invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Pilot in Zwolle: één voorkeursaanbieder per wijk voor wijkverpleging

Gepubliceerd op:

Op 1 januari 2016 ging de driejarige pilot van start voor één voorkeursaanbieder per wijk voor wijkverpleging in Zwolle. Hiermee beschikt elke wijk over één hecht team dat goed weet wat er speelt in de wijk en vertrouwde zorg en ondersteuning kan leveren. Ook moet zo een betere samenwerking ontstaan tussen het wijkteam, de huisarts en de wijkverpleging. Wijkverpleegkundigen Sandra de Ruiter en Jolanda Huls van Zonnehuisgroep IJssel-Vecht, dat meedoet aan de pilot, vertellen over hun dagelijkse zorgtaken in de praktijk.

Wat houdt je functie in?

Jolanda: ‘Ik ben wijkverpleegkundige in Stadshagen, een relatief nieuwe Vinex-wijk. Er wonen circa drieduizend mensen van 55 jaar en ouder, de categorie bij wie het medicatiegebruik toeneemt. De zorgbehoefte neemt meestal sterk toe bij mensen van boven de 75 jaar; in Stadshagen is dat slechts 7% van de bevolking. Opvallend is dat de ouderen in deze wijk meer geconcentreerd in appartementencomplexen wonen. Mijn dagelijkse werkzaamheden bestaan uit reguliere verzorging en verpleging voor diverse doelgroepen: zowel dementerenden als jongere (chronisch) zieken. Daarnaast coördineer ik de totale zorg voor de cliënten, van (cliënten)planning en indiceren tot afstemmen met andere disciplines.’

Sandra: ‘Ik ben werkzaam als wijkverpleegkundige in Assendorp-Centrum, een redelijk welvarende volkswijk zonder grote sociale problemen en populair onder diverse bevolkingsgroepen zoals studenten en kunstenaars. De rol als voorkeursaanbieder die we binnen deze wijk hebben gekregen, brengt ook een andere zorgvraag met zich mee. Namelijk die van de psychische problematiek. Omdat mensen langer thuis blijven wonen, neemt de vraag naar zorg op het gebied van psychiatriehulp en -ondersteuning toe. Mijn werkzaamheden op het gebied van reguliere verzorging, verpleging en coördinatie zijn hetzelfde als van Jolanda.’

Hoe bevalt het werken met één voorkeursaanbieder per wijk?

Sandra: ‘Dat biedt veel voordelen. Wijkverpleegkundigen kunnen nu een grotere rol spelen. We hebben het hele netwerk in kaart, de lijnen zijn kort en we hebben direct contact met het sociaal wijkteam en de huisartsen. Onderling maken we afspraken over wie er op bezoek gaat bij de cliënt, wie wat doet en welke begeleiding we bieden, dat is heel prettig.’

Hoe ging dat voor de pilot in zijn werk?

Jolanda: ‘Voorheen was de thuiszorg van Zonnehuisgroep IJssel-Vecht beperkt tot de zorginstellingen in Zwolle. Tot vijfhonderd meter rondom de instellingen leverden we zorg aan huis maar we trokken niet verder de wijk in. We hadden dus geen enkel zicht op wat er elders in de wijk speelde en hoe de zorgsituatie van de wijkbewoners ervoor stond.’

Hoe reageren de cliënten op de nieuwe werkwijze?

Jolanda: ‘Voor de cliënten is onze nieuwe manier van werken prettig. De zorg die zij krijgen voelt voor hen vertrouwd omdat we met een vast team werken. Ook is er minder bureaucratie, we kunnen sneller schakelen. Ik heb direct contact met de huisarts en het sociaal wijkteam, dus die zijn dan ook op de hoogte van de situatie van de cliënt. Hij of zij hoeft het verhaal niet steeds opnieuw te vertellen. Als zorgaanbieders overleggen we gezamenlijk over een goede aanpak. Zo bieden we onze cliënten werkelijk zorg op maat.’

Zijn er ook nadelen aan de pilot?

Sandra: ‘De huisartsen in Stadshagen werkten vóór de pilot samen met een grote Zwolse zorgaanbieder, waarmee ze in de loop van de jaren goede ervaringen hebben opgebouwd. Zonnehuisgroep IJssel-Vecht was voorheen een relatief kleine speler in deze wijk, dus de huisartsen hier kennen ons niet goed. Dat maakt het best lastig nu wij hier de voorkeursaanbieder zijn. Het heeft tijd nodig om te laten zien wie we zijn en en wat we in huis hebben. We werken aan het winnen van hun vertrouwen.’
Jolanda: ‘Die grote zorgaanbieder heeft een andere wijk toegewezen gekregen, maar levert nog wel zorg aan hun cliënten in Stadshagen. Dat is prima voor de cliënten en ook voor ons. Er is geen sprake van concurrentie, we hebben gewoon contact met wijkverpleegkundigen van de partijen. Maar aanbieders die buiten de wijken waar ze voorkeursaanbieder zijn zorg leveren, moeten genoegen nemen met een lager tarief. Veel kleine zorgaanbieders hebben het daarom niet gered.’

Heeft de pilot invloed op jullie dagelijkse werk?

Jolanda: ‘Ik ervaar de pilot ook als goed voor mijn eigen ontwikkeling. Deze sluit aan bij hoe we onszelf willen profileren in de wijk. Wijkverpleegkundigen hebben een verbindende rol in de wijk. We leggen de lijnen maar kennen de cliënten ook heel goed omdat we reguliere zorg verlenen. Juist doordat we bij hen thuis komen om ze te wassen, kousen aan te trekken, medicijnen te geven et cetera bouwen we een vertrouwensband op. Dat maakt dat cliënten zich vrij genoeg voelen om hun hart te luchten en ons te vertellen wat er speelt.’
Sandra: ‘Ik ben heel blij met de intensieve samenwerking. Het is onmogelijk om zelf alle cliënten van zorg en ondersteuning te voorzien. Gelukkig hebben we allebei een goed team waarop we kunnen terugvallen en dat meedenkt over passende oplossingen voor de cliënt. Goede zorg voor een cliënt kenmerkt zich door continuïteit en gezamenlijk optrekken.’

In Stadshagen in Zwolle zijn twee teams wijkverpleegkundigen actief en één team in Assendorp-Centrum. Op termijn krijgt Centrum een eigen team.

Bron: De Nieuwe Praktijk

Dossier(s)

Tags

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg