invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Alles inzetten op beter contact

Gepubliceerd op: | Laatst gewijzigd op:

Anticiperen op ontwikkelingen en oekazes die op de geestelijke gezondheidszorg afkomen, betekent soms hoogwaardige doelen stellen. De ouderenpsychiatrie van Veluwe en Veluwe Vallei, onderdeel van GGZ Centraal, koos samen met In voor zorg! inderdaad voor een ambitieus traject.

De langdurende ouderenpsychiatrie van Veluwe en Veluwe Vallei wil haar cliënten zo licht mogelijke en optimale hulp op de juiste plek te bieden. Om die doelen te bereiken schakelde de afdeling 2 In voor zorgcoaches in om 4 deelprojecten te begeleiden:

  • de interne keten van ouderenpsychiatrie verbeteren;
  • zorgen voor meer samenwerking in de externe keten;
  • vergroten van het ambulante zorgaanbod;
  • invoeren van herstelondersteunende zorg (hoz) voor ouderen.

Ruim anderhalf jaar na de start van de In voor zorgtrajecten blikken 4 direct betrokkenen van afdeling Oosterhoorn terug: hoofd bedrijfsvoering Bas Jan Stoute, teamleider Herald Drenth, groepsziekenverzorger Gert Baatje, en familieraadslid Evelien Bos. Hun conclusie: met de introductie van de herstelondersteunende zorg is verrassend veel bereikt. Ook is succesvol contact gelegd met externe partners. Maar in de samenwerking met andere afdelingen valt nog een wereld te winnen en ambulantisering kent naast de positieve, ook zo haar negatieve kanten.

‘Blijf in gesprek met mij’

GGZ Centraal in Ermelo (Veldwijk) is één van die oudere ggz-instellingen op een uitgestrekt landgoed. Veel groen, oude gebouwen afgewisseld met lage nieuwbouw verspreid over het terrein. Een oase van rust. Maar achter die groene oase gaat een organisatie schuil die het gevecht levert met de opgelegde beddenreductie en ambulantisering, en die de concurrentie moet aangaan met verpleeg- en verzorgingshuizen uit de regio die ook steeds meer psychiatrie tot hun pakket rekenen.

Bij de ingang van Veldwijk staat een groot bord met daarop een veelzeggend gedicht van Dirk E. Lotze, tot zijn overlijden in 2002 voorzitter van de cliëntenraad aldaar:

Ook al luister ik slecht,
praat ik door je heen.
Onderbreek ik je,
loop ik weg.
Trek je niet terug,
blijf/ in gesprek met mij.
De stilte zou
dodelijk zijn.
Wanneer wij zwijgen
is alles over.'

Als ex-cliënt wist Lotze heel goed waar hij het over had: hoe onbereikbaar ik ook lijk, blijf in contact met me!

Herstelondersteunende zorg

Het gebouw Oosterhoorn herbergt 3 afdelingen langdurige ouderenpsychiatrie. In de hal zingt een oudere dame keihard haar eigen tekst op de wijs ‘Er is een kindeke geboren op aard’. Groepsziekenverzorger Gert Baatje knikt haar vriendelijk toe. De dame zet haar volumeknop wat lager. In Oosterhoorn bevinden zich ouderen die langdurig kampen met bijvoorbeeld depressies, verwardheid, psychoses.

‘Ook al zullen de cliënten hier nooit meer buiten een instelling wonen, we blijven ernaar streven dat ze zo onafhankelijk mogelijk functioneren’, zegt Baatje even later. ‘Dat vraagt van medewerkers een actieve benadering, een houding die cliënten in beweging zet.’ Familieraadslid Evelien Bos knikt: ‘Je moet mensen verleiden zelf dingen te ondernemen, niet alles willen overnemen van ze.’ Beiden zijn vanuit hun eigen achtergrond betrokken bij het traject herstelondersteunende zorg (hoz), dat de eigenwaarde van cliënten centraal stelt.

Meer regie

Hoofd bedrijfsvoering Bas-Jan Stoute vat samen: ‘Het streven is dat onze cliënten een keuze hebben, dat ze autonomie hebben. Met herstelondersteunende zorg willen we bereiken dat mensen weer meer regie hebben over hun bestaan. En dat ze zich ook echt gehoord voelen. Volgens onze In voor zorgcoaches zijn we een van de eerste care-afdelingen ouderenpsychiatrie die met hoz werken. Daarnaast werken we natuurlijk met benaderingen als belevingsgericht werken en de presentietheorie: zorgen dat je ook echt met aandacht aanwezig bent.’

Een stuk gelukkiger

Evelien Bos vindt dat hoz zijn vruchten al heeft afgeworpen: ‘Je ziet werkelijk dat bewoners weer meer zelf doen, actiever zijn geworden. Een simpel voorbeeld: voorheen smeerden medewerkers altijd het brood. Maar waarom eigenlijk? De bewoners kunnen het prima zelf en dat doen ze nu ook.’ Ook teamleider Herald Drenth ziet dat effect. ‘Een man hier op de afdeling vouwt nu mee de was op. Sinds hij dat doet laat hij veel minder ziek gedrag zien, heeft minder klachten en pijntjes. Hij is al met al een stuk gelukkiger, dat zie ik gewoon. Of neem het familielid dat een paar keer per week helpt met eten. Zij gaat met haar naaste op zijn kamer eten. Die eet dan in alle rust, de verpleging wordt ontlast en de familie heeft echt het gevoel iets te kunnen betekenen voor de cliënt. Ik vind dat de ultieme hoz, daar word ik erg gelukkig van.’

Familie

De 3 afdelingen van de langdurige ouderenpsychiatrie hebben ieder jaardoelen gesteld. De ene unit gaat met de cliënten naar de supermarkt. Voorheen lieten ze de boodschappen bezorgen. Een andere unit organiseert een keer per week een ontmoeting tussen personeel en bewoners, waarin allerlei onderwerpen aan bod komen om zo de cliënten meer stem te geven. ‘En wij gaan ons extra inzetten om de familie meer bij de afdeling te betrekken’, zegt Gert Baatje. ‘Het contact kan beter, we willen drempels verlagen, meer met elkaar bespreken. Daar hebben we de afgelopen tijd al hard aan gewerkt.’

Evelien Bos: ‘Dat is een mooi streven. De familieraad is dan wel betrokken bij hoz en is daar ook enthousiast over, maar er is ook veel onzekerheid bij familieleden, er zijn veel vragen. Ze schrikken ook: wat als onze naaste ineens naar een eigen appartement moet met ambulante ondersteuning? Moeten we dan zelf de zorg weer deels op ons nemen? Die kwesties spelen bij de langdurige ouderenzorg veel minder, maar de instelling mag wel meer rekening houden met die vragen en onzekerheden. Communicatie is belangrijk en kan altijd beter.’

Externe relaties

In voor zorg! bij de langdurende ouderenpsychiatrie van GGZ Centraal is meer dan de introductie van herstelondersteunende zorg. Parallel daaraan liepen de trajecten voor betere samenwerking en afstemming: intern met andere afdelingen, extern met onder meer de verpleeg- en verzorgingshuizen in de regio.

Bas-Jan Stoute: ‘Contact zoeken met de externe ketenpartners is zonder meer geslaagd. Gevolg van ambulantisering is dat mensen langer thuis blijven wonen en dat ook verpleeghuizen de boer op moeten om hun kamers gevuld te houden, net zoals wij dat moeten. Je kan dan lijnrecht tegenover elkaar gaan staan, maar je kan ook het contact zoeken in de regio. Dat hebben we gedaan, we hebben elkaar bezocht, informatie uitgewisseld, medewerkers hebben over en weer meegelopen. We hebben onszelf op de kaart gezet, waardoor het makkelijker is bij elkaar naar binnen te lopen over kwesties die cliënten betreffen. Zo is het eenvoudiger geworden cliënten over en weer te herplaatsen. Als iemand is beter op zijn plek is in een verpleeghuis, moet je er niet moeilijk over doen. Het belang van de cliënt gaat boven alles. Intussen zijn de contacten ook weer wat minder intensief: we kennen elkaar nu, dat is goed zo.’

Eilandencultuur

De interne keten van Veluwe en Veluwe Vallei is nog niet perfect, zoveel hebben de In voor zorgcoaches wel duidelijk weten te maken. ‘Hun onderzoek bevestigde wat we eigenlijk wel wisten’, zegt Stoute. ‘Er heerst hier een eilandencultuur die moeilijk te doorbreken is. De contacten en samenwerking tussen de curatieve ouderenzorg, herstel volwassenen, herstel ouderen en langdurende zorg ouderen kunnen een stuk beter. We hebben er daarom bij de directie op aangedrongen dat In voor zorg! ook op andere afdelingen wordt ingeschakeld. Dat kan voor de nodige beweging zorgen en vooral ook voor meer aansluiting tussen de afdelingen hier.’

Leren van elkaar

Bas-Jan Stoute en Herald Drenth hebben er geen spijt van dat In voor zorg! een tijdlang heeft meegedraaid op hun afdeling, juist in een periode waarin deze zwaar onder druk stond. Als gevolg van de ambulantisering komen uiteindelijk minder mensen terecht op Oosterhoorn. Mede daardoor moesten vorig jaar 35 bedden ouderenpsychiatrie worden afgestoten. ‘Dankzij de In voor zorgtrajecten is er energie losgekomen die goed uitpakt voor de cliënten’, zegt Drenth. ‘We hebben ons ook intern beter kunnen profileren’, vult Stoute aan. ‘Ik vond het prettig dat de coaches een tijdje over onze schouder meekeken. Daar leer je een hoop van. Zij leerden overigens ook van ons, doordat we ze af en toe met beide benen weer op de grond moesten zetten.’

Interview door Stef van Delft


 

Tags

In voor zorg-deelnemer

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg