invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Bewonersbedrijf Delfzijl Noord zorgt dat de wijk weer van de bewoners wordt

Gepubliceerd op: | Laatst gewijzigd op:

De Eemsdelta en het Hoge Land zijn gebieden in Nederland die te kampen hebben met wegtrekkende jongeren en krimp van de bevolking. Het Woon- en Leefbaarheidsplan (WLP) Eemsdelta van 35 partijen moet bijdragen aan de leefbaarheid in deze regio. Het In voor zorg-traject van de DEAL-BMW gemeenten (Delfzijl, Appingedam, Eemsmond, Loppersum en Bedum, De Marne en Winsum) is gericht op samenwerking binnen de regio om samen de transitie vorm te geven. In de notitie ‘Welzijn, burgerparticipatie en sociale cohesie in DEAL-BMW gemeenten’ (pdf) uit 2014 zijn veel initiatieven van professionals en diverse burgerinitiatieven opgehaald. Uit deze grote verscheidenheid zijn een vijftal ‘parels’ gekozen die mooie resultaten laten zien. In Delfzijl Noord – een vroegere Vogelaarwijk waar de sociale cohesie goeddeels was verdwenen – gonst het weer van de bewonersactiviteiten.

Het is een gebouw waarvan je niet verwacht dat je ermee geconfronteerd wordt als je Delfzijl Noord binnengereden komt: een groot pand tegenover een leeg veld, met in de verte wat oude flats die op de nominatie staan om te worden afgebroken. Opgezet als de huisvesting voor een brede school, biedt het pand nu ruimte aan allerlei sociale activiteiten die deze voormalige Vogelaarwijk zo hard nodig heeft. Eind jaren 90 zijn in Delfzijl Noord 1.600 woningen afgebroken, waarmee ook de sociale cohesie in de wijk een enorme deuk opliep. Het Vogelaargeld dat daarna volgde, was bedoeld voor projecten die de wijk zowel sociaal als fysiek weer moesten opknappen. Maar de woningen die werden gebouwd, waren onbetaalbaar voor de oorspronkelijke bewoners. En het gebouw voor de brede school was gebaseerd op bevolkingsaanwas in de wijk die zo goed als volledig uitbleef. ‘De komst van die school was politiek heel belangrijk’, zegt Arthur Kok, ‘maar voor de bewoners niet.’ En Silly Udema voegt hieraan toe: ‘De buurt vergrijst alleen maar, in mijn straat zie ik ’s ochtends tegenwoordig niet meer zoveel lampen aangaan. Kleine kinderen zie je hier steeds minder.’

Zeggenschap over de wijk

Kok en Udema vormen samen met Alje Boer en Willem Meloni het bestuur van Bewonersbedrijf Delfzijl Noord. Udema vertelt: ‘In 2006 had de gemeente geen gesprekspartners meer in de wijk, er was geen bewonersvereniging meer. De gemeente startte met een wijkplatform en omdat we als bewoners meer zeggenschap wilden hebben over wat er in de wijk gebeurt, besloten we een wijkvereniging op te zetten. Net in die tijd kwam ook het fenomeen bewonersbedrijven opzetten en het leek ons een goed idee om die ontwikkelingsmogelijkheid ook voor Delfzijl Noord te verkennen. De gemeente stelde hiervoor startgeld beschikbaar. We wilden de sociale samenhang in de wijk terugbrengen: mensen binden en iets te doen geven in de wijk. We zagen dat er sprake was van eenzaamheid en onder andere daarom sprak het idee van bewonersbedrijfjes ons aan. Het geeft mensen een bezigheid en kan soms ook een opstapje zijn om weer aan werk te komen.’

Nieuwe initiatieven

De gemeente zag wel wat in het idee, maar verlangde een concreet plan om de ideeën van de initiatiefnemers handen en voeten te geven. Het Landelijk Samenwerkingsverband Actieve bewoners (LSA) bleek hiervoor een goede informatiebron en ook het aantrekken van een zakelijk leider hielp om het idee naar een professioneler niveau te tillen. Het eerste project dat werd opgepakt, was 'groen voor rood' om de groenvoorziening in de buurt een nieuwe impuls te geven. Onder de naam 'Hip & Happy' begon een groep vrijwilligers op basis van oude kleding nieuwe kleding en andere producten te maken en te verkopen. Ook werd een 'repaircafé' georganiseerd, waar mensen fietsen, kleding en huishoudelijke apparatuur konden laten repareren.

Kok benadrukt het belang van mensen ertoe aanzetten zelf iets te doen voor hun wijk. Hij vertelt: ‘Iedereen klaagde altijd over het zwerfvuil in de buurt. Dan kun je wel vragen of de gemeente ingrijpt, maar je kunt ook zorgen dat de gemeente afvalbakken en grijptangen beschikbaar stelt zodat de bewoners het zelf doen. In het begin stonden mensen heel sceptisch te kijken toen dit gebeurde, maar vervolgens gingen ze wel aan de slag. En dat brengt dan wel geen geld op, maar het is wel goed voor de buurt en het helpt mensen om met elkaar in contact te komen. Voor het repaircafé geldt hetzelfde.’

De sfeer terugbrengen

Zo ontstonden gaandeweg steeds meer activiteiten. Een groepje Antilliaanse vrouwen kreeg ruimte in het park toegewezen om groenten te verbouwen, en nu zijn ze bezig een cateringbedrijfje op te zetten. Ook is er inmiddels een werkgroep beheer brede school, die zich samen met de vereniging wijkbelangen hard maakt om in het gebouw een wijkcentrum op te zetten. ‘De gemeente stelt hiervoor de ruimte beschikbaar’, vertelt Boer. ‘En wij willen er graag een buurtcentrum met een grand café van maken. Dat zal helpen om de sfeer van de voormalige buurthuizen terug te brengen. De gemeente verlangt hierbij een ondernemingsplan van ons, maar beseft wel dat de ideeën uit de bewoners zelf moeten komen en dat het dus niet kan gaan zoals ze zelf wil.’

Bewoners maken contact

Langzaamaan begint de buurt weer zijn oude gevoel terug te krijgen. Bij de 'groen voor rood'-activiteiten zijn inmiddels 30 mensen betrokken. Er is een boomgaard aangeplant met meer dan 100 fruitbomen en er zijn plannen om fruit en jam te gaan verkopen. ‘Zo komen er steeds meer uitdagingen op ons pad’, zegt Udema. Ook is al een belevenistuin aangelegd, een plek die met name bedoeld is voor de bewoners van het plaatselijke verzorgingshuis. ‘Ze kunnen er zitten en wandelen en de planten en geuren van vroeger herkennen’, zegt Boer. ‘Bovendien zijn die planten voor de school in de buurt interessant lesmateriaal.’ Meloni vult aan: ‘De combinatie van 'groen voor rood' met het wijkcentrum zorgt ervoor dat mensen steeds meer met elkaar in contact komen. De mensen die in de tuin bezig zijn, schuiven in het wijkcentrum aan bij de mensen die daar komen voor een kop koffie. En een inwoner uit de buurt, die Parkinson heeft en daarom niet kan meewerken aan de tuinactiviteiten, wordt door de buurtbewoners regelmatig opgehaald om er in ieder geval toch bij te kunnen zijn.’ Meloni is verantwoordelijk voor het beheer van de website Bewonersbedrijfdelfzijlnoord.nl (externe link), waarop alle activiteiten in de wijk bekendgemaakt worden. Hij beheert ook de Facebook- en Twitteraccounts waarop alle activiteiten en nieuwtjes worden gedeeld. De bezoekersaantallen zijn goed, maar alle bestuurders zijn het er over eens dat er ook weer een buurtkrant moet komen. ‘Veel oudere mensen zitten niet op internet’, zegt Udema.

Vertrouwen en energie

‘Je begint met niks en je ziet het groeien’, zegt Kok. ‘Zo zie je gaandeweg het wijkgevoel weer terugkeren. Dat is uiteindelijk veel belangrijker dan geld verdienen met de bewonersbedrijfjes. Voor de continuïteit daarvan is het voldoende als ze zichzelf kunnen bedruipen.’ Het begrip bewonersbedrijf vereiste aanvankelijk wel wat uitleg voor de bewoners. ‘En mensen moesten wennen aan het idee dat ze zelf iets kunnen doen in plaats van af te wachten waar de gemeente mee komt’, zegt Udema. ‘Er was veel onvrede naar de gemeente, het vertrouwen was weg. Dat zien we nu weer terugkeren en dat geeft energie. Daarom is de gemeente nu ook blij met ons.’ Terecht, vindt Kok. ‘De informatieavonden die we organiseren trekken steeds meer mensen en ook groeit het aantal mensen dat dingen wil doen. Ze weten zelf niet altijd hoe ze iets moeten aanpakken, maar als ze hulp krijgen of er wordt iets georganiseerd, dan doen ze maar wat graag mee. Die slag hebben we al gewonnen.’

Interview door: Frank van Wijck

Meer weten

Dossier(s)

Tags

In voor zorg-deelnemer

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg