid zelf een taxi te bestellen. Dat kan technisch wel geregeld worden, maar dan is er geen zicht meer op het uitputten van het budget. Daarom is deze exercitie ook zo belangrijk, zegt Scholten. “Wij kunnen vanuit IT of het Fablab allerlei mooie ideeën hebben, maar medewerkers moeten er wel mee kunnen en willen werken.”

De groepsleiding brengt binnen de overgebleven ideeën een prioritering aan en daarmee kan de werkgroep aan de slag. Wat is er al bij Bartimeus? Wat moet eventueel aangeschaft of ontwikkeld worden? Voor de financiën klopt de werkgroep vervolgens bij de Vereniging Bartimeus Sonneheerdt aan. De vereniging draait volledig op giften.

Knopje met een draadje

Bij Bartimeus hebben ze ontdekt dat, waar het aankomt op de besteding van gelden, speciaal voor de zorg ontwikkelde hulpmiddelen duur zijn, legt Lunenborg uit. “Een knopje met een draadje is zo 80 euro.” In de consumentenelektronica kan dat vaak voor veel minder geld. “Een seniorenafstandsbediening met grote knoppen, verkrijgbaar bij de Axion, kan voor iemand die slechtziend is net zo goed werken als zijn tegenhanger die speciaal voor de zorg is ontwikkeld, maar is veel goedkoper.”

Waarom is de slagingskans van hulpmiddelen met deze methodiek nou zoveel groter? Scholten: “De groepsleiding maakt dus vooraf een inventarisatie van de effecten die bepaalde hulpmiddelen zullen hebben voor zowel cliënt als medewerker. Dat is zijn of haar verantwoordelijkheid. Zij kunnen dat immers het beste. Niet wij vanuit de IT.”

Zo was er een woongroep waar slechts twee bewoners het geluid konden bedienen. Door een simpelere knop werd het geluid opeens door alle bewoners te bedienen. Maar dat had natuurlijk de nodige consequenties voor de verhoudingen op de woongroep. Om daar op een goede manier mee om te gaan, oog te hebben voor de nieuwe verhoudingen op de groep en een mogelijk verlies van autoriteit voor de twee mensen die dat als eerste konden, daarin schuilt een belangrijke slagingsfactor voor de introductie van hulpmiddelen. En daarin schuilt ook de professionaliteit van de medewerkers.

activity wall

Activiteiten aan de muur

Bij het inschatten van de gevolgen hoort ook in hoeverre op een woongroep de capaciteit (in kennis en tijd) aanwezig is om bepaalde hulpmiddelen ‘bij te houden’. Neem de activity wall; een scherm aan de wand waar mensen door te drukken op verschillende knoppen onder meer te weten kunnen komen wie er die dag de begeleider is, wat er gegeten wordt die dag en hoe laat en wie er corvee heeft. Een ideaal hulpmiddel omdat cliënten in de zorg veel tijd doorbrengen met wachten en vaak aan de begeleiders vragen hoe lang het nog duurt voor er gegeten, gedronken, naar de dokter of andere afspraak gegaan wordt.

Het is een hulpmiddel dat goed bijgehouden moet worden, want als het niet klopt, is dat de hond in de pot, zegt begeleider Eline van Deurzen. Bij de woongroep van Van Deurzen wordt iedere zondagavond de week met de cliënten doorgenomen en wordt de activity wall waar nodig aangepast. Inmiddels maken bewoners er veel gebruik van. Van Deurzen laat zien hoe eenvoudig hulpmiddelen kunnen zijn. Door viltjes op de lichtknopjes weten bewoners of het licht uit is (viltje ingedrukt) dan wel aan: typisch een voorbeeld van ‘lowtech’, zegt Lunenborg. “Lowtech kan net zo goed werken als ingewikkelde hightech.”

Op deze woongroep zijn er verschillende bewoners die in hun kleidingkast op iedere plank een talking tin hebben; door erop te drukken, vertelt een stem hun wat er op die plank ligt. Zo kunnen de bewoners zelf hun kleding inruimen of van de planken pakken. Van Deurzen is blij met het Fablab, zegt ze. “Cliënten kunnen zich vaak verder ontwikkelen doordat ze hulpmiddelen hebben.” Niet iedere medewerker ziet echter de meerwaarde van elektronica, zegt ze ook.

Andere woongroepen en organisaties

Wat is inmiddels de stand van zaken nu de methodiek in gang is gezet? Er zijn in 14 maanden al 9 groepen door de methodiek van extra hulpmiddelen voorzien. Nu is het tijd om de methodiek toe te passen op de andere woongroepen, ook bij woongroepen waar mensen zowel een auditieve als visuele beperking hebben en waar dus de nodige uitdagingen liggen. Bartimeus wil de methodiek ook voor andere organisaties ter beschikking stellen. Ze gaan bovendien door met het ontwikkelen van toegankelijkheidseisen, nu sinds dit jaar overheidsinstellingen verplicht zijn digitaal toegankelijk te zijn voor iedereen. Lunenborg en Scholten zien de ontwikkelingen positief tegemoet.

Interview door Ellen Kleverlaan

Meer weten

Dossier(s)

In voor zorg-deelnemer

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg