invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Wijk- en buurtgericht werken: meer ruimte voor lokale oplossingen

Gepubliceerd op: | Laatst gewijzigd op:

Niet een radicale ommezwaai of gestandaardiseerde oplossingen van bovenaf zullen de langdurige zorg veranderen, maar kleinere, goed doordachte oplossingen. Dit is de boodschap van onderzoekers Maarten Janssen, Lieke Oldenhof, Marlou Pijnappel-Clark en Kim Putters van het iBMG in hun onderzoek naar wijk- en buurtgericht werken in de zorg.

Voor hun onderzoek hebben zij gekeken naar het project ‘Wijk- en buurtgericht werken’. Dit project begeleidt 10 zorgaanbieders die sinds 2011 met verschillende partners werken aan de vernieuwing van wijk- en buurtgerichte zorg. Uit de projectomschrijvingen en de geleerde lessen worden ook concrete aanbevelingen gegenereerd voor (beter) wijkgericht werken. Initiatiefnemers van het project zijn Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN), ActiZ, Landelijk overleg cliëntenraden (LOC), BTN, Kenniscentrum Wonen Zorg en Adviesbureau Viatore.

Wijk- en buurtgericht werken: 10 projecten

Wijkgericht werken in de langdurige zorg is niet nieuw. Er bestaan diverse projecten en pilots met een wijkgerichte aanpak. Zij leveren best practices op het gebied van wonen, welzijn en zorg. Het project Wijk- en Buurtgericht Werken stelt 10 wijkgerichte initiatieven voor.

Elk van de 10 initiatieven volgt een individuele aanpak, passend bij de lokale omstandigheden. Voorbeelden hiervan zijn een herintroductie van de wijkverpleegkundige, het opzetten van wijkverzorgingscentra en het ondersteunen van mantelzorgers. De initiatieven hebben met elkaar gemeen dat zij zich richten op een nieuwe organisatie van zorg en ondersteuning in de directe woonomgeving van de burger.

Op de website Wijk- en Buurtgericht Werken wordt elk project op een overzichtelijke manier beschreven. De omschrijving bevat naam en plaats van het project, doelstellingen, beoogde resultaten, geleerde lessen en een advies voor andere organisaties. Een uitgebreide omschrijving per project is als download beschikbaar.

10 werkprincipes wijk- en buurtgericht werken

Naast de voorbeeldprojecten worden op de website ook 10 werkprincipes uitgelicht. Deze principes vormen een handreiking voor anderen bij het opzetten en succesvol laten verlopen van wijkgericht werken. De principes zijn:

  • Participeer als aanbieder in netwerken van burgers
  • Netwerk binnen en buiten je eigen organisatie
  • Creëer gedeelde verantwoordelijkheid in nieuwe coalities
  • Meerwaarde is geen gegeven: laat zien wat het is
  • Niet beheersen, maar loslaten
  • Een nieuwe taal vinden voor succes
  • Met je hoofd in de wolken, met je voeten in de klei
  • Wees niet te optimistisch
  • Niet uitrollen, maar maatwerk
  • Verkopen van bestaande initiatieven & leren van anderen

Nieuwe rollen voor zorgverleners, organisaties en burgers

Wat betekent het bestaan van al deze wijkgerichte initiatieven nu concreet voor zorgverleners, burgers en organisaties? De onderzoekers van het iBMG constateren dat voor al deze partijen nieuwe rollen zijn ontstaan in het organiseren van zorg. De partijen hebben zich aan deze rolveranderingen aangepast en vervullen hun nieuwe rollen, ook al is dit niet altijd eenvoudig.

Uit het onderzoek blijkt dat al deze partijen nieuwe rollen op zich nemen bij het organiseren van zorg hoewel dit niet eenvoudig is. Zo levert een wijkverpleegkundige vaak niet alleen zorg, maar vervult zij bijvoorbeeld ook taken bij het overleggen met woningbouwcorporaties over nodige aanpassingen in het huis van een cliënt. Zorgprofessionals kijken dus over de grenzen van hun organisatie heen en zien meer het geheel.

Zorgorganisaties richten zich meer op samenwerking, zowel intern (in multidisciplinaire teams) als extern (met andere organisaties en partners). Organisaties proberen in deze pilots in toenemende mate de zorg betaalbaar te houden en tegelijkertijd meer mensgericht te maken.

Ten slotte hebben ook de burgers een andere rol dan in het verleden. Zij regelen steeds meer zelf: eigen sociale netwerken, familie en vrienden spelen hierbij een actieve rol. De zorg wordt niet meer vanzelfsprekend overgedragen aan een zorgverlener, maar in onderling overleg georganiseerd.

Van pilots naar structurele verandering

Ondanks de geboekte successen en het grote aantal initiatieven stranden de meeste projecten op het niveau van tijdelijke pilots. Op deze manier dragen de initiatieven tot nu toe weinig bij aan structurele verandering. De vraag is dus hoe succesvolle wijkgerichte projecten gebruikt kunnen worden om tot structurele veranderingen van de langdurige zorg te leiden.

De ‘stille revolutie’ op het gebied van wijkgericht werken moet dus zichtbaarder worden, met blijvende invloed in de langdurige zorg. Volgens de onderzoekers moet dit vooral gebeuren door erkenning en ondersteuning van wat er op lokaal niveau gebeurt. Met aandacht voor lokale bijzonderheden en diversiteit. Radicale stelselwijzigingen of centrale sturing van bovenaf zijn volgens hen geen oplossing, evenmin als het volledig over boord gooien of het kritiekloos omarmen van enkele concepten. De oplossing schuilt in een aantal minder spectaculaire wijzigingen.

6 concrete aanbevelingen

Wat zijn deze subtiele wijzigingen en hoe kunnen zij in de praktijk worden gebracht? Op basis van het onderzoek komt het iMBG met 6 concrete aanbevelingen:

  • Zorg voor de juiste randvoorwaarden op lokaal niveau, bijvoorbeeld door als overheid passende financieringsmogelijkheden aan te bieden. Door deze randvoorwaarden kan al veel worden bereikt.
  • Accepteer lokale verschillen. Wijkgericht werken is in essentie maatwerk op basis van de individuele zorgvraag en lokale omstandigheden. Het accepteren en bevorderen van deze diversiteit is daarom essentieel.
  • Accepteer ook diversiteit van best practices. Juist omdat lokale verschillen en maatwerk centraal staan bij wijkgericht werken, kan er geen sprake zijn van uitrol van één best practice naar één landelijk model. Wel kunnen – en moeten – organisaties werkende principes delen en gezamenlijk leren, willen zij niet stranden in tijdelijke pilots.
  • Vermijd centrale of landelijke sturing. Aandacht voor wijkgericht werken moet niet leiden tot een centrale reflex waarbij één landelijke uniformerende regeling met dito financieringsvoorwaarden wordt voorgeschreven.
  • Draag de toegevoegde waarde en de succesverhalen van wijkgericht werken uit. Hier ligt een belangrijke rol weggelegd voor organisaties en professionals om de resultaten en hun eigen ervaringen te communiceren.
  • Herken ook de grenzen van een wijkgerichte aanpak. Waar een stedelijke of regionale aanpak beter geschikt zijn, moeten problemen ook wel op een ander niveau dan wijk- en buurtniveau worden aangegaan.

Ruimte voor lokale samenwerking

Deze 6 aspecten bieden volgens het onderzoek meer winstpotentiaal dan het uitvinden van een nieuw stelsel. Een belangrijke volgende stap tot structurele verandering is daarom het creëren van ruimte voor lokale samenwerking in de langdurige zorg. Zorgverleners, organisaties en burgers moeten de ruimte krijgen om met elkaar te bepalen welke ondersteuning in hun wijk nodig en zinvol is. De politiek heeft dus een beperkte rol die zich vooral richt op het bieden en bewaken van deze ruimte.

Over de onderzoekers

Maarten Janssen en Lieke Oldenhof zijn promovendi aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Kim Putters is hun promotor en hoogleraar Management van instellingen in de gezondheidszorg. Marlou Pijnapple-Clark is werkzaam bij adviespraktijk Viatore.

Meer weten

Dossier(s)

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg