invoorzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.

Ondersteuning bij veranderingen in de langdurige zorg.

Henk Bakker (V&VN): ‘Leren en presteren. Daar gaat het om.’

Gepubliceerd op: | Laatst gewijzigd op:

‘Wij willen dat de zorg die de wijkverpleegkundige levert, op dezelfde manier wordt bekostigd als de zorg die de huisarts geeft. Dat is onze inzet. Ook de verpleegkundige hoort te worden betaald op basis van aanwezigheid en beschikbaarheid.’ Dit zegt Henk Bakker, de gedreven voorzitter van V&VN, de beroepsvereniging voor verpleegkundigen en verzorgenden tegen interviewer Willem Wansink. ‘Het kan dus niet zo zijn dat ons nog zaken overkomen die een stevige positionering van de wijkverpleging onderuit halen.’

Beroepsnetwerker Henk Bakker werd opgeleid tot verpleegkundige. Inmiddels is hij bestuursvoorzitter van Kentalis, een instituut voor mensen met een taal-, of spraakstoornis die doof, slechthorend, autistisch of doofblind zijn. En deze maand volgt hij Steven van Eijck op als voorzitter van het Eerstelijnsoverleg VELO.

Hij steunt de hervorming van de langdurige zorg. Maar Bakker kent ook de valkuilen en de tegenkrachten die een sterkere positie van de wijkverpleegkundige riskant vinden. ‘Neem het belang van een zorgverzekeraar. Inhoudelijk ziet die ons belang wel in. Maar hij heeft zelf een ander belang. De kosten mogen niet exploderen en de premie mag niet al te snel stijgen. Bovendien wordt er vanuit gegaan dat gemeenten te veel zorg afschuiven naar de wijkverpleegkundigen, waardoor die zorg eerder uit de zorgverzekering moet worden betaald.’

Is dat risico reëel?

‘De zorgverzekeraar wil dat de wijkverpleegkundige scherp indiceert en alleen “terechte” zorg vaststelt die in het pakket past. Maar in de praktijk zien wij dat preventief optreden van wijkverpleegkundigen bij het voorkomen van gezondheidsrisico’s zowel de gezondheid bevordert als kostenverlagend werkt. Dat blijkt ook uit een onderzoek naar Zichtbare Schakel, een project met wijkverpleegkundigen van ZonMw. Als deze ontwikkeling doorzet, dan levert dat op de lange termijn veel op.’

Wie kan er nou tegen besparingen zijn?

‘Zowel de zorgverzekeraars als het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) moeten wennen aan de rol die de wijkverpleegkundige straks kan vervullen. Voor de verzekeraars was de wijkverpleegkundige geen factor, omdat die onder de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten viel, de AWBZ. Dat wordt anders. Daarom profileren wij ons als V&VN nu meer.’

Waar zet u op in?

‘Wij willen dat de zorg die de wijkverpleegkundige levert, op dezelfde manier wordt bekostigd als de zorg die de huisarts levert. Dat is onze inzet. Ook de verpleegkundige hoort te worden betaald op basis van aanwezigheid en beschikbaarheid.’

‘Huisartsen werken met een abonnementssysteem. Een huisarts heeft algauw zo’n 2.500 patiënten. Verpleegkundigen hebben ook zo’n norm nodig: per zoveel inwoners zoveel wijkverpleegkundigen. Daar krijgen ze dan een vast bedrag voor. De omzet wordt berekend naar prestatie en over de gezondheidswinst die de geleverde prestaties opleveren. Hierover willen we graag voorstellen doen om tot een passend bekostigingsmodel te komen met de zorgverzekeraar.’

Zo ver is het nog lang niet.

‘Daar wil ik wel naar toe. Dat is mijn drive. Niemand is gelukkig met de huidige bekostiging. Die moest snel worden geregeld, met tussenkomst van de NZa, de Nederlandse Zorgautoriteit. Wij zien dat de nieuwe indeling in 2 en mogelijk zelfs 3 segmenten gekunsteld is. Het is beter een systeem te maken waarin we het netjes regelen op basis van populatie en verrichtingen.’

Zijn de huisartsen beter georganiseerd?

‘Huisartsen hebben traditioneel een sterke positie. En de LHV, de Landelijke Huisartsen Vereniging, speelt het spel op het scherpst van de snede. Als de huisartsen de kont tegen de krib gooien, dan heb je echt een probleem. Verpleegkundigen krijg je op dit moment nog niet op eenzelfde wijze georganiseerd als huisartsen.’

Zijn verpleegkundigen nog steeds geen factor?

‘Een andere factor. We hebben 6.500 tot 7.000 wijkverpleegkundigen in dit land. Dat komt ongeveer overeen met het aantal huisartsen. Mijn droombeeld is dat je naast de “Hoed,” een praktijk van huisartsen onder een dak, een “Voed” krijgt: Verpleegkundigen onder één dak. Dan kunnen die professionals, samen met de huisarts en de apotheker, in wijken en buurten heel goede zorg leveren.’

‘Zij moeten kritisch met elkaar afwegen wanneer zorg conform de norm is die huisartsen en verpleegkundigen plegen te bieden. Of dat het om begeleiding gaat, dus om het sociale domein. Dit is vooralsnog een grijs gebied, want de verzekeraars willen geen risico lopen en ook de gemeenten stellen grenzen.’

Moet V&VN het voortouw nemen?

‘Wij moeten op zijn minst agenderen. En zorgen dat VWS de regie houdt op de inhoudelijke uitwerking, zodat niet uitsluitend de zorgverzekeraars dat gaan bepalen. Uiteraard zijn zij niet allemaal hetzelfde. Maar bij de grote conglomeraten moet je bij de top soms zoeken naar het gevoel voor de inhoudelijke kant van de zorg. Die organisaties zijn erg groot en veel te gepolitiseerd.’

Hoe versterkt u de positie van V&VN?

‘Door netwerken met elkaar te verbinden, bruggen te slaan en de positie van de wijkverpleegkundigen te blijven agenderen. Door ambassadeurs wijkverpleging in te zetten en het contact naar het ministerie van VWS open te houden. Staatssecretaris Martin van Rijn heeft een keer meegefietst met een van onze ambassadeurs wijkverpleegkunde. Die heeft daarna een dag met hem meegelopen. Nu heeft deze persoon geen schroom meer om hem te bellen.’

De langdurige zorg heeft wel een imagoprobleem.

‘Wij moeten nieuwe beelden neerzetten. We hebben veel meer mensen in de wijkverpleging nodig die hoog opgeleid zijn. Het gros van de afgestudeerde HBO-V-ers kiest nog altijd voor het ziekenhuis. Dat heeft te maken met de heroïek. Met de “sexy” uitstraling van rennende witte jassen, interventies plegen en levens redden. Terwijl het om de kern van de zorg gaat, de care. In de langdurige zorg kun je in de volle breedte van je vak bezig zijn. Juist de wijkverpleegkundige heeft hier alle mogelijkheden. Daar moeten we mensen toe verleiden.’

Hoe overtuigt u iemand om wijkverpleegkundige te worden?

‘Met goede ambassadeurs die zelf hun verhaal vertellen en opleidingen bezoeken om toekomstige beroepsbeoefenaars te inspireren wat het vak inhoudt. Door stages aan te bieden, want die zijn cruciaal. Dan moeten de werkgevers in de zorg wel voldoende stageplaatsen beschikbaar blijven stellen.’

Hoe belangrijk zijn scholing en permanent bijleren?

‘Leren en presteren. Daar gaat het om. Als zorgprofessional kun je niet slechts van negen tot vijf uur met je vak bezig zijn. Je moet ook kijken wat je kunt bijdragen aan de verdere ontwikkeling van het vak. Individueel, samen met anderen en door eens deel te nemen aan een verpleegkundig adviesorgaan.’

Dus meer bijleren en wat minder koffie drinken?

‘Er wordt al veel minder koffie gedronken. Daar is juist te weinig tijd voor. Ja, er zijn veel ingesleten patronen in de verpleging. Ook bij de regeldruk. We zijn met elkaar gewend om allerlei procedures als vanzelfsprekend uit te voeren. Maar waarom moet de temperatuur worden opgenomen bij een patiënt die geen koorts heeft? Denk na over wat er allemaal nodig en nuttig is voor de patiënt. Dan ontstaat er al veel ruimte. Voor wie doe je dat en met welke reden?’

Geldt dit alleen voor de care?

‘Dit geldt ook voor de medische richtlijnen en protocollen. Het Atrium ziekenhuis in Heerlen heeft voorgerekend dat er 1.400 richtlijnen worden gebruikt. Daar moet paal en perk aan worden gesteld. Welke richtlijn functioneert, waar overlapt die een andere? We moeten ons daar van bewust worden en willen saneren. Bij elke richtlijn moet je je afvragen wat de betekenis voor de patiënt is, en anders schaf je hem af. En bij elke nieuwe richtlijn dienen we te beoordelen of die bijdraagt aan het welbevinden en aan goede zorg.’

Minder regels, minder druk?

‘Er is al veel verbeterd maar het aantal regels neemt nog steeds met de dag toe. Het is een ziekte. Een virus, dat buitengewoon moeilijk is in te dammen. Dit komt omdat allerlei instituties in stand worden gehouden die steeds hetzelfde verhaal rondpompen. Instituties en toezichthouders die elkaar allemaal bestoken.’

Kan dit anders?

‘We hebben een kans. Er is net een Kwaliteitsinstituut opgericht. Dat komt voort uit het College voor Zorgverzekeringen (Zorginstituut Nederland). Dit College is bij uitstek een richtlijnenfabriek om vast te stellen of  iets binnen het zorgsysteem past. Dat College heet nu Kwaliteitsinstituut. Gaat het alles anders doen? Er verandert pas iets, als je ook de wijze van werken en de cultuur in de keuken waarin het eten wordt klaargestoomd op de nieuwe orde aanpast.’

Gaat dat lukken?

‘De organisatie van de zorg is een meerkoppig monster. Je kunt ergens een kop van afhakken, maar onmiddellijk schiet daar een andere uit. En alles gaat gewoon door. We moeten dus drastisch saneren en er andere mensen neerzetten. Neem het Centrum Indicatiestelling Zorg, het CIZ. Dat wordt verkleind. Straks indiceert de wijkverpleegkundige zelf voor de zorgverzekeringswet. Het CIZ komt er niet meer tussen. Dat helpt.’

Wat wilt u bereiken?

‘We moeten terug naar de herkenbare wijkverpleegkundige in een wijk of buurt die hopelijk consistent goed werk kan verrichten. Huisartsen zitten daar vaak 30 jaar, zij zijn vertrouwenspersonen. Het is dus van belang dat wijkverpleegkundigen een duurzame relatie aangaan met hun klanten in de wijk. Niet pas als iemand patiënt wordt, maar vooral als die dat nog niet is en kan worden geadviseerd.’

Uw advies?

‘In sommige wijken hoef je nauwelijks attentie te hebben. Leg het zwaartepunt dus bij die plekken waar 60 % van de problematiek en de kosten zitten. Als je effectieve wijk- en buurtprofielen opzet en er de juiste mensen bij betrekt, interdisciplinair en langdurig, dan valt er veel te winnen in preventie en genezing.’

Wat betekent dit concreet?

‘Ga bijvoorbeeld van meet af aan het gesprek aan met zwangere vrouwen die veel roken en drinken, hoe zij dat zelf zien in relatie tot de opvoeding, en hoe je daar van begin af aan bij kunt zijn om toezichtstelling onder de Jeugdzorg te vermijden. Ik ben ervan overtuigd dat je dan een kwart van de ziekenhuisopnames voorkomt en heel veel geld bespaart.’

Optimistisch?

‘We gaan een periode in die erg lastig kan worden. Een kwart van de gemeenten is nog niet klaar voor de transitie van de langdurige zorg. Dan is de sociale ontsporing ingebakken. Ooit hadden we het over sociale cohesie. Daar hoor je niemand meer over. Maar de waarden die daar achter liggen, gelden nog steeds: solidariteit, de boel bij elkaar houden en letten op de ander. Als we dat allemaal een beetje zouden doen, dan gaat het lukken.’ 

Interview: Willem Wansink

Dossier(s)

Tags

In voor zorg! is een programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en Vilans, Kenniscentrum voor langdurige zorg