invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Regionale Instellingen voor Beschermd Wonen: kom in beeld bij gemeenten

Gepubliceerd op:

De transitie van de begeleiding in het kader van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) naar de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de overheveling van ZZP's 1, 2 of 3 vraagt van medewerkers van Regionale Instellingen voor Beschermd Wonen (RIBW's) een heel andere manier van werken:

  • Wijkgerichter werken
  • De inzet van het eigen netwerk van cliënten
  • Samenwerking zoeken met andere partijen
  • In dialoog met gemeenten

Deze werkwijze komt niet alleen ten behoeve van hun cliënten, maar ook omdat ze voor de financiering van hun diensten steeds vaker te maken krijgen met gemeenten. En deze stellen andere eisen aan de manier van werken dan de zorgkantoren.

Gemeenten worden verantwoordelijk voor cliënten die nu nog extramurale begeleiding ontvangen en gebruik maken van dagbesteding. Ook moeten zij oplossingen vinden voor cliënten met een licht zorgzwaartepakket (ZZP 1, 2 of 3) die straks niet meer in aanmerking komen voor intramurale begeleiding. Wanneer gemeenten het heft in handen krijgen, hebben zij zelf de keuze met welke zorgaanbieder zij in zee gaan. RIBW’s krijgen dan meer concurrentie van onder andere thuiszorgorganisaties en het maatschappelijk werk.

Scheiding wonen en zorg

'Zoals het er nu naar uit ziet, wordt wonen en zorg straks meer gescheiden', zegt Anne-Marie van Bergen, senior adviseur bij MOVISIE. 'Nu is het nog zo dat cliënten met een ZZP 1, 2 of 3 in een huis van een RIBW wonen. De RIBW is verantwoordelijk voor de begeleiding en ondersteuning van haar cliënten op alle aspecten van hun dagelijks leven, ook bijvoorbeeld op het gebied van dagbesteding. Straks is het de bedoeling dat deze cliënten zelf huurder worden van hun eigen huis. Ze worden dan meer op afstand begeleid. De bedoeling is dat ze hierdoor gestimuleerd worden om meer buitenshuis te komen en deel uit te gaan maken van hun woonomgeving. Wanneer de woonsituatie voor deze mensen zo drastisch verandert, dienen cliënten hierin zo goed mogelijk te worden begeleid op een manier die ze kennen. Het is dus in het belang van de cliënt dat de RIBW in dit proces in beeld blijft.'

Onbekend is onbemind

De kans dat gemeenten voor bestaande cliënten meteen ervoor kiezen een andere zorgaanbieder dan een RIBW in te schakelen, is niet heel groot. Iedereen begrijpt dat dat voor een cliënt een grote stap is. Meer aannemelijk is het dat gemeenten naar andere zorgaanbieders gaan voor nieuwe cliënten. Anne-Marie van Bergen: 'De maatschappelijke opvang en thuiszorgorganisaties zijn partijen die gemeenten al veel langer kennen. RIBW’s lopen het risico dat gemeenten niet op de hoogte zijn van hun deskundigheid en dat er vooroordelen over hun manier van werken leven. Naast een groot belang voor de cliënt, is bekendheid verkrijgen bij gemeenten dus ook vooral van economisch belang.'

De juiste vragen stellen bij de intake

Hoe versterken we de kracht van cliënten? Welke mensen die nu nog op een wachtlijst staan, vallen door de nieuwe regeling straks buiten de boot? Op welke manier kunnen zij dan geholpen worden en welke rol kunnen wij dan nog spelen? Met het oog op de toekomst vroeg een RIBW MOVISIE haar medewerkers te adviseren in het voeren van intakegesprekken ‘nieuwe stijl’ met cliënten op de wachtlijst met een ZZP 1 of 2. MOVISIE-adviseur Petra van Leeuwen begeleidde dit proces: 'Al direct in de intake wordt de invloed van de Wmo zichtbaar. In de bijeenkomsten met intakemedewerkers van deze RIBW stonden we stil bij wat ‘grote’ begrippen als zelfregie en eigen kracht nu concreet betekenen in een intakegesprek. Het werken met het eigen netwerk en gewone contacten in de buurt zijn bijvoorbeeld twee onderwerpen die veel sterker naar voren komen dan voorheen. Dat vraagt van RIBW-medewerkers ook andere vaardigheden.’

Meer wijkgericht werken

Er zijn al veel RIBW's die nu al meer wijkgericht werken en die hun cliënten stimuleren om deel te nemen aan activiteiten buiten de RIBW. Soms verloopt dit nog wat stroef. Vanwege de 7 keer 24 uur zorg die cliënten nu nog krijgen, zien bijvoorbeeld welzijnsorganisaties die bij die activiteiten betrokken zijn deze cliënten niet als hun doelgroep. De nieuwe wetgeving stimuleert RIBW’s meer met andere partijen samen te werken. Op dit moment bevindt MOVISIE zich in de beginfase van een praktijkgericht leertraject rondom wijkgericht werken voor begeleiders van RIBW Overijssel. Het doel van het traject is het versterken van competenties van begeleiders voor het werken in de wijk. Petra van Leeuwen: 'Wat zo mooi is in dit traject is dat we sterk gaan kijken naar kansen en mogelijkheden in de buurt. Niet alleen naar de kansen die de buurt biedt, maar ook wat cliënten te bieden hebben aan de buurt. Zo’n positieve en natuurlijke aanpak spreekt volgens mij zowel buurtbewoners als cliënten veel meer aan.’

In beeld bij gemeenten

Meer dan zorgkantoren worden gemeenten straks opdrachtgever en zullen zij zich meer met de zorg bemoeien. 'Voor RIBW’s is nu het moment om te laten zien wat hun expertise is en wat gemeenten van hen kunnen verwachten', aldus Petra van Leeuwen. 'Beweeg mee met de ontwikkelingen en ga de dialoog aan met gemeenten. Zorg ervoor dat uw medewerkers in staat zijn de eigen kracht van cliënten te benutten en om netwerken in te zetten en laat dit aan de gemeenten zien.' Anne-Marie van Bergen voegt daar nog aan toe: 'Besef wat de transities voor uw bedrijfsvoering betekenen en bereid uw cliënten zo goed mogelijk op de nieuwe situatie voor.'

Bron: MOVISIE.

Meer weten

 

Dossier(s)

Tags

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg