invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Traject Jeugdzorg Plus: mini-fusie binnen de Jeugdzorg

Gepubliceerd op:

Corin Potters-Kemp was als In voor zorg-coach betrokken bij het traject Jeugdzorg Plus dat Bureau Jeugdzorg Groningen, Wilster en Elker leerde samenwerken met als doel het leveren van Jeugdzorg die naadloos op elkaar aansluit. Een half jaar na afronding blikt Corin terug op dit In voor zorg-traject:

'De ontwikkeling van trajectzorg gaat ook nu door, na het In voor zorg-traject. De ontwikkelde werkwijze wordt steeds breder in de 3 organisaties toegepast, ook samen met andere ketenpartners. Dat vind ik erg mooi om te zien.’

3 organisaties met elk hun eigen werkwijze die ineens samenwerken, ging dat goed?

‘Het was, op die trajectzorg, eigenlijk een soort mini-fusie. En, dat was de grote uitdaging! Het was de vraag of dat ging lukken, of dat écht ging lukken. Want de verschillende werkprocessen moesten naadloos op elkaar gaan aansluiten, maar vooral moesten de visie, de taal, de manier van denken en attitude veranderen. Het moest iets gezamenlijks worden waarbij men elkaar als collega ging zien, en elkaars kennis en kunde ging waarderen.

Ik merkte dat de organisaties binnen hun eigen kaders en taakstelling het uiterste deden maar ze brachten hun werkzaamheden niet bij elkaar en konden daardoor onvoldoende profiteren van alles wat men wél in huis had. Ook hadden ze het perspectief van de jongeren niet genoeg op het netvlies. Het traject van een jongere zou bijvoorbeeld ongeveer 1,5 jaar moeten duren maar er zijn jongeren die al jaren in een instelling zitten. Een meisje dat deelnam aan de pilot leefde al 8 jaar in een instelling. Dit In voor zorg-traject had nooit kunnen lukken als zij niet allemaal deze urgentie gevoeld hadden.’

Wat maakte de urgentie voor die organisaties?

‘Ze liepen er dagelijks tegenaan dat het niet goed ging. Voor Wilster was het heel frustrerend dat zij jongeren behandelden, naar hen idee goed afleverden, en ze toch in no time weer in crisis terugkregen. Elker vond het heel vervelend dat ze de jongeren kregen die Wilster mooi had ingepakt met een strik eromheen, maar dat zij er niets mee konden. Die jongeren ‘knalden’ uit het systeem, werden op straat gezet en pasten zich niet aan de groep aan. Hierdoor is ook Elker anders gaan denken over haar werkwijze. En Bureau Jeugdzorg Groningen had de onmogelijke rol om te leuren met de jongeren voor een plek. Die frustratie bij alle partijen bracht de motivatie om te investeren in het In voor zorg-traject, want het heeft gigantisch veel van ze gevraagd.’

Hoe hebben de deelnemende organisaties geïnvesteerd in het In voor zorg-traject?

‘Het traject heeft van de organisaties enorm veel investering gevraagd. Met een stuurgroep, projectleiders en werkgroepen zijn een gezamenlijk traject en andere werkwijze ontwikkeld. Een werkwijze waarvoor ze in de hectiek van alledag, met de druk van de crisis, en met toch al veel veranderingen bewust ruimte moesten maken. Als je zegt: “Gaat het door?”, dan denk ik aan de inzet en aan kennis en kunde en alles wat ze hebben geleerd om het tot een succes te maken; wat dat betreft zit het wel goed. Ook hebben we een structuur ontworpen die daarbij moet helpen. Hierin hebben we de verantwoordelijkheden helder verdeeld, en tijdens het traject hebben mensen hier al ervaring mee opgedaan. Maar het blijft toch spannend in hoeverre het lukt het om in de hectiek van alle dag voldoende ruimte te blijven maken voor de doorontwikkeling van trajectzorg.

Heb je zelf affiniteit met Jeugdzorg?

‘Ik vond het traject en de vraagstelling van Jeugdzorg Plus van Bureau Jeugdzorg Groningen, Wilster en Elker heel interessant. En ik ben, meer dan 20 jaar geleden, na mijn studie Maatschappelijk werk gezinsvoogd geweest voor Bureau Jeugdzorg. Daarvoor werkte ik in crisisopvangcentra voor jongeren. Zij kwamen uit gezinnen waar een toezichtstelling gold; opgelegd door de kinderrechter. Dat vond ik eerlijk gezegd verschrikkelijk qua rol maar ik heb wel écht wat met jeugdzorg. Dus ik vond het heel fijn dat bij In voor zorg! die opdracht voorbij kwam. Het heeft mij geholpen dat ik een beetje weet hoe die wereld in elkaar zit en hoe het is om gezinsvoogd te zijn. Het was ook goed dat ik er niet té veel van wist, want zo kon ik onbevangen vragen blijven stellen. En dat heeft ook geholpen in het anders leren kijken van de organisaties.

Hoe omschrijf je jezelf als coach?

‘Spiegelend, vasthoudend en procesmatig, vanuit de inhoud. In het begin ben ik er heel sterk mee bezig van, waar ga je precies voor. Want het moet voor de jongeren en de ouders wat opleveren en als dat niet lukt dan heeft het geen zin. Daar ben ik vrij strak in. Het vasthoudende zit hem daarin, dat ik bij alles steeds denk: wat levert het de jongeren en de ouders op. In het begin ben ik heel erg gefocust op de vraag wat er nodig is om mensen in beweging te krijgen. Als het begint te lopen dan vraag ik me af hoe ik het kan laten doorontwikkelen, het in beweging kan houden; de procesmatige kant. Spiegelend ben ik naar mezelf toe doordat ik steeds kijk naar waar we staan en wat het mij vraagt om de verandering naar een volgend niveau te krijgen. Ook benoem ik de kracht en inzet van mensen in het veranderproces en help hen dat te versterken.’

Heb je de jongeren en hun ouders betrokken bij het proces?

‘Zij waren van het begin tot het eind betrokken bij het traject. Bij alle meetmomenten hadden we interviews met de jongeren en hun ouders. Op basis van hun verhalen en ervaringen zijn we het traject gaan inrichten. Aan het begin sprak ik met 5 jongeren en hun ouders, en er deden in totaal 10 jongeren mee aan de pilot. Een moeder die ervaring had met alle 3 de organisaties deed haar verhaal voor alle, bij de pilot betrokken, professionals. Dit verhaal is het hele traject leidend geweest. Dat hielp enorm om iedereen bij visieverschillen steeds weer over zijn eigen drempels heen te helpen. De vraag die steeds centraal stond, was: “Wat hebben de jongeren en hun ouders nodig?”.

In mei 2014 hield het In voor zorg-traject op. Hoe ging het toen met de jongeren?

‘Hoe het in mei was? Het einde van het traject vond ik een spannend moment waarop ik dacht: “Wat gaat er nu gebeuren?” Met een aantal jongeren ging het gewoon heel goed. Daarbij hebben de interventies zodanig geholpen dat het goed bleef gaan. Er zijn ook jongeren geweest waar wél een terugval was. De oorzaak daarvan ligt op zich niet altijd bij de organisaties. Maar het is wel aan hen snel te signaleren wat er aan de hand is en om de jongere toch weer op de rit te helpen krijgen. Ik merkte dat ze heel veel hebben geleerd en ze dat ook goed oppakten. In het begin viel het mij heel sterk op dat alle professionals uit de organisaties enorm sterk betrokken waren bij die jongeren. En ze vonden tegelijkertijd dat zij het eigenlijk allemaal beter deden dan de collega’s van de andere organisaties. Nu hebben ze beter leren samenwerken daarin.’

Zie je ook kansen voor Jeugdzorg?

‘Er wordt natuurlijk flink bezuinigd, maar er zijn zeker ook kansen. Door de decentralisatie van de Jeugdzorg gaat de toegang voor de Jeugdzorg op in de Wijkteams. Dus daar verandert enorm veel en daar zie ik de kans om de regie op het traject wat beter te krijgen. Binnen een wijkteam in een gemeente heb je casusregisseurs. Deze professionals kun je heel goed scholen in het behouden van de regie. De nieuwe wetgeving haalt ook een administratieve last weg. Dat hangt er wel vanaf hoe de gemeente dat inricht. Ik denk dat er meer ruimte komt voor die proceskant. Nu alles onder gemeentelijke regie komt, heb je minder opgeknipte stukjes. Dat moet in de praktijk natuurlijk allemaal nog zijn beslag krijgen maar ik vind het een goede ontwikkeling.’

Hoe kijk jij aan tegen externe berichtgeving over Bureau Jeugdzorg?

‘Als er iets met een kind/jongere helemaal misgaat, wordt er vaker gezegd dat Bureau Jeugdzorg er niet genoeg bovenop zou zitten. Ik denk dat dit heel erg te maken heeft met communicatie: “Wat verwacht je van elkaar en hoe helder is dat voor iedereen? En wat kun je redelijkerwijs verwachten?” Ik denk dat je al veel wint als je daar heel duidelijk over bent en de afspraken met elkaar ook daarop inricht. Daarnaast begrijp ik in de veelheid van casussen die mensen hebben heel goed dat het best een flinke kluif is. En het pittig is om die regie daarop goed te voeren. Het vraagt ook behoorlijk wat tijd en focus om dat goed te doen.’

Interview door Wanda Bakker.

Meer weten

Tags

In voor zorg-deelnemer

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg