invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Bedden verdwijnen, de wijk-ggz groeit

Gepubliceerd op: | Laatst gewijzigd op:

Ggz-organisatie Parnassia Groep heeft met ondersteuning van een In voor zorg-coach het ambulante werken in fors tempo uitgebreid: meer behandelen thuis, in Den Haag en omstreken. Tot nu toe zijn in de Haagse regio 15 ggz-wijkteams opgetuigd die gespecialiseerde psychiatrische zorg thuis bieden. Ter ondersteuning van deze teams kwam er het 'Transferium': een centrum voor dagbehandeling dat daarnaast buiten kantooruren begeleiding en ondersteuning biedt aan cliënten thuis. Hoe ervaren medewerkers deze veranderingen? Sociaal psychiatrisch verpleegkundigen (spv'en), Brigitte Looijen en Albert van Cuijk van wijkteam Rijswijk en Kevin Jonker en Gwen van Zijl van het Transferium, belichten hun ervaringen.

Thuis herstellen

De noodzaak om te bezuinigen dwingt ggz-organisaties versneld bedden te sluiten en meer ambulant te werken. Dat is bij de Parnassia Groep al niet anders. Met ruim 8000 medewerkers is het een van de grootste ggz-instellingen in Nederland. Daarbinnen is het Zorgbedrijf Parnassia - dat opereert in de regio Haaglanden - met ruim 1300 medewerkers weer het grootste onderdeel van de Parnassia Groep. In deze regio verdwenen in vrij korte tijd 77 bedden. Deels onder druk van de bezuinigingen, maar ook vanuit de overtuiging dat thuis herstellen altijd de voorkeur heeft boven opname in een kliniek.

Bredere doelgroep

‘Er is de afgelopen tijd veel op ons afgekomen’, zegt Brigitte Looijen van ggz-wijkteam Rijswijk. ‘We werkten hier natuurlijk al ambulant, maar met de inrichting van het nieuwe ggz-wijkteam is er toch veel veranderd. Waar we eerst vooral te maken hadden met mensen met psychotische stoornissen, is onze doelgroep nu veel breder geworden. Die bestaat uit mensen tussen 18 en 99 jaar met ernstige psychiatrische aandoeningen (EPA). Dat zijn dus ook mensen met autisme of persoonlijkheidsstoornissen zoals borderline. Klinische afdelingen binnen Parnassia die gespecialiseerd waren in dergelijke aandoeningen zijn inmiddels grotendeels opgeheven. Voor ons betekent dit, dat we onze deskundigheid weer op peil moeten brengen en dat vergt extra inspanningen. Het maakt ons werk wel gevarieerder, interessanter ook.’

Zelforganiserende teams

Naast beddenafbouw en daarmee een grotere druk op de wijkteams, heeft de Parnassia Groep besloten dat de teams zelforganiserend moeten worden: geen teamleiders meer, maar medewerkers die onderling de taken verdelen en gemakkelijker elkaars werk kunnen overnemen. ‘Naast alle veranderingen waarmee we al te maken hebben, betekent ook deze verandering een extra investering voor ons’, zegt Albert van Cuijk. ‘Dat is af en toe flink schakelen, maar het zelf organiseren en verdelen van het werk levert ook voordelen op. We gaan steeds meer werken volgens de FACT-methodiek: functie assertive community treatment. Eind 2015 moet ons team daarvoor zijn gecertificeerd.’

Zware caseload

Werken volgens FACT betekent dat het wijkteam zo’n 220 cliënten onder zijn hoede heeft. Niet iedereen heeft evenveel zorg nodig. Mensen met wie het tijdelijk slechter gaat, krijgen meer aandacht, terwijl anderen zich op dat moment redelijk zelfstandig kunnen redden. Tot nu toe blijkt deze opzet geslaagd: cliënten zijn overwegend positief over de wijkgerichte zorg. Voor de 4 spv’en van het team betekent een caseload van 55 cliënten per persoon echter een zware taak. Van Cuijk: ‘Er zijn ook een ambulant verpleegkundige, een ervaringsdeskundige, een casemanager, een psycholoog en een psychiater aan het team verbonden - deels parttime - en die nemen ook delen van het werk op zich. Toch willen we op termijn naar een caseload van 35 cliënten per persoon, dan kunnen we iedereen beter ondersteunen.’ Looijen vult aan: ‘Het management heeft oog voor het vele werk dat op het wijkteam afkomt. Onlangs zijn 2 spv’en aan ons team toegevoegd.’

Overgang

Looijen en Van Cuijk spreken over een team in transitie. Want meer cliënten in de wijk ondersteunen, betekent ook goede contacten opbouwen met instanties als woningbouwcorporaties, jeugdzorg, maatschappelijk werk, huisartsen, wijkagenten en niet in de laatste plaats met de sociale wijkteams die de gemeenten op dit moment in ras tempo aan het opbouwen zijn. ‘Veel van die contacten bestonden al, maar met alle veranderingen in de zorg, zoals de Wmo en de participatiewet, is het zaak ze goed te onderhouden’, zegt Brigitte Looijen. ‘Tegelijkertijd moeten we zo goed mogelijk blijven ingaan op de hulpvragen van onze cliënten. Onze tijd is spaarzaam en dat betekent dat we bijvoorbeeld niet een vaste plek innemen in het sociale wijkteam van de gemeente. Als zij ons weten te vinden, is dat voorlopig voldoende.’

Transferium

Soms wordt pijnlijk duidelijk welke problemen de recente veranderingen met zich kunnen meebrengen. ‘Het is tegenwoordig veel moeilijker om patiënten opgenomen te krijgen en dat levert weleens fikse dilemma’s op’, zegt Albert van Cuijk. ‘Er zijn simpelweg minder bedden beschikbaar in de klinieken. Ook de bedden-op-recept, waar mensen voorheen snel enkele dagen gebruik van konden maken, bestaan niet meer.’
De ggz-wijkteams doen hun werk overdag. Om te voorkomen dat cliënten in de avonduren en weekends nergens terecht kunnen, biedt het Transferium ondersteuning. Het bood altijd al dagbehandeling, maar het fungeert ook steeds meer als tussenschakel tussen de ambulante wijkteams en de kliniek, onder andere door in de avonden en weekenden tijdelijk zorg aan huis te bieden.

Avonden en weekenden

‘Voorheen was het Transferium een centrum voor dagbehandeling met een open opnameafdeling’, zegt Gwen van Zijl. ‘Toen de kanteling naar ambulant werken eraan kwam, was al snel duidelijk dat de meeste bedden hier zouden verdwijnen. We realiseerden ons dat de druk op de ggz-wijkteams ging toenemen en dat extra ondersteuning goed van pas zou kunnen komen, zeker in de avonden en weekenden. Vrij snel hebben we toen de Kitt-zorg uitgerold: kortdurend interventieteam thuis. Wij gaan dan tijdelijk naar cliënten thuis met als doel een opname te voorkomen, dan wel te verkorten. Dat kan per direct als de situatie acuut is. Voor maximaal 3 dagen bezoekt Kitt-medewerker de cliënt dan thuis, ’s avonds of in het weekend. En volgens afspraak met een wijkteam kan Kitt-zorg ook langer worden ingezet, maximaal 8 weken.’

Extra ogen

De Kittzorg bleek al snel een succes. Wat begon als één dienst, waarbij een Transferiummedewerker per auto, brommer of fiets op pad was, kwam er al snel een tweede dienst bij. Hierdoor zijn per avond nu 12 cliënten te bezoeken. Kevin Jonker: ‘We kregen bijvoorbeeld de melding van een man, manisch-depressief, die aan het decompenseren was. Hij nam zijn medicatie niet meer in. De spv van het wijkteam meldde de man bij ons aan. Doel was een opname te voorkomen. We zijn 2 weken lang iedere avond bij hem langsgegaan voor een ondersteunend gesprek en om ervoor te zorgen dat hij zijn medicijnen weer innam. De man was eenzaam op dat moment, dat kwam doordat hij zijn hobby’s, zoals biljarten, links liet liggen. Doordat we iedere avond even langs kwamen, ging hij zijn medicijnen innemen en kreeg hij weer belangstelling voor zijn omgeving. Door een paar extra ogen in te zetten hebben we een crisis en daarmee een opname weten te voorkomen.’

Blijvende behoefte

Jonker en Van Zijl zijn enthousiast over het Kitt-concept. ‘Zeker nu de wijkteams nog in ontwikkeling zijn, biedt Kitt-zorg een mooie aanvulling, maar ik verwacht dat Kitt nodig zal blijven, ook als het FACT-werken overal goed is doorgevoerd’, zegt Gwen van Zijl. Nu Kitt-zorg meer bekendheid krijgt bij de wijkteams, neemt de vraag toe. Vooral aan acute Kitt-zorg in de weekenden blijkt veel behoefte. Het Transferiumteam maakt dan altijd de inschatting of de inzet van Kitt verantwoord is. Jonker: ‘Als de crisis te heftig is, of wanneer de veiligheid in het geding lijkt, neemt de crisisdienst het van ons over.’

Beeldbellen

Naast Kitt biedt het Transferium inmiddels ook een verruimd aanbod van groepstrainingen aan, zoals assertiviteitstraining, psycho-educatie, sport, filosofie. Ook kunnen cliënten uit de regio tot 21.00 uur ’s avonds tercht in de inloop van het Transferium. Nieuw is verder de inzet van e-health: beeldbellen met cliënten thuis en dat kan 24 uur per dag. Die krijgen daarvoor een apart apparaat in huis, waarmee ze heel gemakkelijk contact kunnen leggen met het Transferium. Ze krijgen dan een medewerker direct in beeld. ‘Dat blijkt voor bepaalde cliënten heel goed te werken’, zegt Van Zijl. ‘Voor sommige cliënten die kampen met een psychotische stoornis, kan het heel prettig zijn een vertrouwd gezicht te zien en niet alleen maar een stem te horen via de telefoon.’

Ze roepen het niet van de daken, maar eigenlijk zijn Van Zijl en Jonker razend enthousiast over deze ontwikkelingen. Gwen van Zijl: ‘De sluiting van bedden en de overgang naar ambulant werken hebben in vrij korte tijd behoorlijk wat banen gekost. Ook zijn veel mensen herplaatst. Dat is pittig, je zou willen dat alles wat geleidelijker was verlopen. Tegelijkertijd kregen we hier bij het Transferium volop de mogelijkheid nieuwe dingen te bedenken. En ja, dat geeft een enorme kick.’

Interview door: Stef van Delft

Meer weten

Dossier(s)

Tags

In voor zorg-deelnemer

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg